bij het scheepvaartmuseum

bij het scheepvaartmuseum
Als schipper van het V.O.C. schip de Amsterdam

donderdag 29 oktober 2015

Door de positieve ontwikkeling in de scheepvaart verdween er ook wat


In het vorige stukje las u dat er vraag was naar een nieuw type schip.
Maar... door de nieuwe wet van 1969 en de vraag om nieuwe schepen hadden schepen als Leprechaun, Springbok, Spirit, Tarzan en Globe, die in 1969 al aardig op leeftijd waren, hun economische bestaan gehad. Maar een ieder die erop heeft gevaren zal hun namen nooit vergeten, evenals de kleine havens, soms ver landinwaarts gelegen. Dit tijdperk werd afgesloten. Veel van deze kleine schepen zijn verkocht en varen nog elders op de wereld. In april 1971 werd van overheidswege een saneringsregeling ingesteld voor schepen van negentien jaar en ouder om deze te laten slopen, of men ging ze opleggen tot er zich een buitenlandse koper meldde. Of zoals de Kwiek die een woonschip werd. Als de Nederlandse meetbrief en zeebrief in het kadaster voor zeeschepen maar waren doorgehaald.
Vaak waren deze kleine coasters eigendom van een hardwerkende kapitein/eigenaar. Geld voor investeren in nieuwbouw was er vaak niet of men moest een ‘alliance’ aangaan van samenwerkende families. Een duidelijk voorbeeld daarvan was Beck uit Groningen evenals Scheepvaartkantoor Groningen, later Seatrade en zo waren er nog wel meer. In de wereld van de Grote Handelsvaart gebeurde hetzelfde, de Amsterdamse en Rotterdamse rederijen gingen samenwerken onder de naam Ned-Lloyd. Ook zij gingen containerschepen in de vaart brengen maar zij visten achter het net.


De Kwiek die een woonschip werd.


Er ontstond ook weer een nieuw soort kapitein/eigenaar voortkomend uit de binnenvaart of de zeevisserij. Zij waren het die nieuwe kustvaartuigen met een lage kruiplijn of anders gezegd het huis tot huis vervoer gingen doen. Het werd een modern schip voor de zee- en binnenvaart naar ontwerpen van Conoship, 1600/2000 ton lading, 750 pk, vier bemanningsleden. Noordlijn Emmen heeft er ook twee in beheer gehad. M.S. Umeazee en M.S. Zuiderzee (1984) uit een serie van 4. Dit waren wel de grootste kruiplijners in laadvermogen (3000 ton), de lage kruiplijn werd mogelijk gemaakt door de hydraulisch verstelbare stuurhut tot het Rijnvaart niveau (9.10 m) en nu lag het Roergebied vanaf zee binnen hun bereik. De 1350 pk hoofdmotor met boegschroef en tevens een Becker-roer (ook wel flaproer genoemd) maakte het tot een zeer handzaam schip in nauwe vaarwaters. Becker-roer is een roer met aan de achterzijde van het roerblad een scharnierend deel dat, bij het verdraaien van het roer, sterker uitslaat dan het roer zelf. Vijf man bemanning doordat zij onder de 2000 GT grens zaten.
Zelf heb ik met veel plezier een aantal jaren op deze kruiplijners gevaren.


Becker-roer (of flaproer).


Zuiderzee


In 1978 begonnen de reders met behulp van investeerders wederom te klagen, het vrachtvolume zou per schip moeten groeien. Minder bemanning, goedkoper personeel, de Nederlander was te duur. De verandering kwam er in september 1983, BRT 4000/6000 werd het, allemaal onder de noemer Handelsvaart om zo de positie van de Nederlandse vloot te verbeteren met een aantrekkelijk belastingvoordeel voor de investeerders (de VOC mentaliteit).


Svea Pacivic


De Svea Pacific was zo’n investeringsschip met Rotterdam als thuishaven. De bevrachting werd door de Noorse Rederij Paal Wilson gedaan. Zij was in Spanje gebouwd een BRT 4000. Een vierkant ruim, een mooie naam, jammer dat het containers* als lading had. Noorwegen 3 havens, Zweden 4 havens, Hamburg, Rotterdam, via het Suez kanaal, Rode Zee, bunkeren in Djibouti, naar Mombassa (Kenia), Dar-es-Salaam (Tanzania), Beira (Mozambique). Op de terug reis naar Oslo deden we Mogadishu (Somalië) aan. Bunkeren in Ceuta, tevens werden daar weer verse groenten geproviandeerd en zelf kocht ik er altijd een doos Maja zeep voor het thuisfront.
   

Suezkanaal


* Containers. Door dit vervoermiddel (de blokkendoos) zijn de exotische geuren in de havens verdwenen, evenals de namen op de Vemen (pakhuizen) als Balie, Java, Ambon, Lombok, Suriname, Ceylon. Daar waar men vroeger de geur kon ruiken van de specerijen, evenals die van koffie, cacao, thee en rubber. In deze oude havengebieden lopen nu ouders met kinderwagens, het zijn multiculturele woongebieden geworden gelijk een blokkendoos. Het merendeel van de pakhuizen is gesloopt. Ik weet er nog een in Amsterdam te staan aan de Westerdoksdijk kop Houtmankade waar nu kleine ondernemers in zitten .


Het volgende bericht: Er zal nog wel meer veranderen.


Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg


donderdag 22 oktober 2015

De verandering in de wetgeving vroeg om een ander type schip



Amstelstroom op zee.
Lijndienst Amsterdam-Hull, drie maal per week v.v.
Foto aangeleverd door Frans van de Saté Babi Boys.


Dankzij de verandering van 1969 door de wetgeving ontstond de vraag naar nieuwe schepen in de 75 meter grens. In de eerste plaats ging de reder in de KHV schoorvoetend naar de gespecialiseerde vrachtvaart. Hij ging anders denken en door de nieuwe wetgeving zou hij nu in de RoRo-vaart, containervaart, tankers voor chemicaliën, zware lading schepen, koel- en vriesschepen, mini bulkers, gespecialiseerde schepen voor hout en papier, veevervoer en cement in bulk gaan.
Er was vraag naar bovengenoemde schepen. Het management VCK liet nieuwe containerschepen bouwen: Birka en haar drie zusterschepen Brage, Ring en Rane. Dit was het einde van het tijdperk stukgoed met lang binnen liggen. De HSM had de RoRo-schepen Amstelstroom en Rijnstroom. Broere Dordrecht en de Haas Rotterdam chemicaliëntankers, Jumbo Shipping zware ladingschepen. Scheepvaartkantoor Groningen zag meer mogelijkheden in de koel- en vriesvaart. Beck scheepvaart en Sylvia Cargo in de mini bulkers. Spliethoff, Wagenborg en Wijnne & Barends waren de echte hout en papier boys. Piet Vroon uit Breskens werd een begrip in internationaal veevervoer. Cebo Marine Heemstede in cementtankers. De overheid gaf subsidies om een schip te laten bouwen, de rederijen gingen op zoek naar investeerders in de scheepvaart. Het werden vrachtschepen die een zo uitgekiend mogelijk en laag kostenniveau hadden. Met een “World Wide Trade” kon men de internationale concurrentie aan. Met dezelfde hoeveelheid bemanning van 9 à 10 nu op een schip van 3000 of 6000 ton laadvermogen. Op de laatste was wel weer een marconist verplicht. Op hetzelfde soort schepen uit de rondom ons heen liggende landen voer men over het algemeen met meer personeel als men in de World Wide Trade zat.


Hier ligt de Amstelstroom te laden in de Westhavens in Amsterdam.
Hier kunnen we zien wat een RoRo-schip is (roll on - roll off).


Frans (van de Saté Babi Boys) heeft op deze schepen gevaren in de dienst Amsterdam-Hull. De Rijnstroom onderhield een dienst Amsterdam-Shoreham, twee maal in de week v.v.


Rijnstroom op het Noordzeekanaal.


De Rane, een van de eerste containerschepen.
Met deze een containerdienst gevaren Rotterdam-Antwerpen-Reykjavik.


Afbeelding van een zware ladingschip.


De Spring Bok, een koelschip.
Eens hadden ze een bemanning van 20,  later van 10 à 12.


Scheepvaartkantoor Groningen opgericht in 1952 veranderde haar naam in 1973 in Seatrade en ging de koel- en vriesvaart verder uitbreiden met haar hypermoderne schepen. Men ging de wijde wereld als vaargebied nemen. Met de heren Van Overklift, Tammers en ook Pepping lag het bedrijf op de juiste koers.

En dan de mini bulkers, bijvoorbeeld de Veerhaven en Altappen:


Veerhaven - lijndienst op Marokko.
Foto Cees van de Ende, 2e stuurman 1979.


Altappen, samen met de Susanne en de Sylvia in lijndienst Luleå - Rotterdam/Antwerpen.
Deze hadden de hoogste ijsklasse voor de Botnische Golf.


Een van de vele schepen van de hout & papier boys Spliethof  Amsterdam:


De Realengracht met hout aan dek.
Onderdeks kunnen papierrollen liggen, cellulose of hout.


De Amstelstroom, later verbouwd tot veeboot, varend onder de naam Angus Express van Rederij Vroon.
Hier werd levend vee mee vervoerd, bijv. paarden, schapen, stamboekvee, slachtvee.


Een deklast schapen was ook mogelijk.
De matrozen hadden in ene een heel andere taak.


De cementschepen van de Cebo Marine gevestigd te Heemstede:


Bijvoorbeeld de Cebo Moon met als thuishaven Singapore.
Hier klaar voor vertrek aan de Onderzeebootkade in IJmuiden.
West-Europa - West-Afrika.


In het volgende bericht: Door de positieve ontwikkelingen in de scheepvaart verdween er ook wat.

Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg


woensdag 14 oktober 2015

1969: De verandering in de wetgeving scheepvaart





Na de periode op het jacht van de familie Lips ging ik de boekenlijst en het lesrooster maar ophalen voor de opleiding Stuurman bij de Hogere Zeevaartschool. Dus maar niet naar de Horeca Vakschool nabij het Amstelstation. Soms vraag ik me af waarom ik niet het koksvak in ben gegaan. Dan was er voor de 321 anonieme lezers van de F.L. Woodleg blog geen blog geweest, nu kunnen ze meeliften op de 14 lezers die zich hebben aangemeld bij ‘follow by e-mail' (ik zag daar zelfs dat er een Oma meeleest).
Het jaar 1969 was een belangrijk jaar voor Nederlandse scheepvaart en dat was niet omdat ik in de schoolbanken van de Hogere Zeevaartschool in Amsterdam plaats had genomen. Nee, de 75 meter grens werd ingevoerd, de lengte van de ‘load lines’ op de maximaal toegestane diepgang. Deze load lines bevinden zich denkbeeldig tussen de diepgangsmerken (draught marks) op het voor- en achterschip. Zo kan de Stuurman zijn diepgang aflezen en kan zo met behulp van de schaal van waterverplaatsing uitrekenen hoeveel lading er in het schip zit of hoeveel er nog bij kan. Deze load lines worden in decimeters of  in voeten op de scheepshuid gelast.
De BRT (bruto tonnage) 499 was niet meer de maatstaf als grens tussen Kleine Handelsvaart, Sleepvaart en Grote Handelsvaart. Onder de nieuwe wet kon een Groot Handelsvaarder veranderen in een Kleine Handelsvaarder. De vooruitzichten waren veelbelovend, het woord kustvaarder of coaster kreeg een andere betekenis. Door de nieuwe wetgeving ontstond de vraag naar een nieuw type schip met een nieuw type Stuurman en Machinist. De scheepvaartdiplomawet uit 1935 liep achter. De zeevaartscholen pasten de lesstof aan. Alleen de commissie voor de stuurliedenexamens, gedeeltelijk bestaande uit gepensioneerde kapiteins van de koopvaardij, bleef uit de maat lopen. Zij leefden nog in het tijdperk dat de kapitein nog een privé bediende had die zijn schoenen poetste en zijn overhemden streek.


foto P. Anderiesse


De Westmeep (1966) met een oud BRT van 499 met een tussendek. Er waren veel van dit type schepen onder de Nederlandse vlag met een wereldwijd vaargebied. Ik noem alleen de namen van de schepen waar ik zelf op heb gevaren: Comtesse, Mange, Unden en de Willi Böhmer. Lengte over alles (totale lengte) van deze schepen ca. 70 m, breedte 11 m, geladen diepgang rond de 3.70 m, laadvermogen (DWT) 1000 à 1100 ton. Motorvermogen tussen de 750 en 1000 pk, snelheid rond de 11 knoop. Door de nieuwe wetgeving van 1969 werd zij BRT 1155, de lengte en breedte bleven hetzelfde maar nu mocht zij afladen tot een diepgang van om en nabij de 4.75 m, een verschil van zeg maar 1.05 m. Met slecht weer werden deze schepen duikboten, het motorvermogen bleef hetzelfde, de snelheid ging naar 9 mijl dus volgeladen een Wammes Waggel op zee. Door meer diepgang krijgen zij een breder onderwaterschip op de geladen waterlijn. Het laadvermogen ging naar ca. 1600 ton, dit mocht als ze waren voorzien van het deltamerk (zie onder). Volgens de wet op de zeevaartdiploma’s uit 1935 moest er een tweede stuurman aan boord zijn bij een schip boven een BRT van 500, maar er mocht met een matroos minder gevaren worden. De scheepskok mocht een matroos/kok worden. Lag men bij de oude meting van 499 bijvoorbeeld 5 cm over zijn merk dan riskeerde men een boete met een vaarverbod. “Lossen tot u weer op de toegestane diepgang ligt Kapitein, u speelt met mensenlevens.”
Kort samengevat, de Nederlandse reder kreeg van de overheid toestemming om zijn schip over te beladen.
Als het van hogerhand samen met de Scheepvaartinspectie wordt toegestaan om ca. één meter dieper te liggen dan bij de oude toegestane diepgang zijn er geen mensenlevens meer in gevaar.
Is er veel veranderd sinds Herman Heijermans toneelstuk Op Hoop van Zegen uit 1900?
Nee lezers, er is niet veel veranderd!



Het deltamerk (driehoek) is het oude diepgangsmerk.
Het plimsollmerk (rond) het nieuwe,
een aanzienlijk verschil dus die 1.05 m!

Kisten op een tussendek.
Eronder is dus nog een laadruim.



In de volgende blog: De verandering in de wetgeving vroeg om een ander type schip.


Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg


dinsdag 8 september 2015

Bergen Noorwegen – Nederland Heusden met het jacht Rob in de zomer van 1969



Op de voorgrond de vuurtoren voor Oslo. Foto internet.


De vakantie van de familie Lips, met Pa als directeur van een scheepsschroeven fabriek, was voor hem een werkvakantie met bezoeken aan zakenrelaties.
Richting het Olso fjord via Larvik en Drammen, in Oslo ging de familie van boord. We zouden ze weer zien in Stavanger, Rinus moest zich daar weer melden. De familie wilde Preikestolen (de preekstoel) zien, een klif op 600 meter boven het Lysefjord, we meerden af in Oanes. Hier werden zij opgehaald door kennissen en we voeren verder zodat ze later nabij Preikestolen weer konden inschepen. We verbleven tien dagen in de wateren rond Stavanger, hierna ging het van hotel naar hotel richting Bergen. Na een kort verblijf hier vloog de familie weer terug.




Twee maal Preikestolen (de preekstoel). Foto's internet.


De Rob was een stalen motor sailer naar een ontwerp van Pieter Beeldsnijder, gebouwd op een van werven van de Vries Lentsch, lengte ca. 16 meter. Motorvermogen ben ik vergeten. Als we voeren stond er een aggregaat aan om stroom op te wekken voor fornuis, diepvries en koelkast. Op de motor was haar maximum snelheid rond 8 knoop per uur. Op de terugreis haalden we op de zeilen 7 knoop bij halve wind komende uit de noordwest hoek windkracht 6 Beaufort.
De uitrusting: 
Voor de navigatie: log, dieptelood, radar, vloeistofkompas, stuurautomaat, VHF voor radiocommunicatie. Ze was voorzien van een hydraulische stuurmachine die door de Firma Lips was ontwikkeld. Men kon ze leveren voor ieder type schip, net als hun scheepsschroeven.
Het personeelsverblijf had vier kooien, twee aan bakboord, twee aan stuurboord in een ruimte in het achterschip boven de motorkamer. Deze was slecht geïsoleerd.
De familie gebruikte de gastenaccommodaties, die zeer goed waren geïsoleerd.

De koers stond in de kaart. Eerst door de fjorden naar Stavanger, hier bij bunkeren en nog wat vers brood inslaan. 
De weersverwachting gaf windkracht 6 uit het noordwesten. Arme Janna, wat was ze zeeziek. Maar als ik de wacht had kwam ze toch uit haar kooi om in de kuip te kunnen zitten. Haar maaltijden bestonden uit een droge snee brood met een kop thee.
De eerste aanloophaven was Den Helder, hier stapte Rinus z'n vrouw Eef aan boord. Rinus wilde ons drieën Nederland vanaf het water laten zien. We bleven de nacht over in de jachthaven van de Marine, in het clubgebouw konden we eten, nasi of bami met saté. Janna bestelde twee maal. Janna en ik namen maar de hut van de eigenaar met een dubbele kooi en een eigen natte cel. De volgende morgen na het ontbijt ging het via het Noordhollands Kanaal het werd een mooie tocht. 
We passeerden Alkmaar, via de Zaan naar Zaandam en hier het Noordzee Kanaal op. Van de Havendienst Amsterdam mochten we de nacht op eigen risico doorbrengen in de Zouthaven. We konden lopend naar De Druif voor ons slaapmutsje. Janna haar bazin mocht van Rinus meevaren naar Heusden. Pia stapte om negen uur aan boord met vers brood en we gooiden los. Eerst naar Spaarndam, dan Haarlem, Alphen a/d Rijn en Gouda, dit is een stuk van de Staande Mastroute. 
In Gouda trakteerde Pia op een Grieks etentje. Janna haalde de andere morgen verse broodjes. Om 10 uur gooiden we los en gingen richting Krimpen a/d IJssel, Alblasserdam, Dordrecht en wachtten op een opening van de spoorbrug.


Foto internet.


Hierna draaiden we de Dordtse Kil op, na 5 mijl bakboord uit rivier de Amer op, nog even en we zouden er zijn. 'Rinus, het was prachtig wat je ons hebt laten zien!' zeiden we. 
Aan het begin van de avond meerden we af in Heusden aan de Bergsche Maas. Onder het eten bij de Chinees vroeg Rinus: ‘Janna en Peter, mag ik jullie vragen om mee te varen naar de London Boat Show begin januari? Daar wordt de Rob aan het publiek getoond met een nieuw type schroef. Tijdens de showdagen, als de boot op het droge staat, slapen we in een hotel. Hierna blijven we een aantal dagen in London als er mensen zijn die de schroef in de praktijk willen zien werken. Als jullie dan samen de gasten van een hapje en een drankje voorzien in het paviljoen, dan heb ik mijn handen vrij voor de technische uitleg.’
‘Als ik vrij krijg van Pia dan graag Rinus!’ zei Janna.
‘Nou, dat mag Janna!’ zei Pia.
‘O ja Peter, meneer Lips komt morgen in de middag om je gage uit te betalen.’
‘Dan is de boot schoon en opgeruimd als hij komt Rinus.’
Rinus deed de motorkamer, de drie dames deden de hutten en ik was de dekzwabber. Om half twee stopte er een auto met chauffeur, meneer Lips stapte uit. Rinus vertelde hem onder het uitbetalen van mijn gage dat we meegingen voor de London Boat Show in januari.
‘Fijn dit te vernemen, dan word ik niet zeeziek. Ik ga nu naar kantoor, Max komt dan terug om naar Amsterdam te rijden.’
Een jaguar rijdt niet maar rolt, Janna naast mij op de achterbank, Pia naast Max. Aangekomen op het Rapenburgerplein werden onze tassen uit de kofferbak gehaald. Pia vroeg Max om binnen te komen. Officieel mocht hij het niet maar na wat Pia hem over De Druif had verteld deed hij het graag.

Het volgende bericht op deze blog zal gaan over de veranderingen in de scheepvaartwetgeving.

Voor de liefhebber hieronder: 

VERSCHIJNSELEN BIJ HET VOORBIJTREKKEN VAN EEN DEPRESSIE

Het gebied dat door het warmte- en het koufront wordt ingesloten, noemt men de warme sector van een depressie.
In deze warme sector treft men nog het oorspronkelijke evenwijdige isobarenverloop aan van de situatie vóór de storing. Rond het centrum vormen de isobaren een gesloten patroon en de wind waait spiraalsgewijs naar het punt van laagste luchtdruk. In de warme sector vindt een voortdurende aanvoer plaats van tropische lucht, die gedwongen wordt om op te stijgen langs het licht hellende warme frontvlak.
Het gevolg is dat de warme tropische lucht adiabatisch afkoelt (afkoeling door uitzetting) en bij aanwezigheid van voldoende waterdamp, zal zich op verschillende hoogten de voor een warmtefront typerende bewolking vormen.
Ver voor het front uit vormt zich op grote hoogte de cirrus bewolking. Op middelbare hoogte vormt zich de altostratus, terwijl in de lagere luchtlagen dichter bij het front, zich de nimbostratus ontwikkelt.
Aan de achterzijde van het koufront wordt lucht aangevoerd vanuit meer noordelijk gelegen gebieden. Deze lucht zal in het algemeen kouder zijn dan de reeds aanwezige koude lucht aan de voorzijde van het warmtefront. Door de veelal grotere bewegingssnelheid van de koudere lucht dan de voortplantingssnelheid van de depressie, wordt de lucht in de warme sector nabij het koufront opgetild. Er vindt geen geleidelijke opstijging plaats, maar de warme lucht wordt in meer verticale zin omhooggedreven.




Waarnemer A
Trekt een depressie ten zuiden van de waarnemer voorbij, dan zal dit o.m. merkbaar zijn doordat de wind een geleidelijk krimpend karakter heeft, zonder plotselinge richtingsveranderingen, zoals bij het voorbijtrekken van een front.
Door adiabatische afkoeling worden nabij het koufront cumulus en/of cumulonimbus wolken gevormd, waaruit een zeer buiige neerslag kan vallen. De neerslag voorafgaande aan het warmtefront zal daarentegen altijd een gelijkmatig karakter hebben.
Bij het warmtefront ligt de neerslagzone voornamelijk vóór het front, terwijl bij het koufront deze zone zich voor het grotere deel achter het front bevindt.
In het algemeen liggen de isobaren aan de achterzijde van een depressie het dichtst bij elkaar. De gradiënt is hier het grootst, waardoor de windkracht groter zal zijn dan aan de voorzijde. Het gebied waar de grootste windsnelheden in een depressie worden aangetroffen, noemt men de trog van de depressie.

Waarnemer B
Wanneer de waarnemer zich bevindt in de baan die door het centrum wordt gevolgd, dan zal de windrichting bij een vallende barometer nagenoeg gelijk blijven bij het naderen van de depressie. Na passage van het centrum, gepaard gaande met een kortstondige afname van de windkracht, zal de wind omslaan van een zuidelijke naar een noordelijke wind.

Waarnemer C
Passeren het warmtefront en later het koufront de waarnemer, dan zal voor deze waarnemer de wind steeds een ruimend karakter hebben met windsprongen bij het passeren van de fronten.
De depressie (gebied van de laagste luchtdruk) trekt ten noorden van de waarnemer voorbij.

Uit ons lesboek Ik navigeer.

Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg

donderdag 27 augustus 2015

Voor 8 weken naar het jacht 'Rob' van de firma Lips uit Drunen



Met motor sailer 'Rob' zes weken varen in de Noorse fjorden in de rang van Pees Boy.


Nu ik dit zo schrijf denk ik terug aan de zomer van 1969, alweer 46 jaar geleden, toen een jongen van 20 jaar, nu een man van 66 met een verleden, maar toen nog de toekomst voor zich.

De terugreis van de Fiji-eilanden (M.S. Blue Marleen) ging via Brisbane, Singapore, London naar Amsterdam, een reis van 56 uur. Hilary gebeld vanaf het vliegveld, zij was nu gelegerd in het Military Hospital van Watchet (Bristol Canal). 
'Na de feestdagen word ik overgeplaatst naar Gibraltar. Misschien kom ik met kerstverlof naar Amsterdam als jullie dat leuk vinden, ik bel vanavond met Janna, slaap je daar vannacht?
Ze gaat een paar dagen mee op een jacht met jou vertelde ze mij.’  
Hilary was naar haar opleiding in het St. Thomas Hospital in London in het Britse leger gegaan voor een verdere opleiding als nurse.
Hierna belde ik Janna of ze mij wilde komen afhalen op Schiphol. Plunjezak van de bagageband langs de douane en een zoen van Janna. We reden eerst even langs het kantoor van Gruno. ‘Peter, daar heeft Cees Smit om gevraagd. Hij heeft geregeld dat ik mee mocht varen op jouw verzoek.’
‘Het wordt Kristiansand Sud in Noorwegen.’ Cees Smit had de arbeidsovereenkomst voor acht weken op een jacht klaar liggen voor de handtekening. ‘Je wordt uitbetaald aan boord bij terugkomst in Heusden. Ze zijn op de hoogte dat je in september naar de Zeevaartschool gaat.’ Hij overhandigde mij een envelop met reisgeld.
‘Dit is voor jullie samen, morgen in de ochtend graag afreizen naar Heusden met het openbaar vervoer. Eerst de trein naar Den Bosch, daar staat een bus die naar Heusden gaat. In het centrum van de vestingstad uitstappen. Het jacht ligt in de binnenhaven is mij verteld en de schipper is aan boord. De ‘Rob’ is een tweemaster type Motor Sailer. Schipper Rinus de Jager had graag gezien dat jullie rond de middag aan boord zijn. Hij wil dan naar Rotterdam varen om daar de volgende dag te bunkeren en te provianderen. Hij gaat proberen of Janna mee terug kan vliegen met de zakenvriend van de familie Lips die hen naar Kristiansand Sud vliegt. Voor jou ligt er kleding aan boord Peter in de maten die je ons doorgaf.
Wat de bootschoenen betreft, deze zijn verplicht aan boord, koop maar drie paar en een paar voor Janna. De factuur sturen ze maar naar ons. De winkel ‘De Tagerijn’ zit op de Houtmankade.’
Twee dagen later voeren we de Nieuwe Waterweg af en buitengaats werden de zeilen gezet. Rinus had wel laten zien hoe het moest, maar toen lag het jacht stil. Ik was blij met het antislip onder mijn bootschoenen. Er stond een lichte bries uit het zuidoosten en de motor bleef bij staan. Rinus wilde dat ze een snelheid van 6 à 7 knopen liep, ze lag als een meeuw op het water. De koersen stonden in de kaarten 3 mijl uit de Nederlandse kust. Bij IJmuiden moesten we uit gaan sturen om zo buiten de zandbanken van de Zuiderhaaks te blijven. Om 16.00 uur nam Rinus de wacht over ter hoogte van Zandvoort.
Ik ging bij Janna in de kuip zitten, ze voelde zich niet erg lekker als ze in de stuurhut zat. In de frisse lucht voelde zij zich goed, zeebenen had ze ook nog niet. Slapen in een kooi van 70 cm breed die bewoog achter een kooigordijn was ook vreemd. Motorlawaai onder je kooi met het pompende geluid van de stuurmachine aan je voeteneind moest ook wennen. 
‘Is het op alle schepen zo?’ wilde Janna weten. 
‘Ja, maar op een gegeven moment wordt het een slaapliedje.’
Rinus en ik liepen een wacht van 4 op 4 af. Toen ik om 20.00 uur weer de wacht overnam, bevonden we ons ter hoogte van Petten, herkenbaar aan de kernreactor. De Nederlandse kustlijn vervaagde langzaam. Voor Janna een kop thee met droge beschuit gehaald. Ze bleef in de kuip zitten. Zo gauw ze uit de frisse lucht kwam sloeg de zeeziekte toe. Ik nam maar een bord wortelstamppot die Rinus gemaakt had. De vuurtorens gingen aan ons voorbij...


Lange Jaap, Huisduinen.
Bron: "Vuurtoren-Huisduinen". Licensed under CC BY-SA 3.0 via Wikimedia Commons.


Lange Jaap Huisduinen (Den Helder) de vuurtoren die het sterkste licht van de Nederlandse kust heeft. Ter hoogte van vuurtoren Vuurduin van Oost-Vlieland werd de koers verlegd op Kristiansand Sud, nog 300 mijl te gaan.


Vuurtoren Vuurduin van Oost-Vlieland.
Bron: "LeuchtturmVlieland" by Kgw at de.wikipedia. 


Rinus nam de wacht over, ik ging Janna naar haar kooi brengen. Hierna moest ik nog even terug aan dek komen om de zeilen door te halen. De motor mocht uit, volgens de log* liepen we 6 knoop door het water. Toen ik naar mijn kooi ging kon ik Janna vertellen dat we zeilden. 
‘Wat een rust.’ hoorde ik haar zeggen van achter haar kooigordijn.
‘Is het ruisen wat ik nu hoor het water dat langs de romp stroomt? Dit is een beter slaapliedje. Over drie uur moet je er weer uit, roep je mij dan ook Stuurman? Voor mij geen koffie, graag thee met een droge beschuit.’
Veertig uur later meerden we af in Kristiansand Sud. Janna had haar eerst zeereis volbracht en vond zelf dat ze nu zeebenen had. Nu wilde ze graag koffie en dan warm eten. 
De familie Lips, pa en ma met de drie dochters, stapte twee dagen later aan boord voor zes weken vakantie.
Janna vloog mee terug naar vliegveld Eindhoven. ‘Als ik thuiskom ga ik Hilary bellen.’ zei Janna, ‘vertellen over mijn zeereis.’ 
Wanneer de familie weer werd opgehaald was er voor Janna de mogelijkheid mee te vliegen met Huub. Hij zou haar informeren wanneer hij de familie ging ophalen.
Mijn taak voor de komende tijd: Het schip schoonhouden, koelkasten bijvullen, voor de dochters de speedboot varen zodat ze konden waterskiën en met twee woorden spreken. Eigenlijk was ik dus een Pees Boy (= jongen die allerlei klusjes moet doen) in plaats van Stuurman. Soms wilde de hele familie naar een afgelegen plek om naakt te kunnen zonnen, ik bracht ze dan in de sloep. Ging maar wat vissen als tijdverdrijf voor ons avondeten. Rinus kookte voor ons beiden. Werd er gefloten vanaf de afgelegen plek, dan wilden zij weer terug naar de Rob. De familie voorzag zichzelf van de lunch als ze aan boord waren. Dineren, slapen en ontbijten deed men in hotels. We lagen meer in havens dan dat we voeren. Noemt men dit geen pleziervaart?

* Log = een snelheidsmeter.

In het volgende bericht meer informatie over het jacht en over de terugreis naar Heusden.


Dan dit nog voor de liefhebber; het Coriolis effect in de meteorologie.

Coriolis effect:

De afwijkende richting door de aardrotatie. Het openbaart zich als een schijnbare afwijking naar rechts op het noordelijk halfrond gezien vanaf de Noordpool en op het zuidelijk halfrond een schijnbare afwijking naar links gezien vanaf de Zuidpool.





De meteoroloog kan met deze wetenschap de windrichting in een weerkaart plaatsen door het bovenstaande effect toe te passen als hij een weerkaart gebruikt met isobaren. Isobaren zijn lijnen die plaatsen verbinden met gelijke luchtdruk. Voor de weerkaart wordt de isobaar herleid tot zeeniveau. De meteoroloog kan tevens de windkracht bepalen aan de afstand met het luchtdrukverschil tussen de isobaren. Voor u; hoe dichter de isobaren op elkaar liggen, hoe meer windkracht. Liggen ze ver uit elkaar dan is er weinig wind. 


Weerkaart met o.a. isobaren.
De vakjes met namen van gebieden zijn voor de scheepvaart.


Voor de windrichting kunt u gebruik maken van de Wet van Buys Ballot (de eerste directeur van het KNMI 1854).
De huidige meteoroloog maakt gebruik van informatie van weersatellieten die hun gegevens bundelen in super computers tot de zogenaamde gribfiles. Zij zijn vandaag de dag het belangrijkste hulpmiddel in de meteorologie. Daarnaast liggen er over de wereldzeeën ook waarnemingsboeien die bruikbare gegevens aanleveren via de satelliet (film ‘The perfect storm’).
Toen er nog geen weersatellieten waren was men geheel afhankelijk van scheepswaarnemingen: koopvaardijschepen, visserijschepen, marineschepen, lichtschepen, boorplatforms over de wereldzeeën. Zij leveren hun bijdrage om de meteorologische instituten aan de wal van informatie te voorzien. 
Enkele hiervan: luchtdruk, buitentemperatuur, zeewatertemperatuur, bewolking. 
De waarnemingen geschieden door een stuurman op vaste tijden (synoptische tijden): 00.00 – 06.00 – 12.00 – 18.00 uur UTC (Universal time coordinated) en worden volgens een vast schema gecodeerd verzonden. Vroeger via de scheepsradio naar Scheveningen Radio die deze berichten doorstuurde naar het KNMI. 
Tegenwoordig gaat de informatie van schepen per e-mail rechtstreeks naar een meteorologisch instituut gestuurd, voor Nederland is dit het KNMI. Met al deze gegevens gaat de meteoroloog aan de slag om voor ons aan land, op zee en in de lucht een weersverwachting te doen, de analyse 6, 12 uur kaart. De prognose 24, 36, 48 uur kaart en zelfs een termijn van 10 tot 14 dagen behoort tot de mogelijkheden tegenwoordig.

Uit ons lesboek 'Ik navigeer'.
De volgende keer: De verschijnselen bij het voorbijtrekken van een depressie.

Recht zo die gaat!

F.L.Woodleg

donderdag 6 augustus 2015

De vooruitgang op het Zweedse platteland


Beste lezers,

Het was wederom weer voor een blog en deze gaat over het heden rondom mijn huidige verblijfplaats op het Zweedse platteland. Regen en een beetje verveling drijven mij weer achter de pc. ’s Middags klaverjassen in Dutch House nabij Dorotea gaat ook vervelen, vooral als het de Nederlanders zijn die steeds weer met de 1e prijs, een gebraden kip of een braadworst naar huis gaan. De prijzen worden aangeboden door de lokale clandestiene stokerij. Onze tegenstanders zijn veelal ex bewoners uit Germany en the UK, zij gaan met de poedelprijs naar huis, een Mars reep. Het winelement zit ‘m in de hoeveel schnaps die je tegenstander inneemt voor en tijdens de match.


De illegale stokerij, rekening houdend met de privacy.

De drie onderstaande foto’s geven een impressie van Hoting in de regen die mij iedere morgen weer doet zeggen: ‘Na regen komt zonneschijn’. Sim ligt dan zachtjes te brommen in zijn mand: ‘Word ik weer afgedroogd als ik van buiten kom!’


Een natte boel bij gastenhuisje en werkplaats.


Klover en zaagmachine achter op het erf blijven afgedekt.


Het weer zat in week 31 wederom tegen. Anderhalve droge dag in deze week waren voor ons voldoende om het gekregen kachelhout in onze houthokken te stouwen. Heerlijk eerlijk hout en al drie jaar gedroogd, dus voor direct gebruik.
Grasmaaien en sloten schoonmaken doen we maar in de volgende droge periode, evenals het buiten zitten en barbecueën.
Maar ook in Hoting staat de tijd niet stil, het dorp wordt ook meegetrokken in de vaart der vooruitgang. Het eerste teken van de vooruitgang is dat we sinds drie jaar deze mogelijkheid hebben om ons te voeden met junkfood:




Het tweede teken van de vooruitgang is dat we hier eerst een paar gezinnen hadden die geplaatst waren door vluchtelingenhulp, vanaf december 2014 werden er weer gezinnen geplaatst wat zich langzaam uitbreidde in het jaar 2015. Het komt eigenlijk hier op neer dat er boven de lijn Gävle richting Noorse grens de oorlogsvluchteling wordt geplaatst in het dun bevolkte land van Noord-Zweden. Het is te hopen dat de vluchteling hier wil en kan integreren in kaftan, boerka of in Ali Baba broek. Het onderstaande bord deed hier in het dorp zijn intrede in juli.


Bord verderop in het dorp met een enorme onweersbui op komst.


Teken nummer drie: Na vier lange jaren van beloftes en gezwam in buurtlokalen met gratis koffie met koek, krijgt het dorp haar beloofde glasvezelkabel voor internet en tv. De bordjes zijn geplaatst in het centrum voor hen die kabel aansluiting willen, maar wanneer?


Wij hebben ook het formulier ingevuld, maar niets gehoord, laat staan
dat we een bordje hebben gekregen dat we fiber besteld hebben.


Woon je ten noorden van de watertoren van Hoting dus in Hoting-Noord zoals wij, dan is er een mogelijkheid om tegen extra betaling een aansluiting te krijgen. Hoeveel weet de exploitant nu nog niet. De gemeente gaat bekijken of er een subsidiepotje gemaakt kan worden. Vergaderen, overleggen binnen de gemeente, we gaan niet met u als bewoner communiceren, de graafmachine ziet u vanzelf in de straat.

Het op een na laatste goede bericht: Onze buitenlandse bessenplukkers uit Thailand zijn weer gearriveerd en ik hoor ze in de bossen fluiten op een bootsmansfluit, wat ze doen om de beren te verjagen.


Bootsmansfluit.


Het laatste bericht is dat de beloofde boeddhistische tempel in Fredrika er niet komt. De wethouder van Åsele die zich hiervoor heeft ingezet mocht aftreden. Hopelijk vinden de tijdelijk verblijvende mensen uit Thailand hun rust in het gebed bij het beeld dat onder een afdak staat. Wel is de B&B daar gered van de ondergang door een nieuw Nederlands echtpaar.


Beeld in Fredrika



Nog een p.s. voor de liefhebber…
In mijn vorige bericht had ik een klein puntje van de sluier opgelicht over de verdeling op aarde van luchtsoorten en hun brongebieden, die nodig zijn voor de ontwikkeling van een hogedrukgebied en/of een lagedrukgebied ook wel depressie genoemd.
Daar hoort bij de algemene luchtcirculatie:


Afbeelding uit ons lesboek  Ik navigeer.


De pijlen in de bol geven de algemene luchtcirculatie op aarde aan van hoog H naar laag L, hetzelfde idee als water dat van een berg stroomt. De zon is de sterkste opwarmer in de meteorologie en hierbij komt nog het verschijnsel dat warme lucht de eigenschap heeft om op te stijgen in de atmosfeer, terwijl koude lucht daalt.
De pijlcirkels aan de buitenkant van de aardbol geven dit aan. De uitstoot van Co2 door de mensheid op aarde is ook een verwarmer geworden, het zgn. broeikaseffect. Vandaar dat het klimaat over een langere periode steeds vaker van slag zal zijn.
Twee Franse scheikundigen uit 1800, Lamarck en Lavoisier, legden de grondbeginselen voor de synoptische meteorologie* voor de zeevaart.
De hedendaagse meteoroloog en zeeman werkt met gribfiles (grib is de afkorting voor gridded binary), een enorme datastroom van supercomputers uit de hele wereld om een weersvoorspelling te maken. Men kan nu een redelijk betrouwbare voorspelling maken voor  tien dagen in het vooruitzicht.

Een volgende keer meer weer en waarom de pijlen in bovenstaande tekening een hoek van ca. 20° hebben, het Coriolis effect.

* Synoptische meteorologie = weersvooruitzichten voor 6, 12 en 36 uur in UTC tijd. dit staat voor Universal Time               Coordinated. Het oude GMT.

Nu dan een paar aardige dagen, dus tot de volgende depressie.


Een wijsheid van F.L Woodleg: De regen die in juli viel, valt niet meer in augustus.


Recht zo die gaat!

F.L.Woodleg

zondag 26 juli 2015

Achter mijn PC door het weer...


Beste lezer van deze blog. 
Op 6 mei j.l. liet ik jullie weten dat ik pas in het najaar van 2015 verder zou schrijven, anekdotes die in mijn geheugen zijn blijven hangen. 
Tegenwoordig zou men zeggen: 'Even kijken wat er in mijn computer staat' (de grijze schijf) en de map 'water met schepen' aanklikken.
De zomerse werkzaamheden zijn nog niet aan kant, mede veroorzaakt door het regenachtige weer en mede door de buren die steeds weer hout komen aanbieden voor onze 'vedpanna'. Zodoende zijn Gonny en ik nog niet op zomerreces.
Jämtland, maar eigenlijk heel Zweden, kampt dit jaar met een te nat en te koud voorjaar en de zomer is niet anders. 
Deze weersomstandigheden ontstaan nabij de eilandengroep de Azoren op de Noord Atlantische Oceaan (brongebied mPL/mTL, zie kaartje hieronder). Een Lagedrukgebied, ook wel depressie* genoemd, ontstaat voor West-Europa in het gebied nabij de lijn Amerikaanse Oostkust - ingang Engels kanaal (zie kaart hieronder). Deze depressies zorgen er voor dat u en ik in Noordwest-Europa met Noord-Europa in de regen zitten. U staat misschien op een natte camping, ik moet mijn hond uitlaten in de regen. 
Zou er een groot en krachtig Siberisch hogedrukgebied (cPL) zijn met uitlopers over de Barentszzee, Witte Zee, Finland, Oostzee, dan had men het weer zoals vorig jaar, een voorjaar en zomer met veel zon en hoge temperaturen. Is er in de wintermaanden een groot en krachtig Siberisch hogedrukgebied, dan zitten we in Noord-Zweden in de -30 °C en in Nederland mogen dan de schaatsen uit het vet om koek met zopie te gaan drinken op de ijsbaan. 
Mijn advies aan al die mensen die van dit weer last ondervinden is: ga cultureel bezig. Zij die zich bevinden rond Hoting: breng een bezoek aan het automuseum van Ivars Bil.




Harry van Hotings camping laat graag in zijn kleine privé museum zien hoe de mens hier rond de twaalfde eeuw na Christus geleefd heeft.




Een bezoek aan de drafbaan (travbana) via de 'Golden Gate bridge' is ook een aanrader. Rijdend door het prachtig landschap van Andersnäset over de door de lokale bewoners onderhouden landweg treft men bijna aan het einde de drafbaan aan, een oase van rust.




Sluit de dag af door te gaan eten in Dorotea bij Ankis Bar. Een aanrader is zijn 'Västerbotten schnitzel' met frites of gebakken aardappelen naar keuze.

 
Hieronder staat heel summier één van de basiselementen van de meteorologie (weerkunde).




Plaatje en onderstaande tekst komen uit het door ons uitgegeven cursusboek Ik navigeer (klik).

Als een grote hoeveelheid lucht dezelfde vochtigheid en temperatuur heeft, wordt de lucht een luchtsoort genoemd. De luchtsoort moet wel een horizontaal gebied van 1000 km lengte beslaan, de hoogte van zo'n gebied kan variëren van 100 meter tot de totale troposfeer. De lucht in dit gebied is 3 tot 9 dagen in een zogenaamd brongebied geweest. In deze dagen kreeg de lucht zijn eigenschappen. Het brongebied ligt altijd compleet boven land of boven zee en is altijd vlak. Woestijnen en steppen zijn boven land goede brongebieden. Ook moet een brongebied (bijna) windstil zijn, omdat de lucht er een lange periode moet blijven. Als de lucht het brongebied verlaat kunnen de eigenschappen van de luchtsoort langzaam veranderen en tenslotte compleet verdwijnen. Luchtsoorten die hun eigenschappen van een brongebied boven zee hebben gekregen, zijn vochtiger dan de luchtsoorten die boven land zijn gevormd. De lucht die van boven oceanen komt wordt maritieme lucht genoemd, terwijl luchtsoorten die boven land zijn gevormd continentale lucht wordt genoemd. 
Er zijn vier verschillende basissoorten lucht, die allemaal weer in maritieme en continentale luchtsoorten verdeeld kunnen worden. 

  • EL = Equatoriale lucht, met een gemiddelde temperatuur tussen 25 en 30 °C. De vochtigheidsgraad van deze lucht is zeer hoog. Bevindt zich op 10° Nb en 10° Zb (Equatoriale stiltegordel).
  • TL = Tropische lucht, die in twee verschillende groepen moet worden verdeeld. mTL - maritieme tropische lucht is altijd vochtig en heeft een temperatuur van 25 °C. Azorenhoog 20° à 30° Nb. De tweede groep is cTL - continentale tropische lucht. Deze lucht is heel droog en heel warm, de temperatuur kan oplopen tot 50 °C. Woestijngebied.
  • PL = Polaire lucht, die in twee verschillende groepen moet worden verdeeld. mPL maritieme polaire lucht is droog en koud in de winter en de temperatuur kan dalen tot -50 °C. In de zomer is de continentale polaire lucht warm, maar nog steeds erg droog. Te vinden op een breedte van ca. 40° noord of zuid en 60° noord of zuid. 
  • AL = Arctische lucht, deze luchtsoort is koud en afkomstig uit de poolstreken.
Het verschil tussen maritieme en continentale lucht is dat maritieme lucht in de winter minder koud is als continentale lucht.


* Een depressie herkent u aan een L op de weerkaart met zijn fronten. Rood is het warmtefront, blauw is het koufront. De L       staat altijd in het centrum.


Een wijsheid van F.L. Woodleg: Regent het in augustus dan is juli voorbij.

Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg