bij het scheepvaartmuseum

bij het scheepvaartmuseum
Als schipper van het V.O.C. schip de Amsterdam

dinsdag 8 september 2015

Bergen Noorwegen – Nederland Heusden met het jacht Rob in de zomer van 1969



Op de voorgrond de vuurtoren voor Oslo. Foto internet.


De vakantie van de familie Lips, met Pa als directeur van een scheepsschroeven fabriek, was voor hem een werkvakantie met bezoeken aan zakenrelaties.
Richting het Olso fjord via Larvik en Drammen, in Oslo ging de familie van boord. We zouden ze weer zien in Stavanger, Rinus moest zich daar weer melden. De familie wilde Preikestolen (de preekstoel) zien, een klif op 600 meter boven het Lysefjord, we meerden af in Oanes. Hier werden zij opgehaald door kennissen en we voeren verder zodat ze later nabij Preikestolen weer konden inschepen. We verbleven tien dagen in de wateren rond Stavanger, hierna ging het van hotel naar hotel richting Bergen. Na een kort verblijf hier vloog de familie weer terug.




Twee maal Preikestolen (de preekstoel). Foto's internet.


De Rob was een stalen motor sailer naar een ontwerp van Pieter Beeldsnijder, gebouwd op een van werven van de Vries Lentsch, lengte ca. 16 meter. Motorvermogen ben ik vergeten. Als we voeren stond er een aggregaat aan om stroom op te wekken voor fornuis, diepvries en koelkast. Op de motor was haar maximum snelheid rond 8 knoop per uur. Op de terugreis haalden we op de zeilen 7 knoop bij halve wind komende uit de noordwest hoek windkracht 6 Beaufort.
De uitrusting: 
Voor de navigatie: log, dieptelood, radar, vloeistofkompas, stuurautomaat, VHF voor radiocommunicatie. Ze was voorzien van een hydraulische stuurmachine die door de Firma Lips was ontwikkeld. Men kon ze leveren voor ieder type schip, net als hun scheepsschroeven.
Het personeelsverblijf had vier kooien, twee aan bakboord, twee aan stuurboord in een ruimte in het achterschip boven de motorkamer. Deze was slecht geïsoleerd.
De familie gebruikte de gastenaccommodaties, die zeer goed waren geïsoleerd.

De koers stond in de kaart. Eerst door de fjorden naar Stavanger, hier bij bunkeren en nog wat vers brood inslaan. 
De weersverwachting gaf windkracht 6 uit het noordwesten. Arme Janna, wat was ze zeeziek. Maar als ik de wacht had kwam ze toch uit haar kooi om in de kuip te kunnen zitten. Haar maaltijden bestonden uit een droge snee brood met een kop thee.
De eerste aanloophaven was Den Helder, hier stapte Rinus z'n vrouw Eef aan boord. Rinus wilde ons drieën Nederland vanaf het water laten zien. We bleven de nacht over in de jachthaven van de Marine, in het clubgebouw konden we eten, nasi of bami met saté. Janna bestelde twee maal. Janna en ik namen maar de hut van de eigenaar met een dubbele kooi en een eigen natte cel. De volgende morgen na het ontbijt ging het via het Noordhollands Kanaal het werd een mooie tocht. 
We passeerden Alkmaar, via de Zaan naar Zaandam en hier het Noordzee Kanaal op. Van de Havendienst Amsterdam mochten we de nacht op eigen risico doorbrengen in de Zouthaven. We konden lopend naar De Druif voor ons slaapmutsje. Janna haar bazin mocht van Rinus meevaren naar Heusden. Pia stapte om negen uur aan boord met vers brood en we gooiden los. Eerst naar Spaarndam, dan Haarlem, Alphen a/d Rijn en Gouda, dit is een stuk van de Staande Mastroute. 
In Gouda trakteerde Pia op een Grieks etentje. Janna haalde de andere morgen verse broodjes. Om 10 uur gooiden we los en gingen richting Krimpen a/d IJssel, Alblasserdam, Dordrecht en wachtten op een opening van de spoorbrug.


Foto internet.


Hierna draaiden we de Dordtse Kil op, na 5 mijl bakboord uit rivier de Amer op, nog even en we zouden er zijn. 'Rinus, het was prachtig wat je ons hebt laten zien!' zeiden we. 
Aan het begin van de avond meerden we af in Heusden aan de Bergsche Maas. Onder het eten bij de Chinees vroeg Rinus: ‘Janna en Peter, mag ik jullie vragen om mee te varen naar de London Boat Show begin januari? Daar wordt de Rob aan het publiek getoond met een nieuw type schroef. Tijdens de showdagen, als de boot op het droge staat, slapen we in een hotel. Hierna blijven we een aantal dagen in London als er mensen zijn die de schroef in de praktijk willen zien werken. Als jullie dan samen de gasten van een hapje en een drankje voorzien in het paviljoen, dan heb ik mijn handen vrij voor de technische uitleg.’
‘Als ik vrij krijg van Pia dan graag Rinus!’ zei Janna.
‘Nou, dat mag Janna!’ zei Pia.
‘O ja Peter, meneer Lips komt morgen in de middag om je gage uit te betalen.’
‘Dan is de boot schoon en opgeruimd als hij komt Rinus.’
Rinus deed de motorkamer, de drie dames deden de hutten en ik was de dekzwabber. Om half twee stopte er een auto met chauffeur, meneer Lips stapte uit. Rinus vertelde hem onder het uitbetalen van mijn gage dat we meegingen voor de London Boat Show in januari.
‘Fijn dit te vernemen, dan word ik niet zeeziek. Ik ga nu naar kantoor, Max komt dan terug om naar Amsterdam te rijden.’
Een jaguar rijdt niet maar rolt, Janna naast mij op de achterbank, Pia naast Max. Aangekomen op het Rapenburgerplein werden onze tassen uit de kofferbak gehaald. Pia vroeg Max om binnen te komen. Officieel mocht hij het niet maar na wat Pia hem over De Druif had verteld deed hij het graag.

Het volgende bericht op deze blog zal gaan over de veranderingen in de scheepvaartwetgeving.

Voor de liefhebber hieronder: 

VERSCHIJNSELEN BIJ HET VOORBIJTREKKEN VAN EEN DEPRESSIE

Het gebied dat door het warmte- en het koufront wordt ingesloten, noemt men de warme sector van een depressie.
In deze warme sector treft men nog het oorspronkelijke evenwijdige isobarenverloop aan van de situatie vóór de storing. Rond het centrum vormen de isobaren een gesloten patroon en de wind waait spiraalsgewijs naar het punt van laagste luchtdruk. In de warme sector vindt een voortdurende aanvoer plaats van tropische lucht, die gedwongen wordt om op te stijgen langs het licht hellende warme frontvlak.
Het gevolg is dat de warme tropische lucht adiabatisch afkoelt (afkoeling door uitzetting) en bij aanwezigheid van voldoende waterdamp, zal zich op verschillende hoogten de voor een warmtefront typerende bewolking vormen.
Ver voor het front uit vormt zich op grote hoogte de cirrus bewolking. Op middelbare hoogte vormt zich de altostratus, terwijl in de lagere luchtlagen dichter bij het front, zich de nimbostratus ontwikkelt.
Aan de achterzijde van het koufront wordt lucht aangevoerd vanuit meer noordelijk gelegen gebieden. Deze lucht zal in het algemeen kouder zijn dan de reeds aanwezige koude lucht aan de voorzijde van het warmtefront. Door de veelal grotere bewegingssnelheid van de koudere lucht dan de voortplantingssnelheid van de depressie, wordt de lucht in de warme sector nabij het koufront opgetild. Er vindt geen geleidelijke opstijging plaats, maar de warme lucht wordt in meer verticale zin omhooggedreven.




Waarnemer A
Trekt een depressie ten zuiden van de waarnemer voorbij, dan zal dit o.m. merkbaar zijn doordat de wind een geleidelijk krimpend karakter heeft, zonder plotselinge richtingsveranderingen, zoals bij het voorbijtrekken van een front.
Door adiabatische afkoeling worden nabij het koufront cumulus en/of cumulonimbus wolken gevormd, waaruit een zeer buiige neerslag kan vallen. De neerslag voorafgaande aan het warmtefront zal daarentegen altijd een gelijkmatig karakter hebben.
Bij het warmtefront ligt de neerslagzone voornamelijk vóór het front, terwijl bij het koufront deze zone zich voor het grotere deel achter het front bevindt.
In het algemeen liggen de isobaren aan de achterzijde van een depressie het dichtst bij elkaar. De gradiënt is hier het grootst, waardoor de windkracht groter zal zijn dan aan de voorzijde. Het gebied waar de grootste windsnelheden in een depressie worden aangetroffen, noemt men de trog van de depressie.

Waarnemer B
Wanneer de waarnemer zich bevindt in de baan die door het centrum wordt gevolgd, dan zal de windrichting bij een vallende barometer nagenoeg gelijk blijven bij het naderen van de depressie. Na passage van het centrum, gepaard gaande met een kortstondige afname van de windkracht, zal de wind omslaan van een zuidelijke naar een noordelijke wind.

Waarnemer C
Passeren het warmtefront en later het koufront de waarnemer, dan zal voor deze waarnemer de wind steeds een ruimend karakter hebben met windsprongen bij het passeren van de fronten.
De depressie (gebied van de laagste luchtdruk) trekt ten noorden van de waarnemer voorbij.

Uit ons lesboek Ik navigeer.

Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg

donderdag 27 augustus 2015

Voor 8 weken naar het jacht 'Rob' van de firma Lips uit Drunen



Met motor sailer 'Rob' zes weken varen in de Noorse fjorden in de rang van Pees Boy.


Nu ik dit zo schrijf denk ik terug aan de zomer van 1969, alweer 46 jaar geleden, toen een jongen van 20 jaar, nu een man van 66 met een verleden, maar toen nog de toekomst voor zich.

De terugreis van de Fiji-eilanden (M.S. Blue Marleen) ging via Brisbane, Singapore, London naar Amsterdam, een reis van 56 uur. Hilary gebeld vanaf het vliegveld, zij was nu gelegerd in het Military Hospital van Watchet (Bristol Canal). 
'Na de feestdagen word ik overgeplaatst naar Gibraltar. Misschien kom ik met kerstverlof naar Amsterdam als jullie dat leuk vinden, ik bel vanavond met Janna, slaap je daar vannacht?
Ze gaat een paar dagen mee op een jacht met jou vertelde ze mij.’  
Hilary was naar haar opleiding in het St. Thomas Hospital in London in het Britse leger gegaan voor een verdere opleiding als nurse.
Hierna belde ik Janna of ze mij wilde komen afhalen op Schiphol. Plunjezak van de bagageband langs de douane en een zoen van Janna. We reden eerst even langs het kantoor van Gruno. ‘Peter, daar heeft Cees Smit om gevraagd. Hij heeft geregeld dat ik mee mocht varen op jouw verzoek.’
‘Het wordt Kristiansand Sud in Noorwegen.’ Cees Smit had de arbeidsovereenkomst voor acht weken op een jacht klaar liggen voor de handtekening. ‘Je wordt uitbetaald aan boord bij terugkomst in Heusden. Ze zijn op de hoogte dat je in september naar de Zeevaartschool gaat.’ Hij overhandigde mij een envelop met reisgeld.
‘Dit is voor jullie samen, morgen in de ochtend graag afreizen naar Heusden met het openbaar vervoer. Eerst de trein naar Den Bosch, daar staat een bus die naar Heusden gaat. In het centrum van de vestingstad uitstappen. Het jacht ligt in de binnenhaven is mij verteld en de schipper is aan boord. De ‘Rob’ is een tweemaster type Motor Sailer. Schipper Rinus de Jager had graag gezien dat jullie rond de middag aan boord zijn. Hij wil dan naar Rotterdam varen om daar de volgende dag te bunkeren en te provianderen. Hij gaat proberen of Janna mee terug kan vliegen met de zakenvriend van de familie Lips die hen naar Kristiansand Sud vliegt. Voor jou ligt er kleding aan boord Peter in de maten die je ons doorgaf.
Wat de bootschoenen betreft, deze zijn verplicht aan boord, koop maar drie paar en een paar voor Janna. De factuur sturen ze maar naar ons. De winkel ‘De Tagerijn’ zit op de Houtmankade.’
Twee dagen later voeren we de Nieuwe Waterweg af en buitengaats werden de zeilen gezet. Rinus had wel laten zien hoe het moest, maar toen lag het jacht stil. Ik was blij met het antislip onder mijn bootschoenen. Er stond een lichte bries uit het zuidoosten en de motor bleef bij staan. Rinus wilde dat ze een snelheid van 6 à 7 knopen liep, ze lag als een meeuw op het water. De koersen stonden in de kaarten 3 mijl uit de Nederlandse kust. Bij IJmuiden moesten we uit gaan sturen om zo buiten de zandbanken van de Zuiderhaaks te blijven. Om 16.00 uur nam Rinus de wacht over ter hoogte van Zandvoort.
Ik ging bij Janna in de kuip zitten, ze voelde zich niet erg lekker als ze in de stuurhut zat. In de frisse lucht voelde zij zich goed, zeebenen had ze ook nog niet. Slapen in een kooi van 70 cm breed die bewoog achter een kooigordijn was ook vreemd. Motorlawaai onder je kooi met het pompende geluid van de stuurmachine aan je voeteneind moest ook wennen. 
‘Is het op alle schepen zo?’ wilde Janna weten. 
‘Ja, maar op een gegeven moment wordt het een slaapliedje.’
Rinus en ik liepen een wacht van 4 op 4 af. Toen ik om 20.00 uur weer de wacht overnam, bevonden we ons ter hoogte van Petten, herkenbaar aan de kernreactor. De Nederlandse kustlijn vervaagde langzaam. Voor Janna een kop thee met droge beschuit gehaald. Ze bleef in de kuip zitten. Zo gauw ze uit de frisse lucht kwam sloeg de zeeziekte toe. Ik nam maar een bord wortelstamppot die Rinus gemaakt had. De vuurtorens gingen aan ons voorbij...


Lange Jaap, Huisduinen.
Bron: "Vuurtoren-Huisduinen". Licensed under CC BY-SA 3.0 via Wikimedia Commons.


Lange Jaap Huisduinen (Den Helder) de vuurtoren die het sterkste licht van de Nederlandse kust heeft. Ter hoogte van vuurtoren Vuurduin van Oost-Vlieland werd de koers verlegd op Kristiansand Sud, nog 300 mijl te gaan.


Vuurtoren Vuurduin van Oost-Vlieland.
Bron: "LeuchtturmVlieland" by Kgw at de.wikipedia. 


Rinus nam de wacht over, ik ging Janna naar haar kooi brengen. Hierna moest ik nog even terug aan dek komen om de zeilen door te halen. De motor mocht uit, volgens de log* liepen we 6 knoop door het water. Toen ik naar mijn kooi ging kon ik Janna vertellen dat we zeilden. 
‘Wat een rust.’ hoorde ik haar zeggen van achter haar kooigordijn.
‘Is het ruisen wat ik nu hoor het water dat langs de romp stroomt? Dit is een beter slaapliedje. Over drie uur moet je er weer uit, roep je mij dan ook Stuurman? Voor mij geen koffie, graag thee met een droge beschuit.’
Veertig uur later meerden we af in Kristiansand Sud. Janna had haar eerst zeereis volbracht en vond zelf dat ze nu zeebenen had. Nu wilde ze graag koffie en dan warm eten. 
De familie Lips, pa en ma met de drie dochters, stapte twee dagen later aan boord voor zes weken vakantie.
Janna vloog mee terug naar vliegveld Eindhoven. ‘Als ik thuiskom ga ik Hilary bellen.’ zei Janna, ‘vertellen over mijn zeereis.’ 
Wanneer de familie weer werd opgehaald was er voor Janna de mogelijkheid mee te vliegen met Huub. Hij zou haar informeren wanneer hij de familie ging ophalen.
Mijn taak voor de komende tijd: Het schip schoonhouden, koelkasten bijvullen, voor de dochters de speedboot varen zodat ze konden waterskiën en met twee woorden spreken. Eigenlijk was ik dus een Pees Boy (= jongen die allerlei klusjes moet doen) in plaats van Stuurman. Soms wilde de hele familie naar een afgelegen plek om naakt te kunnen zonnen, ik bracht ze dan in de sloep. Ging maar wat vissen als tijdverdrijf voor ons avondeten. Rinus kookte voor ons beiden. Werd er gefloten vanaf de afgelegen plek, dan wilden zij weer terug naar de Rob. De familie voorzag zichzelf van de lunch als ze aan boord waren. Dineren, slapen en ontbijten deed men in hotels. We lagen meer in havens dan dat we voeren. Noemt men dit geen pleziervaart?

* Log = een snelheidsmeter.

In het volgende bericht meer informatie over het jacht en over de terugreis naar Heusden.


Dan dit nog voor de liefhebber; het Coriolis effect in de meteorologie.

Coriolis effect:

De afwijkende richting door de aardrotatie. Het openbaart zich als een schijnbare afwijking naar rechts op het noordelijk halfrond gezien vanaf de Noordpool en op het zuidelijk halfrond een schijnbare afwijking naar links gezien vanaf de Zuidpool.





De meteoroloog kan met deze wetenschap de windrichting in een weerkaart plaatsen door het bovenstaande effect toe te passen als hij een weerkaart gebruikt met isobaren. Isobaren zijn lijnen die plaatsen verbinden met gelijke luchtdruk. Voor de weerkaart wordt de isobaar herleid tot zeeniveau. De meteoroloog kan tevens de windkracht bepalen aan de afstand met het luchtdrukverschil tussen de isobaren. Voor u; hoe dichter de isobaren op elkaar liggen, hoe meer windkracht. Liggen ze ver uit elkaar dan is er weinig wind. 


Weerkaart met o.a. isobaren.
De vakjes met namen van gebieden zijn voor de scheepvaart.


Voor de windrichting kunt u gebruik maken van de Wet van Buys Ballot (de eerste directeur van het KNMI 1854).
De huidige meteoroloog maakt gebruik van informatie van weersatellieten die hun gegevens bundelen in super computers tot de zogenaamde gribfiles. Zij zijn vandaag de dag het belangrijkste hulpmiddel in de meteorologie. Daarnaast liggen er over de wereldzeeën ook waarnemingsboeien die bruikbare gegevens aanleveren via de satelliet (film ‘The perfect storm’).
Toen er nog geen weersatellieten waren was men geheel afhankelijk van scheepswaarnemingen: koopvaardijschepen, visserijschepen, marineschepen, lichtschepen, boorplatforms over de wereldzeeën. Zij leveren hun bijdrage om de meteorologische instituten aan de wal van informatie te voorzien. 
Enkele hiervan: luchtdruk, buitentemperatuur, zeewatertemperatuur, bewolking. 
De waarnemingen geschieden door een stuurman op vaste tijden (synoptische tijden): 00.00 – 06.00 – 12.00 – 18.00 uur UTC (Universal time coordinated) en worden volgens een vast schema gecodeerd verzonden. Vroeger via de scheepsradio naar Scheveningen Radio die deze berichten doorstuurde naar het KNMI. 
Tegenwoordig gaat de informatie van schepen per e-mail rechtstreeks naar een meteorologisch instituut gestuurd, voor Nederland is dit het KNMI. Met al deze gegevens gaat de meteoroloog aan de slag om voor ons aan land, op zee en in de lucht een weersverwachting te doen, de analyse 6, 12 uur kaart. De prognose 24, 36, 48 uur kaart en zelfs een termijn van 10 tot 14 dagen behoort tot de mogelijkheden tegenwoordig.

Uit ons lesboek 'Ik navigeer'.
De volgende keer: De verschijnselen bij het voorbijtrekken van een depressie.

Recht zo die gaat!

F.L.Woodleg

donderdag 6 augustus 2015

De vooruitgang op het Zweedse platteland


Beste lezers,

Het was wederom weer voor een blog en deze gaat over het heden rondom mijn huidige verblijfplaats op het Zweedse platteland. Regen en een beetje verveling drijven mij weer achter de pc. ’s Middags klaverjassen in Dutch House nabij Dorotea gaat ook vervelen, vooral als het de Nederlanders zijn die steeds weer met de 1e prijs, een gebraden kip of een braadworst naar huis gaan. De prijzen worden aangeboden door de lokale clandestiene stokerij. Onze tegenstanders zijn veelal ex bewoners uit Germany en the UK, zij gaan met de poedelprijs naar huis, een Mars reep. Het winelement zit ‘m in de hoeveel schnaps die je tegenstander inneemt voor en tijdens de match.


De illegale stokerij, rekening houdend met de privacy.

De drie onderstaande foto’s geven een impressie van Hoting in de regen die mij iedere morgen weer doet zeggen: ‘Na regen komt zonneschijn’. Sim ligt dan zachtjes te brommen in zijn mand: ‘Word ik weer afgedroogd als ik van buiten kom!’


Een natte boel bij gastenhuisje en werkplaats.


Klover en zaagmachine achter op het erf blijven afgedekt.


Het weer zat in week 31 wederom tegen. Anderhalve droge dag in deze week waren voor ons voldoende om het gekregen kachelhout in onze houthokken te stouwen. Heerlijk eerlijk hout en al drie jaar gedroogd, dus voor direct gebruik.
Grasmaaien en sloten schoonmaken doen we maar in de volgende droge periode, evenals het buiten zitten en barbecueën.
Maar ook in Hoting staat de tijd niet stil, het dorp wordt ook meegetrokken in de vaart der vooruitgang. Het eerste teken van de vooruitgang is dat we sinds drie jaar deze mogelijkheid hebben om ons te voeden met junkfood:




Het tweede teken van de vooruitgang is dat we hier eerst een paar gezinnen hadden die geplaatst waren door vluchtelingenhulp, vanaf december 2014 werden er weer gezinnen geplaatst wat zich langzaam uitbreidde in het jaar 2015. Het komt eigenlijk hier op neer dat er boven de lijn Gävle richting Noorse grens de oorlogsvluchteling wordt geplaatst in het dun bevolkte land van Noord-Zweden. Het is te hopen dat de vluchteling hier wil en kan integreren in kaftan, boerka of in Ali Baba broek. Het onderstaande bord deed hier in het dorp zijn intrede in juli.


Bord verderop in het dorp met een enorme onweersbui op komst.


Teken nummer drie: Na vier lange jaren van beloftes en gezwam in buurtlokalen met gratis koffie met koek, krijgt het dorp haar beloofde glasvezelkabel voor internet en tv. De bordjes zijn geplaatst in het centrum voor hen die kabel aansluiting willen, maar wanneer?


Wij hebben ook het formulier ingevuld, maar niets gehoord, laat staan
dat we een bordje hebben gekregen dat we fiber besteld hebben.


Woon je ten noorden van de watertoren van Hoting dus in Hoting-Noord zoals wij, dan is er een mogelijkheid om tegen extra betaling een aansluiting te krijgen. Hoeveel weet de exploitant nu nog niet. De gemeente gaat bekijken of er een subsidiepotje gemaakt kan worden. Vergaderen, overleggen binnen de gemeente, we gaan niet met u als bewoner communiceren, de graafmachine ziet u vanzelf in de straat.

Het op een na laatste goede bericht: Onze buitenlandse bessenplukkers uit Thailand zijn weer gearriveerd en ik hoor ze in de bossen fluiten op een bootsmansfluit, wat ze doen om de beren te verjagen.


Bootsmansfluit.


Het laatste bericht is dat de beloofde boeddhistische tempel in Fredrika er niet komt. De wethouder van Åsele die zich hiervoor heeft ingezet mocht aftreden. Hopelijk vinden de tijdelijk verblijvende mensen uit Thailand hun rust in het gebed bij het beeld dat onder een afdak staat. Wel is de B&B daar gered van de ondergang door een nieuw Nederlands echtpaar.


Beeld in Fredrika



Nog een p.s. voor de liefhebber…
In mijn vorige bericht had ik een klein puntje van de sluier opgelicht over de verdeling op aarde van luchtsoorten en hun brongebieden, die nodig zijn voor de ontwikkeling van een hogedrukgebied en/of een lagedrukgebied ook wel depressie genoemd.
Daar hoort bij de algemene luchtcirculatie:


Afbeelding uit ons lesboek  Ik navigeer.


De pijlen in de bol geven de algemene luchtcirculatie op aarde aan van hoog H naar laag L, hetzelfde idee als water dat van een berg stroomt. De zon is de sterkste opwarmer in de meteorologie en hierbij komt nog het verschijnsel dat warme lucht de eigenschap heeft om op te stijgen in de atmosfeer, terwijl koude lucht daalt.
De pijlcirkels aan de buitenkant van de aardbol geven dit aan. De uitstoot van Co2 door de mensheid op aarde is ook een verwarmer geworden, het zgn. broeikaseffect. Vandaar dat het klimaat over een langere periode steeds vaker van slag zal zijn.
Twee Franse scheikundigen uit 1800, Lamarck en Lavoisier, legden de grondbeginselen voor de synoptische meteorologie* voor de zeevaart.
De hedendaagse meteoroloog en zeeman werkt met gribfiles (grib is de afkorting voor gridded binary), een enorme datastroom van supercomputers uit de hele wereld om een weersvoorspelling te maken. Men kan nu een redelijk betrouwbare voorspelling maken voor  tien dagen in het vooruitzicht.

Een volgende keer meer weer en waarom de pijlen in bovenstaande tekening een hoek van ca. 20° hebben, het Coriolis effect.

* Synoptische meteorologie = weersvooruitzichten voor 6, 12 en 36 uur in UTC tijd. dit staat voor Universal Time               Coordinated. Het oude GMT.

Nu dan een paar aardige dagen, dus tot de volgende depressie.


Een wijsheid van F.L Woodleg: De regen die in juli viel, valt niet meer in augustus.


Recht zo die gaat!

F.L.Woodleg

zondag 26 juli 2015

Achter mijn PC door het weer...


Beste lezer van deze blog. 
Op 6 mei j.l. liet ik jullie weten dat ik pas in het najaar van 2015 verder zou schrijven, anekdotes die in mijn geheugen zijn blijven hangen. 
Tegenwoordig zou men zeggen: 'Even kijken wat er in mijn computer staat' (de grijze schijf) en de map 'water met schepen' aanklikken.
De zomerse werkzaamheden zijn nog niet aan kant, mede veroorzaakt door het regenachtige weer en mede door de buren die steeds weer hout komen aanbieden voor onze 'vedpanna'. Zodoende zijn Gonny en ik nog niet op zomerreces.
Jämtland, maar eigenlijk heel Zweden, kampt dit jaar met een te nat en te koud voorjaar en de zomer is niet anders. 
Deze weersomstandigheden ontstaan nabij de eilandengroep de Azoren op de Noord Atlantische Oceaan (brongebied mPL/mTL, zie kaartje hieronder). Een Lagedrukgebied, ook wel depressie* genoemd, ontstaat voor West-Europa in het gebied nabij de lijn Amerikaanse Oostkust - ingang Engels kanaal (zie kaart hieronder). Deze depressies zorgen er voor dat u en ik in Noordwest-Europa met Noord-Europa in de regen zitten. U staat misschien op een natte camping, ik moet mijn hond uitlaten in de regen. 
Zou er een groot en krachtig Siberisch hogedrukgebied (cPL) zijn met uitlopers over de Barentszzee, Witte Zee, Finland, Oostzee, dan had men het weer zoals vorig jaar, een voorjaar en zomer met veel zon en hoge temperaturen. Is er in de wintermaanden een groot en krachtig Siberisch hogedrukgebied, dan zitten we in Noord-Zweden in de -30 °C en in Nederland mogen dan de schaatsen uit het vet om koek met zopie te gaan drinken op de ijsbaan. 
Mijn advies aan al die mensen die van dit weer last ondervinden is: ga cultureel bezig. Zij die zich bevinden rond Hoting: breng een bezoek aan het automuseum van Ivars Bil.




Harry van Hotings camping laat graag in zijn kleine privé museum zien hoe de mens hier rond de twaalfde eeuw na Christus geleefd heeft.




Een bezoek aan de drafbaan (travbana) via de 'Golden Gate bridge' is ook een aanrader. Rijdend door het prachtig landschap van Andersnäset over de door de lokale bewoners onderhouden landweg treft men bijna aan het einde de drafbaan aan, een oase van rust.




Sluit de dag af door te gaan eten in Dorotea bij Ankis Bar. Een aanrader is zijn 'Västerbotten schnitzel' met frites of gebakken aardappelen naar keuze.

 
Hieronder staat heel summier één van de basiselementen van de meteorologie (weerkunde).




Plaatje en onderstaande tekst komen uit het door ons uitgegeven cursusboek Ik navigeer (klik).

Als een grote hoeveelheid lucht dezelfde vochtigheid en temperatuur heeft, wordt de lucht een luchtsoort genoemd. De luchtsoort moet wel een horizontaal gebied van 1000 km lengte beslaan, de hoogte van zo'n gebied kan variëren van 100 meter tot de totale troposfeer. De lucht in dit gebied is 3 tot 9 dagen in een zogenaamd brongebied geweest. In deze dagen kreeg de lucht zijn eigenschappen. Het brongebied ligt altijd compleet boven land of boven zee en is altijd vlak. Woestijnen en steppen zijn boven land goede brongebieden. Ook moet een brongebied (bijna) windstil zijn, omdat de lucht er een lange periode moet blijven. Als de lucht het brongebied verlaat kunnen de eigenschappen van de luchtsoort langzaam veranderen en tenslotte compleet verdwijnen. Luchtsoorten die hun eigenschappen van een brongebied boven zee hebben gekregen, zijn vochtiger dan de luchtsoorten die boven land zijn gevormd. De lucht die van boven oceanen komt wordt maritieme lucht genoemd, terwijl luchtsoorten die boven land zijn gevormd continentale lucht wordt genoemd. 
Er zijn vier verschillende basissoorten lucht, die allemaal weer in maritieme en continentale luchtsoorten verdeeld kunnen worden. 

  • EL = Equatoriale lucht, met een gemiddelde temperatuur tussen 25 en 30 °C. De vochtigheidsgraad van deze lucht is zeer hoog. Bevindt zich op 10° Nb en 10° Zb (Equatoriale stiltegordel).
  • TL = Tropische lucht, die in twee verschillende groepen moet worden verdeeld. mTL - maritieme tropische lucht is altijd vochtig en heeft een temperatuur van 25 °C. Azorenhoog 20° à 30° Nb. De tweede groep is cTL - continentale tropische lucht. Deze lucht is heel droog en heel warm, de temperatuur kan oplopen tot 50 °C. Woestijngebied.
  • PL = Polaire lucht, die in twee verschillende groepen moet worden verdeeld. mPL maritieme polaire lucht is droog en koud in de winter en de temperatuur kan dalen tot -50 °C. In de zomer is de continentale polaire lucht warm, maar nog steeds erg droog. Te vinden op een breedte van ca. 40° noord of zuid en 60° noord of zuid. 
  • AL = Arctische lucht, deze luchtsoort is koud en afkomstig uit de poolstreken.
Het verschil tussen maritieme en continentale lucht is dat maritieme lucht in de winter minder koud is als continentale lucht.


* Een depressie herkent u aan een L op de weerkaart met zijn fronten. Rood is het warmtefront, blauw is het koufront. De L       staat altijd in het centrum.


Een wijsheid van F.L. Woodleg: Regent het in augustus dan is juli voorbij.

Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg

woensdag 6 mei 2015

Nu heerlijk naar buiten, daar is van alles te doen en daarom...




is dit voorlopig mijn laatste bericht, dus even een zomerstop.


Vorig jaar toen ik ging 'weiderollen' bij Hendrik Jan en Joke, net als de laatste jaren ervoor.


Dit jaar niet naar en NL en dus geen agrarische werkzaamheden met trekker en weiderol op Armweide (Ruinen). Ik hoop dat dit geen al te grote consequenties heeft voor het land van Hendrik Jan en Joke. 
In mijn tijd op de lagere landbouwschool in Dwingeloo ging het meeste werk nog met paard. Leraar Brinkman bracht ons het ploegen met paard bij op de akkers in Juttendel van Hendrik Smit z’n ouders van Oldenhave. Later kreeg deze Hendrik samen met zijn vrouw Jannie een pracht van een nieuw melkveebedrijf in het buurtschap Hees. Er was geen opvolger en het bedrijf werd een paar jaar geleden verkocht. Ze kochten een huis in Geuzinge (Ruinen) met een stuk grond erbij voor een paard, tijd om de wereld in te gaan. 
Uit onze klas waren er twee die in die tijd al een tractor op het bedrijf hadden, maar zowel Jan Feensta uit Doldersum als Arend Bijker uit Ansen gingen niet de landbouw in, evenals Peter uit de Westerstraat in Ruinen die de zeeën en oceanen ging doorploegen.
 


Frits en Willem voor de weidesleep.
Foto van "Oan 'e Dyk" te Paesens.

 




Uiteindelijk zou deze Peter na zijn pensionering in een rustiger zee terechtkomen om aardappels te kunnen gaan verbouwen in Jämtland in het noorden van Zweden, ver van de havens met zijn gevaarlijke kroegen en hun uitbaters.

  


De boeren met vetweiders hier in het noorden van Jämtland rollen hun weiland niet, er zitten teveel stenen in de grond.
Ze rijden wel mest uit, maar een mestboekhouding… nooit van gehoord. Zo nu en dan zien we een advertentie in het weekblad dat ze weer bio vlees te koop hebben in pakken van 10 kg. Hetzelfde doen de aardappelboeren met hun product, een keer per maand gaan ze de dorpen af met hun vrachtwagen. Ook dit wordt aangekondigd in het weekblad.
Er staan hier veel boerenbedrijven leeg, tijd voor een sloopregeling als in Nederland? Nee. Soms komt daar een buitenlander op af, prachtige plek leuk in het bos ver van snelweg en dorp. Maar dan wordt het winter en hoe komen de kinderen op school, er komt geen schoolbus door de sneeuw, de gemeente ruimt er geen sneeuw meer want het huis stond al jaren leeg.
Hoe houd ik mijn huis warm want het stookhout is vaak nog te nat, twee jaar laten drogen vindt men onzin, schoorstenen zijn vaak van binnen kapot en dan moet er een nieuwe binnenpijp in.
De waterput bevriest op koude dagen, ramen en vloeren tochten en vaak zit er schimmel tussen de muren. Men verdwijnt, zet het weer te koop. Maar wie zal het kopen? Weg droom van een leven in de natuur met een B&B met tevens appartementen verhuur, of een kaaswinkel of fietswinkel. Er zijn enkele van die gevallen bekend dat men berooid terugkeert, de depressie is dan nog erger dan toen men kwam.
Maar er zijn er ook die slagen. Vijftig melkkoeien en leveren aan een kleine melkfabriek die ook de melk van de lokale geitenboer verwerkt. Of die een camping kochten en in de winter sneeuwtochten doen met sledehonden of sneeuwscooters. Of die een winkel overnamen, geen dollartekens in de ogen hadden maar het positief benaderden. Zweden werd hun land.




In het weekblad de Boerderij las ik dat het in Nederland ook een groeiend probleem aan het worden is, de leegstand van agrarische bedrijven. Het woonhuis lijkt me geen probleem maar wat doe je met de stallen en de kassen?

Wij gaan de zaag- en kloofmachine gereed maken. Er ligt weer hout, deze keer uit eigen bos en een stam of tien van Clas gekregen. De te grote stukken klooft hij voor ons samen met Bosse, hij heeft een zware klover achter zijn trekker.


De kloofmachine achter de quad

Nu heerlijk naar buiten, daar is van alles te doen en daarom… tot in het najaar van 2015!
Vergeet niet mijn PS te lezen onderaan!

F.L. Woodleg groet jullie.


PS
In het bericht van 1 april j.l. met de titel ‘Kok Nol en Moppie Tol’ schreef ik over mijn tocht met een huifkar in 1998. De eerste keer dat ik weer in Ruinen kwam nadat ik als vlucht voor mijn stiefmoeder naar zee was gegaan als puber.
Een dag of wat geleden gingen we wat foto’s uitzoeken en vonden daar nog wat foto’s uit vervlogen tijden…


Samen met het paard en mijn hond Cayan op de Havelter heide


Hier staat de huifkar vast in het mulle zand van de Havelter heide, oefenterrein van defensie. Enkele soldaten in oefening hielpen mij weer uit het zand.

We zijn ook een keer vastgelopen in de bossen van Doldersum, hier moest hulp komen van Jan Schipper met zijn tractor.
Hij was ook een oud leerling van de Landbouwschool en zat destijds een paar klassen hoger.


Op de Secteweg in Stuifzand



Dit is de boerderij aan de Westerstraat nr. 22, waar ik met mijn vader en stiefmoeder woonde tot ik ging varen, het is nu een winkel. De veranda is er later aangebouwd. Het raam rechtsboven op de foto was mijn slaapkamer.
Deze foto maakte Gon in 2005.


Recht zo die gaat!

F.L.Woodleg



donderdag 23 april 2015

Het motorbaasje


Nu de anekdote over mij als aflosstuurman op de Vedette van Beck’s Scheepvaartkantoor.


Eigen foto uit die tijd


De Vedette van 1967: Laadvermogen 750 ton, Bronsmotor 350 pk, snelheid 8 knopen.
Regelmatige dienst: Vasteland Europa – Engeland, veel kleine havens waar je je thuis voelde in de local pub.
De bemanning bestond uit: Kapitein, stuurman, machinist, drie matrozen en een kok.
De kapitein was een rustige man van rond de 40 jaar, hij reed motor welke hij aan boord had staan. Als het maar even kon ging hij hiermee naar zijn Bep in Oosterhout. In Engeland gaf mij dit iets meer vrijheid, dus mijn auto aan boord genomen zodat ik me gemakkelijker kon verplaatsen.
Deze Vedette blijft in mijn geheugen staan door het motorbaasje die de vaste machinist kwam aflossen.
Op zekere dag kwam de kapitein de messroom binnen: ‘Meester, je mag een paar weken met verlof en wij krijgen er die lul van een motorbaasje voor terug (motorbaasje was al eerder aflosser op de Vedette geweest). Het is ook de enige keer geweest dat ik deze kapitein een ruw woord heb horen zeggen over een bemanningslid.
Een dag later stond het motorbaasje op de kade in Antwerpen. De meester en ik stonden aan dek en namen zijn bagage aan. De jongeman stelde zich voor als de nieuwe hoofdmachinist lerend voor VD*. ‘Dat zal met deze stuurman en matrozen geen probleem zijn, zij weten wel waar en bij wie je moet zijn voor VD*’ zei de meester. Ons nieuwe motorbaasje keek hem wat vragend aan, maar ging mee naar de messroom voor koffie. Binnen een half uur wisten wij hoe goed hij was en dat hij de schipper van de reddingboot kon vertellen hoe hij een schip moest vlot trekken van de banken bij Hindeloopen. Zijn kennis van de machinekamer van de reddingboot kon men niet evenaren, er lagen op kantoor bij de K.N.R.M. in IJmuiden al diverse rapporten van hoe het moest. ‘Er zal weer een hoop werk voor mij te doen zijn als ik na deze periode weer op station Hindeloopen kom. Maar eerst ga ik jullie het Antwerpen laten zien van de zeeman bij nacht, het eerste biertje is van mij', zei motorbaasje (de gehele bemanning ging altijd naar de bioscoop, wij waren wereldvreemd in de zeemanskwartieren). 
De meester ging maar een dag later naar huis, want hij wilde het aangeboden biertje niet missen en het nachtleven leren kennen onder begeleiding kon hij wel verantwoorden tegenover zijn verloofde.
In het oude Schipperskwartier was er een regel, vanaf het centrale plein waar alle straten begonnen, bevonden zich aan de rechterkant de gelegenheden zoals bars en de verlichte ramen met vrouwen.
Aan de linker zijde vond men de gelegenheden waar men ‘vrouwen’ aantrof met een handvat van voren en er zaten mooie stukken tussen. Zo ook in de animeerbar waar ons motorbaasje ons op een biertje trakteerde. Hij kreeg een compliment van ons omdat hij ons door  zijn kennis en ervaring mee liet genieten van een gelegenheid met zulk mooi vrouwelijk schoon en waar het bier zo goed getapt werd.
Na ons tweede biertje vroeg de Lady boy die achter de tap stond of de madammekes aan de bar mee mochten drinken, zij dronken graag een piccolo (5x de prijs van een biertje). ‘Doe de glazen vol!’ zei ons motorbaasje. ‘Ho ho vriend,’ zeiden wij in koor, ‘er is hier geen gezamenlijke rekening!’ ‘Geen punt! Ik wil zo nog even achter het gordijn met zo’n stoot, zet de fles alvast maar in de koeler.’ Even later ging hij achter het gordijn op de bank van de Dennis Bar met zijn Bunny en wij namen nog maar een fluitje en wachtten tot het gordijn weer werd geopend. Na terugkomst aan de bar vroeg ik hem of hij nu gemakkelijk over drempels kon stappen, dit beaamde hij. De volgende morgen onder de koffie wilden wij wel eens weten hoe het achter het gordijn was geweest met een man in dameskleding. Hij begon een ietwat te kleuren en haperde: ‘Het maakt toch niet uit hoe en door wie je het hoogtepunt bereikt?’ ‘Ja knul, daar zul je gedeeltelijk gelijk in hebben want als de druk hoog is, is er altijd wel een helpende hand. Maar als wij ter kooi gaan zullen wij onze hutdeuren op slot doen zolang jij bij ons aan boord verblijft.’
Het is later toch goed gekomen met het enige en beruchte motorbaasje.
Enkele jaren later, toen ik al kapitein was, kwam hij als aflosser aan boord. Dit deed de 1e stuurman zeggen: ‘Die lul van een…’ Toen hij als kapitein bij Beck voer op de Proton van 1964, had hij de kennis en ervaring van het motorbaasje mogen ervaren.
Laatst las en zag ik ergens dat het enige en beruchte motorbaasje (Jantje) getrouwd is en een klein kind op schoot had. Maar ja, Antwerpen met zijn Schipperskwartier en de Vedette zullen wel altijd als een zwarte bladzijde in zijn leven blijven.

VD* 1 hij leerde voor het Voorlopig Diploma van scheepswerktuigkundige.
VD* 2 slaat op Venereal Diseases; Engels voor geslachtsziekten.


De Victress, ook uit mijn fotoalbum


Op de Victress. Bouwjaar 1963, 650 laadtonnen met een bemanning van 7 personen. Hierop maar enkele weken afgelost. Havens Antwerpen - Ipswich – King’s Lynn – Antwerpen – Middlesbrough en hier even een biertje in the Captain Cook, hierna uiteraard naar nachtclub The Bongo voor de Vodka and Lime en je werd wakker met pijn in hoofd. In Rotterdam van boord want ik moest naar de Comtesse.


Comtesse



Comtesse, 1000 ton laadvermogen, tussendekken, 750 pk Bronsmotor, snelheid 11 knopen, bemanning 9 personen. Een echt stukgoed schip.
De Comtesse lag in Duinkerken op mij te wachten, mijn collega was spontaan naar huis gegaan.
In een charter bij Van Uden, een lijndienst: Franse havens - Marokko.
Hier maakte ik kennis met een ander type kustvaart kapitein.
Laat ik hiermee beginnen, hij verstond zijn vak.
Een kapitein die je met U moest aanspreken, kortom men moest respect tonen want hij was de zoon van een Friese ondernemer (pa verkocht het ochtendblad op C.S. Leeuwarden).
Het was voor twee rondreizen en bij het van boord gaan zei ik hem: 'Als ik ooit op C.S. Leeuwarden kom, koop ik daar een ochtendblad', hij gaf mij geen hand.
Hierna als aflosser naar het zusterschip Arrow, deze voer in lijndienst Portugal – Bristol met Portwijn en stukgoed.
De kapitein van de Arrow hield van de verdeel en heers mentaliteit op zijn schip. Ik was niet helemaal zijn stuurman, in de Golf van Biskaje heb ik de soeppan waarin hij zijn onderbroeken stond te koken met inhoud en al te water gelaten. 
Bij afmonstering had hij een bedrag van Hfl. 75, =  in rekening gebracht op mijn eindafrekening, welke ik uiteraard weigerde te tekenen voor akkoord. Bij thuiskomst wilde het hoofd personeelszaken, de heer Volmer wel precies weten waarom er een weigering was. Eerder kon er geen gage-afrekening worden opgemaakt. 
Na mijn verhaal aangehoord te hebben zei hij: ‘Ik mag hier niet alleen over beslissen.’ Enige dagen later telefoon van Beck Scheepvaart hoofd technische dienst: Men vond wel dat de kapitein juist had gehandeld, maar ik had de kapitein hierop moeten aanspreken op deze wijze: ‘Een pan behoort te worden gebruikt waarvoor hij is gemaakt.’ Hij zou de kapitein verwittigen om een aantal wasemmers te bestellen zodat de rederij niet weer op onnodige kosten zou worden gejaagd en er was ook een nieuwe pan besteld voor de kok. Hij zou mij graag over enkele maanden aan boord zien van het schip dat nu in de afbouwfase lag. De kapitein Jan de Boef had graag gezien dat ik daar als stuurman aan boord kwam.


Tycha


Nog even naar de Tycha voor zes weken, deze voer in lijndienst Portugal – London, wijn en stukgoed. Deze kapitein zag ik alleen als het schip voer en bij aan- en afmeren. Er hing altijd een geur van whisky om hem heen. Een half uur na aankomst ging hij van boord met de woorden: ‘Lading problemen zijn er om op te lossen stuurman.’ Een half uur voor vertrek stapte hij weer aan boord: ‘Alles zeevast en is het schip zeeklaar stuurman? Waarschuw dan de machinekamer, over een half uur voor en achter*’ De man heeft zijn pensioengerechtigde leeftijd niet gehaald.

*Voor en achter - een uitdrukking om de bemanning te waarschuwen: we gaan aan- of afmeren, ga naar de trossen.



Vanessa

Vanessa nog een keer


Vanessa was het tweede schip van Beck in de 75 meter grens, zij had een laadvermogen van ruim 3000 ton, een motor van 1500 pk welke haar een snelheid gaf van 10 knopen. Een bemanning van 10. Ziet u het verschil in bemanning en tonnen? Vedette 7 man 750 ton, de Vanessa 10 man 3000 ton. Dit schip was zeer geschikt voor bulk en lange lading, dit laatst gingen we ook gelijk doen na de proefvaart. Een time charter voor twee maanden, stalen pijpen voor oliewinning laden in Delfzijl en lossen in Immingham aan de Humber. In ballast terug. Twee maanden lang geen café- of pubbezoek maar laden en lossen en gelijk weer naar zee. Hierna twee maanden een dienst met staal van Antwerpen naar Bilbao, in ballast naar Bayonne, mais voor Antwerpen en weer terug naar Bilbao, dit waren havens voor de sociale contacten.
Maar als zo vaak bij mij, na verloop van tijd wilde ik een ander vaargebied. De medisch adviseur van de Scheepvaartinspectie vond het goed als het maar geen tankers of slepers waren. Dit moest ik 30 jaar lang aanhoren bij mijn jaarlijkse medische keuring. Hij kon het altijd opvragen bij de Waterschout* op welk schip ik voer.
Er stond weer iets op mijn spaarbankboekje, dus maar even drie maanden terug naar de zeevaartschool voor het Aanvullingsdiploma en het Radarnavigator diploma. De Scheepvaartinspectie gaf mij het Bewijs van diensttijd om als kapitein te mogen varen onder Nederlandse vlag.


De Vedette anno 2012 in West-Indië en nog steeds in de vaart.
Mijn blauwe rand op het dak van het stuurhuis heeft ze nog steeds!


* Waterschout is de ambtenaar van Aanmonstering, deze controleert je arbeidsovereenkomst, of je de juiste diploma’s voor het betreffende schip hebt plus je medische gegevens. In mijn vaartijd zat er een schout in Amsterdam (gebouw de Droogbak), in Rotterdam zat hij in een gebouw aan de Boompjes.


Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg