bij het scheepvaartmuseum

bij het scheepvaartmuseum
Als schipper van het V.O.C. schip de Amsterdam

donderdag 9 juni 2016

Vreemdgaan en een vluggertje deel 4





 



Dinsdag 20 mei
In de trein naar Amsterdam zei Janna: 'Als we op het Rapenburg aankomen dan is de tijd van uitstapjes voorbij tot eind september. Heb je er zin in Peter?'
'Het mocht van Manneke,' zei ik, 'hij heeft nu ook vriendjes.'
Janna vervolgde haar verhaal: 'Hilary, jouw ouders, evenals Brenda en Frits, gaven mij het gevoel dat ik bij de familie hoor.'
Er sprongen tranen in haar ogen.
'Het is goed Janna, zo is het ook,' zei Hilary.
Rob werkte mij de volgende dag in, ik nam zijn taken over tot eind september.
Rob en Pia waren vanaf a.s. woensdag in paviljoen ‘Meijer aan Zee’ op het strand van Zandvoort, ze sliepen daar ook.
Een heerlijke rust gaf hen de branding van de zee 's nachts. Onze nachtrust werd vaak verstoord door sirenes van brandweer en politie van bureau IJ-tunnel.


 


Donderdag 22 mei
Mijn eerst werkdag nu als barman/ober, mijn dagindeling: Om negen uur in de zaak, stofzuigen, stoelen en barkrukken op hun plaats, bierpomp aan, koffiemachine aan, kassalade erin, stoelen met tafels op het terras bij mooi weer. Om tien uur waren er de vaste koffieklanten om het ochtendblad te lezen. Rond de middag was er de mogelijkheid tot het nuttigen van een uitsmijter. Om twee uur werd ik voor een uurtje afgelost door Janna, dan mocht ik even mijn ogen sluiten. Rond zessen nam zij het weer over tot één uur 's nachts. (Janna was meer een avondmens).
Hilary nam rond de klok van tienen een slaapmutsje, zij moest er om zes uur uit als ze naar Haarlem moest. Na sluiting hielp ik Janna met het bijvullen van de koelkasten onder de tap, het schoonmaken van de bar, tafels en asbakken. Nog een laatste tapbiertje, deur op slot. Trap af en douchen, we waren blij met de twee douchekoppen. Wekker zetten op acht uur.
Koffie op bed verzorgen met een beschuitje suiker, soms voor twee. (Ik ben meer een ochtendmens)
 

 

De wekelijkse schoonmaakwerkzaamheden van het café deden we gezamenlijk op de maandag als de zaak gesloten was: glazen poleren, stofdoek door de zaak, ramen lappen, stoep/terras schrobben. Dit was ook de dag dat Pia er was voor de administratie, op deze dag kon Janna dan haar bestellijst opmaken. Dit was de vaste avond dat we met ons drieën uit eten gingen.
Op de vrijdag- en zaterdagavond stond ik vanaf zeven uur weer achter de tap (overuren). Janna had haar overuren bij mooi weer op het terras als serveerster.
Woensdagochtend was aanvuldag door een grossiersbedrijf, voor onszelf haalden we de boodschappen om de hoek. Hetzelfde aantal werkuren als op zee, hier stond er een fooienpot, mijn kooi slingerde niet en Manneke kon naar buiten kijken richting Hogere Zeevaartschool.
Hij vroeg: 'Je gaat toch wel weer varen Papa?'
Hilary vroeg: 'Waarom praat je altijd met Manneke?'
'Luister,' zei ik, 'hij praat mij nooit tegen en vindt alles prima wat ik doe.'
'Ja,' zei Janna, 'je moeder vertelde ons: Als jij ooit al normaal wordt, dan word je van blijdschap weer gek.'
'Laat hem dat dan maar lekker blijven,' zei Hilary.


Recht zo die gaat!
F.L . Woodleg