bij het scheepvaartmuseum

bij het scheepvaartmuseum
Als schipper van het V.O.C. schip de Amsterdam

zaterdag 11 juli 2020

De lockdown in de Achterhoek





De stilte is hier heilzaam, maar mijn hoofd is ook nog vaak bij de scheepvaart met ook diens passie voor de havenkwartieren. De natuur is daar ook mooi.
Laat ik beginnen met Hamburg en de Reeperbahn. Die naam is afkomstig van het touwmakersbedrijf (reepschlägern = touwslagerij), het in elkaar draaien van scheepstouw, in het Nederlands een lijnbaan genoemd.


De lijnbaan van een touwslagerij


Met de Reeperbahn met veel cafés en discotheken, wordt ook het gehele prostitutie gebied van Hamburg aangeduid. Het is een lange straat van ca. 1000 meter met de Herbertstrasse, achter de hekken van de straat bevinden zich de bordelen, tippelprostitutie, raamprostitutie. Een andere bekende straat in dit gebied is de Grosse Freiheit met zijn Beatles-Platz en zijn Star-club waar vaak The Beatles speelden in de vroege jaren '60. Veel zeelieden zullen ook vaak een biertje genomen hebben in de Bontekoe. Na middernacht is het nog steeds voetjes van de vloer in St. Pauli. De namen zijn veranderd, nu gaat men naar Angie’s Nightclub of the Docks of de Kir voor gay. Tegenwoordig zien we aan de oostelijke zijde van de Reeperbahn een kantorencomplex met een metrostation St. Pauli. Zou men zoiets ook in het gemeentehuis van Amsterdam kunnen bedenken voor de Wallen met de prostitutie, zij laten het liever uitwaaieren door de hele stad, net als in Rotterdam.

Nu nog even iets over het Schipperskwartier in Antwerpen. Nog niet zo lang geleden lieten zowel toeristen als Antwerpenaren deze wijk liever links liggen. Het was een vreemde buurt met madammekes van plezier, tattooshops en louche bars (lees over het Motorbaasje (klik). Nu is er een gedoogzone van nog maar drie straten met rode lichtjes hier en daar, een kleurrijke volkswijk met authentieke cafés, je vindt er ook trendy eethuisjes. Op het Falconplein nog steeds het oudste Chinese restaurant van Antwerpen, dan Café d’Anvers, een omgebouwde kerk tot houseclub en het oude Red & Blue heet nu Cargo Club. Maak eens een ommetje met je kennissen van nu via de Schipperskapelstraat, Veemarkt, Klapdorp, het is de moeite waard. Er zijn prima B&B's nabij het station om rustig te bekomen van een geslaagd bezoek aan een oud zeemanskwartier. Onze tijd van remmidemmi is voorbij, denk er maar aan terug voor de loodsboot komt en je naar je ankerplaats begeleidt.



Recht zo die gaat!

F.L..Woodleg



zaterdag 30 mei 2020

De zee met haar ritmes

Nu maar eens een stukje getijden educatie op verzoek van de dames uit Zeeland.

Bretagne




’s Zomers zoeken we verkoeling bij de kust maar de meesten van ons hebben geen oog voor het ritme van eb en vloed, laag- en hoogwater. Als het hoogwater wordt stroomt het water naar het noorden, bij laagwater naar het zuiden.
Het getij is onlosmakelijk verbonden met de tijd, kent een terugkerende cadans door de aantrekkingskracht van zon en maan, dit noemen we de evenwichtstheorie. Het getijverschijnsel ontstaat door het verschil in aantrekking, die zowel de zon als de maan op de vaste aarde en de beweeglijke watermassa uitoefenen. Aristoteles was, voor zover we weten, de eerste die het opkomen en wegebben van het water in verband bracht met de maan.
De drie hieronder genoemde heren maakten er een wetenschappelijke verklaring voor, het cyclische karakter van het getij (aantrekkingskracht/zwaartekrachtwet). De eerste die het idee opvatte dat het getij wordt opgewekt door de aantrekkingskracht die de maan uitoefent op het water van de oceaan was Johannes Kepler (1571-1630). Sir Isaac Newton (1642-1727) met zijn zwaartekrachtwet kon grotendeels het getij verklaren. Pierre Simon de Laplace (1749-1827) is een van de wiskundigen die op basis van Newtons denkwerk verder is gegaan.
De oudste Europese getijtafel stamt uit 1213 van de Abt van Saint Albans the flod of the London brigge. Hij maakte een staatje hoe vaak per dag en op welk tijdstip het hoogwater was geteld vanaf nieuwe maan. De oudste Nederlandse getijtafels dateren uit de zeventiende eeuw. Amsterdam begint in 1700 met waarnemingen. In Katwijk (1737- 1741) werden uurlijks standen bijgehouden, dit werd ook in Brielle en Dordrecht gedaan. Wij doen het nu met de HP 33 van de hydrografische dienst, de Enkhuizer Almanak (1686 van Isaac Haringhuyzen) en zo zijn er zoveel meer. Willen we getijden van over de gehele wereld weten dan neemt men de Admiralty Tide Tabels. Wel even een opmerking, de gegevens uit getijtafels zijn gemiddelden. Meteorologische invloeden kunnen deze gemiddelden aanzienlijk verstoren. Een westelijke storm zal het water aan de westkust van Nederland sterk doen opstuwen. Oostelijke wind veroorzaakt daarentegen aan de Nederlandse westkust een verlaging van de waterstand.
Laten we gewoon de evenwichtsgetijden met de wet van Newton en met het denkwerk van Pierre Simon de Laplace naast ons neerleggen, we weten dat ze er zijn. We houden het voor ons op de praktijk met het tijdstip van het getij met zijn verloop. De maansdag, een omwenteling van de maan om de aarde, duurt 24 uur en 50 minuten. De aarde draait in 23 uur en 56 minuten om haar as. Deze dikke 50 minuten geven het verschil in tijd. Dus als het vandaag aan het strand om 6 uur hoogwater was en we komen morgen om dezelfde tijd terug dan blijkt dat we nog zo’n 50 minuten moeten wachten voor het hoogwater is, dit noemt men het verloop en houdt in dat het laagwater dus ook zo’n 50 minuten later verloopt. Dit verklaart waarom je steeds op een andere tijd een getijhaven in Engeland in of uit kon varen.
Dubbeldaags getij zoals bij ons op de Noordzee. Springtij- en doodtij, de veroorzakers zijn weer de zon en de maan ten opzichte van de stand van de aarde. Staan zij in elkaars verlengde dan bundelen ze hun krachten: aarde - maan - zon (Nieuwe Maan) of maan - aarde - zon (Volle Maan). Werken zon en maan samen dan is het Springtij, dit komt twee keer per maansmaand (29,53 dag) voor. Zeven dagen later is het doodtij, de maan en de zon werken elkaar dan tegen. Dat gebeurt als de twee hemellichamen met de aarde er tussen, als het ware haaks op elkaar staan. Er wordt dan van twee verschillende kanten aan het water getrokken met als gevolg dat het water veel minder stijgt, dit verschijnsel heet doodtij. Plat uitgelegd heeft de aarde bij het EK (Eerste Kwartier) rechts de zon en boven zich de maan, bij het LK (Laatste Kwartier) de zon weer rechts en de maan onder zich.
Het bovenstaande vertelt ons dat het bij NM en VM een extra hoogste HW stand (springtij) en een extra laagste LW stand geeft. Bij het EK en LK (doodtij) zien we dat we van doen hebben met een HW dat minder hoog is dan bij springtij, en LW stand die minder laag is dan bij springtij.


Afbeelding van Waterrimpels.nl

Looptijd en vertraging met de leeftijd. Op het Zuidelijk halfrond is de oorsprong van het getij te vinden. De getijdengolf die hier wordt gevormd plant zich voort door de Atlantische Oceaan in de richting van het Noorden. Tijdens deze reis wordt de getijdengolf op verschillende manieren vervormd en gekneed door de structuur van de oceaan. Na twee etmalen arriveert het getij in de Noordzee. Dan is er ook nog leeftijd van het getij het kan dus jong, oud of zelfs hoogbejaard zijn. Bij Brest is hij ongeveer 29 uur jong, in IJmuiden daarentegen komt hij pas 52 uur na de geboorte aan, dit komt door een langere route om de Britse eilanden heen via de Pentland Firt de Noordzee in stroomt en daarna afbuigt naar de Nederlandse kust ter hoogte van Harwich. Dit verklaart waarom het bij ons op de kust 52 uur na NM en VM springtij is. Ook de aardkorst kent een getijdengolf, de astronomische getijdenkrachten hebben niet alleen invloed op het water van de oceaan maar ook op de aardkorst onder en rond de Noordzee. De bodem van de Noordzee gaat hierdoor 17 cm op en neer. Het aardoppervlak wordt daarnaast vervormd door de wisselende waterdruk ten gevolge van de getijden.
Meer weten over het getij? Lees dan van Marten Toonder De tijwisselaar met Tom poes en heer Bommel. 
Uitgeverij De Bezige Bij 1970.
Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg

zondag 3 mei 2020

De eerste stappen met de beenprothese... Je moet geen ‘hi’ roepen voordat je de brug over bent.


December 1971. 
Je moet geen ‘hi’ roepen voordat je de brug over bent.

Na mijn thuiskomst uit het Clatterbridge Hospital in de UK, moest ik enige tijd wachten tot de firma Franssen aan de Overtoom in Amsterdam met het verlossende telefoontje kwam. 
'Uw beenprothese is gereed.' 
Een leuk sinterklaascadeau, het was 4 december. 
Met de taxi naar de Overtoom, prothese passen, enkele stappen doen en met een taxi naar De Druif.  Janna en Rob hielpen mij met uitstappen, toen de trap af naar het souterrain. Ik was blij dat ik kon gaan zitten, wat een onding, dit zou niks gaan worden, een houten voet en een stuk aluminiumplaat in de vorm van een kuit geslagen. 
Later bleek dit een goede smokkelplaats te zijn. 
De koker waar mijn stomp in ging was van hard leer met metalen beugels aan de zijkant en scharnieren op kniehoogte. 
Alles tezamen hing er 7 kilo om je nek aan riemen. Probeer maar om erop vooruit te komen was het advies van de prothesemakers de heren van Tiel en Zandwijk. 





In januari zouden de lessen bij de VU in Amsterdam beginnen van 08.00 tot 12.00 uur. Nu eerst maar even koffie met een broodje, dan een dutje en weer enkele wankele stappen. Janna haar bardienst begon om zes uur, ik ging nog maar wat lezen en later op de avond naar café Montparnasse, wederom met een taxi. Deze avond zal in mijn geheugen en op mijn netvlies gegrift blijven staan. Na de nodige biertjes vond ik het tijd om te voet naar Sjaan en Aal op de gracht te gaan om mijn kunstbeen te laten bewonderen. Afijn, de brug op ging nog wel, maar toen eraf. De brug was een beetje glad van de vorst, ik gleed uit en het kunstbeen sloeg tegen een spijl van de brugleuning, brak en viel in de gracht. Sjaan, Aal en Toni zagen het gebeuren en renden zo snel zij konden naar buiten, de dames in hun werkkleding. Ze pakten de dreghaak van de brug en begonnen te dreggen. Zowaar, zij haalden het onderbeen naar boven en ik kon niet anders zeggen dan dat het een mooi gezicht was om de meiden over de brugleuning in de gracht te zien vissen, nu zag ik hun werkkostuums eens van achteren. Gedrieën hielpen ze me naar binnen en de meiden gingen het stuk onderbeen afspoelen. Ze kleedden zich om en brachten me terug naar De Druif. Wat ik me van deze avond verder nog herinner is dat de meiden me samen met Janna de trap af hebben geholpen. 

De volgende ochtend moesten we netten drogen. Ze stuurden me weg op mijn krukken om verse belegde broodjes voor ons ontbijt te halen. Maandag belde ik met de firma Franssen. Zo snel hadden ze nog nooit een klant met een kapotte beenprothese teruggezien. Maar na het verhaal van Sjaan aangehoord te hebben met mijn uitleg erbij, werd het been toch nog gerepareerd voor de feestdagen.  
Door de goede begeleiding van het fysio team van de VU mocht ik daar eind januari afscheid nemen, gevolgd door een barbecue in De Druif. Maar toen kwam de harde werkelijkheid, nieuwe keuringspapieren nodig om weer naar zee te mogen. Als professor Dubbelman van de VU het voortouw niet had genomen, was het mij nooit geluk om de medisch adviseur van de Scheepvaartinspectie, dokter Julsing, op andere gedachten te brengen. Artikel 31 in de wet van het schepelingenbesluit schrijft als eis voor dat men gezond van lijf en ledematen dient te zijn. (Lees: Clatterbridge Hospital na het ongeluk (klik) 
Maar 30 jaar later ging mijn monsterboekje voor het laatst in mijn koffer, goed gevuld met scheepsnamen van diverse rederijen en met stempels van zeer veel officiële instanties wereldwijd. Het was een tijd die nu nog vaak in mijn gedachten is waar ik ook ben en dat is nu aan de rivier de Berkel. Maar dit zal vast niet mijn laatste plaats zijn, de onrust blijft borrelen. 
Maar ja, je bent over de 70 en dan is er niet veel meer te willen.

Recht zo die gaat!
F.L..Woodleg


zaterdag 11 april 2020

Herrie in de peeskamer


Dit verhaal is gebaseerd op een belevenis op de Wallen in Amsterdam, met archiefonderzoek hoe de wallen zijn ontstaan.


De Wallen als haven


De belevenis deed zich voor in de tijd dat er op de Wallen nog een gemoedelijke volkssfeer heerste. Lees de boeken van commissaris H. Voordewind en Appie Baantjer en je hebt een beeld. In de jaren ’70 doet de criminaliteit met zijn drugsdealers z'n intrede in de hoerenbuurt. Vandaag de dag zijn het weer de mensenhandelaren die de Wallen een slechte naam bezorgen. De plannen van de PvdA-er’s Job Cohen en zijn meeloper Lodewijk Asscher is/was van de gekke, evenals de ideeën van GroenLinks' burgemeester Femke Halsema; links lullen en rechts zakken vullen bij de jongens van de penoze. 
Prostitutie hoort bij de Wallen en stamt in Amsterdam uit de veertiende eeuw. De Wallen liggen in het oudste deel van Amsterdam. Tot de aanleg van het Noordzeekanaal en het Centraal Station in 1880 zijn de Wallen havengebied. Tussen de pakhuizen werden plekken voor vertier gemaakt en nadat de haven weg was, bleven de smachtende zeelieden komen op zoek naar vrouwelijk gezelschap bij kaarslicht of olielamp.


Dames van plezier anno 1911 


Foto Amsterdams archief


Maar nu mijn anekdote uit 1969... Bij Rode Sjaan en Blonde Aal had ik die bewuste avond invaldienst als oppasser in het bordeel van Kees, zelf was hij er altijd van 10.00 tot 19.00 uur. Daarna ging hij zijn vrouw ophalen die een wasserette runde op de Zeedijk, daarna richting Purmerend in de VW kever. Zijn vriend Toni nam het dan over. Toni had de laatste tijd spullen verkocht die van de vrachtwagen waren gevallen, zoals men dat daar noemde. Onder begeleiding was hij naar Hoorn gebracht. Dus voor mij een extra oppastijd op de oude zijde van de Burgwallen nabij de Oudezijds kolk. Dit even voor hen die niet zo thuis zijn in dit oude stadsdeel van Amsterdam. 
Tijdens de oppaswerkzaamheden was er tijd om tv te kijken of mijn huiswerk te maken in mijn geval. Ik woonde gratis op zolder als arme student in ruil voor de oppasuurtjes. Als het belletje ging waren er moeilijkheden met een klant op komst en moest je richting de peeskamers. Zo ook deze keer. Sjaan had een klant die orale seks wilde en hij wilde al snel meer, twee vrouwen geheel naakt. Geen punt, Aal kwam er bij en zei dat er dan meer betaald zou moeten worden. Daar had hij geen zin in en dus mocht hij zich weer aankleden. Tja, dat begreep de aangeschoten Scandinaviër niet. De meiden gooiden de deur van de peeskamer open, nou dan is het ernstig. Ik zag een man in z'n blootje die net met zijn vuisten wilde gaan malen. 
Hij schrok van mijn komst en riep: 'I've payd and the girls don't do anything!' terwijl hij me ook probeerde een mep te geven. Ik mepte toen maar terug en werkte hem de straat op, de meiden gooiden hem snel zijn kleren na. Toen wilde hij me weer een dronkenmans mep geven en er restte mij niet veel meer dan om hem maar de gracht in te werken. Omstanders hielpen hem er weer uit. Een uurtje later hadden we twee agenten van bureau Warmoesstaat aan de deur, want zo'n voorval vraagt om een uitleg. De persoon in kwestie moest n.l. langs de GGD in verband met eventuele inname van vervuild water. 
Wij moesten ons verhaal doen, maar zij kenden de dames. Ik was net nieuw op de Wallen en leerling op de zeevaartschool met een avondbijbaan als uitsmijter. Ze gaven mij te verstaan ze niet weer in de gracht te gooien want "het kost ons een hoop tijd. We drinken liever koffie," en dat ging ik voor hen maken, de meiden zorgden voor de cake. Van huiswerk maken kwam deze avond niet veel meer terecht. 
Door deze bijbaan en het verzorgen van de barbecue in de Ponderosa bar in de weekenden, haalde ik toch mijn zeevaart diploma's bij "De Commissie voor de Stuurlieden" in Den Haag. Dit was aan de Fruitweg met bode Harteveld, een oud marineman die je op de hoogte hield van hoe je examen, dat een week duurde, verliep. 
Toen ik wat geklommen was op de ladder van de Wallen hiërarchie , mocht ik zaterdags de koffietafel doen in Café Montparnasse voor de heren Frits van de Wereld van Café de Wereld, Zwarte Joop van het vijfsterren erotisch theater Casa Rosso, Hammie de Beukelaar van de Ponderosa bar en Utrechtse Kees met zijn Olga van entertainment business Real fucky fucky. Om precies 11.00 uur kwamen de breedgeschouderde mannen binnen, Jan Dieke, Chris Dolman en Jan Otten, de man van de SRV-wagen uit Purmerend. Ze kregen dan te horen wie er aangesproken moesten worden om de rust op de Wallen/Zeedijk/Warmoesstaat te waarborgen. Mijn Amsterdamse jaren waren zeer leerzaam.

Jullie krijgen nog een verhaal van mij over mijn eerste stappen met de beenprothese op de Wallen, ook hierin een rol van Sjaan en Aal.

Recht zo die gaat!
F.L..Woodleg



maandag 9 maart 2020

Uitleg van de zeekaart


Op verzoek van Els met haar Annemerel deze blogpost...
Els haar vader was loods geweest op de Schelde. Van hem had zij geleerd om in de zeekaart te werken met bijbehorende getijtafels en stroomatlassen in de tijd dat zij op de motorzeiler van haar vader voer. Nu 50 jaar later geen boot meer te hebben, maar nog wel zeekaarten in haar bezit, wil ze wel eens weten hoe een zeekaart is ontstaan. De meeste mensen beseffen niet hoe belangrijk de ontwikkeling van de zeekaart met zijn navigatie is geweest voor de loop van de geschiedenis. De Vikingen gebruikten de Sunstone (KLIK HIER). De Phoeniciërs (het huidige Libanon) gebruikten 600 jaar voor Christus de sterren en de zon, ze hielden de kust in zicht. Portugal had prins Hendrik de Zeevaarder (1394-1460), deze had weer een Columbus in dienst. De Belgen hadden Geert de Kremer. Onze V.O.C. had in de zeventiende eeuw een cartografie met Petrus Plancius als stuwende kracht achter deze kaartenmakers die 20.000 zeekaarten met de hand vervaardigden. Zij waren dus de eerste handelsonderneming die hun schippers en stuurlieden de zee opstuurden met kaarten en zeilinstructies. Zij hadden wel een plicht tot geheimhouding, men wilde toen al de concurrentie voorblijven.




De zeekaart van Mercator: de meest gebruikte projectie ter wereld van zeekaarten is die van Gerardus Mercator (zijn Latijnse naam) een instrumentmaker en graveur. Geboren als Geert de Kremer maart 1512 in Rupelmonde, Kruibeke, België. 
Overleden december 1594 te Duisburg. Hij is een fascinerend figuur geweest voor een man die ruim vijfhonderd jaar geleden in een modderig rivierenlandschap in Noord-Europa werd geboren als zoon van een schoenlapper. Mercator was een nederige man, hij streefde ernaar de hele wereld te omvatten in overlappende, gelijkvormige kaarten. Hij sloeg een aantal historische mijlpalen. Zijn Atlas werd de standaardterm voor een boekwerk met kaarten. Zijn levenswerk, zijn Atlas. 
De benaming werd door hem geïntroduceerd en pas een jaar na zijn overlijden postuum uitgegeven door zijn kleinzoons. Het betreft een moeizaam en tijdrovend anatomisch en astronomisch werk/kennis die wij nu als vanzelfsprekend beschouwen wanneer er op de zeevaartscholen les wordt gegeven in kaartpassen, ook wel platte zeevaartkunde genoemd. Een bezoek aan het Mercatormuseum in Sint-Niklaas loont de moeite. Mijn voorstel tijdens de volgende bijeenkomst, een kerstarrangement in Turnhout misschien?

De zeekaart van Mercator, ook wel de wassende kaart genoemd, herken je gelijk aan de meridianen of de noord-zuidlijnen van boven naar beneden en met de parallellen , de oost-westlijnen van links naar rechts. Ze staan haaks op elkaar, hoek getrouw. De naam wassende kaart is ontstaan doordat de staande randdelen 'wassen', d.w.z. dat in de zeekaart met een mercator projectie de mijlen met het toenemen van de breedte groter worden. Met andere woorden, de benen van de kaartpasser op hogere breedtes verder uit elkaar moeten en op lagere breedtes dichter bij elkaar komen. De evenaar ligt op 0°, de beide polen N of Z op 90° breedte. Die benen uit elkaar komt doordat er kunstgrepen door Mercator zijn toegepast om het bolvormige aardoppervlak tot een plat vlak te krijgen. Een zeemijl is per definitie 1852 meter. Langs de staande rand leest men de breedte af in graden en minuten, ook passen we hier onze afstand (verheid) met de scheepssnelheid op af. 
Bij de mercator projectie zijn alle liggende randdelen gelijk, hier passen we de lengte van onze positie op af. De meridiaan van Greenwich 0°, vanuit hier gaan we oost of west en komen op de internationale datum grens 180°, deze vinden we in de Pacific. Alle plaatsen op deze genoemde meridianen hebben dezelfde lengte. Alle plaatsen op de evenaar of een parallel hebben dezelfde breedte. De Nederlandse en Belgische kaarten zijn vervaardigd in deze Mercator projectie.

De kaart geeft een afbeelding van een deel van de zee met daaraan grenzende kust op een plat vlak en bevat zoveel mogelijk gegevens zoals bijv. vuurtorens, lichtschepen (als deze er nog zijn), offshore-installaties met de bijbehorende windmolenparken op zee. Andere herkenbare objecten langs de kustlijn die voor een veilige navigatie van belang zijn, denk hierbij aan een lichtenlijn om een haven aan te lopen. En een heel belangrijke is de diepte, dus hoeveel water er staat. 
De kaart is een sterk verkleind deel van het aardoppervlak, de mate van verkleining wordt de schaal genoemd. De plaats waar een schip zich bevindt is de positie op de kaart die men verkrijgt door een 'bestek'. 
Alles samenvattend: Lees de breedte af van de staande rand en de lengte van de liggende rand.

Indeling naar projectiemethode of coördinatenstelsel.
De Mercator of wassende kaart voor de zeeman. De stereografische kaart (van Braun) wordt voor de weerkaart van de weerman gebruikt, de gnomonische kaart (de Globes) die vroeger werd gebruikt om vanuit deze een ster- of zonsbestek over te zetten naar de mercatorkaart, dit was een eenvoudige manier zonder rekenwerk. De huidige zeeman vaart nu op de satellieten met de GPS-ontvanger die de aangegeven positie zo kan aflezen op de elektronische zeekaart. Er overheen het radarbeeld op een scherm, alles gekoppeld aan een alarmsysteem. De bakker kan de zee op, dan is er iedere dag vers brood aan boord. Maar hij moet dan wel weten dat voor het traject dat hij wil afleggen er nog een indeling in zeekaarten is. 
Door de verhouding schaalindeling tot de werkelijkheid zijn er verschillende types zeekaart ontstaan: de overzeiler kaarten voor de oceanen, de kustkaarten voor de echte kustnavigatie en dan is er nog de detail- en plankaart voor het binnenlopen van een haven.

De volgende keer een belevenis op de Wallen.

Recht zo die gaat!
F.L..Woodleg

zaterdag 7 maart 2020

Lekker bloot en bezoek van de water-hermandad bij nacht



Westerdoksdijk
Foto: Gemeentearchief Amsterdam

Tijdens ons jaarlijkse september samenzijn in Zandvoort, onze 'No bra no problem' dag, werd er besloten om dit jaarlijks samenzijn te verplaatsen naar de maand december in een hotel met kerstarrangement. Bij deze laatste ontmoeting op het strand, vond het clubje van zeventigers dat ik maar weer eens moest gaan schrijven en men zou mij helpen. 
Pia en Rob deden de eerste voorzet: Het gebeuren bij de ventilatiepijpen van de Coentunnel aan de noordzijde van het Noordzeekanaal in 1978.

Wij als vriendenclub, waarvan het merendeel barpersoneel was van de cafés Scharrebier en De Druif aan het Rapenburgerplein en de lady bartenders van de Pondarosa bar in de Warmoesstraat, waren ons bewust van de fase waarin ons leven toen was. Zie ons als verouderde hippies die regelrecht van badkleding naar de blootzwemfase waren gegaan. Bloot zwemmen was destijds een hype.
In een aantal overdekte zwembaden in de Randstad was er de mogelijkheid om dit tijdens bepaalde dagdelen te doen. 
Hier zag men vooral vlezige oude heren die erop afkwamen, niet erg opwindend voor de vrije meiden onder ons. Alleen die door de NVSH werden georganiseerd, hadden een goed gemengd gezelschap. 




Hierdoor kreeg je heel wat plekjes als plassen en beekjes waar het gebeurde, vooral in de donkere uurtjes. Een ervan was Ruigoord, toen nog niet door de havens van Amsteram opgeslokt. Er waren ook een paar mooie plekjes aan het Noordzeekanaal. Op een van deze plekken nabij de ontluchtingstorens van de Coentunnel hadden we op een zondagavond onze sloep afgemeerd aan de remming. Onder het zwemmen verscheen er sluipend en zonder navigatieverlichting aan, een boot van de waterpolitie die de schijnwerper op ons richtte. In de schaduw van de stuurhut stonden een paar agenten. 
Eén van hen riep via de megafoon: 'Ga naar de steiger en klim erop.' 
We riepen terug: 'We zijn in ons blootje, de kleding ligt in het bootje.' 
Hierop werd ons gesommeerd ons onmiddellijk aan te kleden. Ze meerden af en onze namen werden genoteerd met de boodschap erbij ons voor twaalf uur maandagmiddag te melden bij het bureau aan de Westerdoksdijk. Dit deden we maar wat braaf, want zij kenden onze sloep maar al te goed. Nadat de RP boot uit het zicht was doken we weer naakt het Noorzeekanaal in. 
's Maandags kregen we van de commandant een preek nadat hij het verslag erbij had gehaald. Er mocht daar niet gezwommen worden. 
Hij wilde graag onze uitleg en die gaven we hem: 'We willen geen rimpels en wie ziet het als je in het water bloot bent, bovendien is onze fooienpot onvoldoende gevuld om een goed badpak te kopen.'
Zijn antwoord was: 'Niemand heeft het perfecte lichaam. Ga langs het Leger des Heils op de kop van de Prins Hendrikkade, jullie wel bekend. Bij een volgende ontmoeting zien we jullie graag in zwemkleding, jullie zijn nog jong genoeg om die rimpels glad te strijken.' Hij keek daarbij duidelijk naar Rob en mij. 
'Dit gaan we onthouden,' hoorden we de dames zeggen.

Recht zo die gaat!
F.L..Woodleg


donderdag 27 februari 2020

Long time ago...



Woodleg was even uit de vaart gegaan. Hij had aan een nieuwe naam zitten denken, maar kon eigenlijk niets pakkends vinden dus roest rust niet en de bikhamer maar weer opgepakt. Daar kwam bij dat Gonny een zware operatie heeft ondergaan in februari 2019, een borderline tumor aan haar rechter eierstok die na verwijdering 6½ kg bleek te wegen.
Nu gaat het weer redelijk goed met haar en krijg ik af en toe weer een draai om mijn oren.


Ergens in de buurt hier in de Achterhoek


In januari 2020 zijn wij van de gemeente Westerwolde verhuisd naar de gemeente Berkelland. We hadden het prima naar ons zin in Westerwolde, maar ja, na 12 jaar Lapland was het moeilijk om aan een bepaalde verkeersdrukte te wennen die al om zes uur in de ochtend begon. Maar nu onder een kerktoren, met de rivier de Berkel op korte loopafstand, zal het wel lukken tot de tijd voor een appartement zich aandient. De Prins Hendrik Stichting in Egmond aan Zee is verleden tijd voor zeelieden met een Koopvaardij pensioen. Dus waar zal Woodleg voor het laatst zijn anker laten vallen?
Manneke de Brusselaar (klik hier) kijkt weer toe, hij weet wel dat dit niet zijn laatste staanplaats is geworden. Maar Woodleg zelf zal ook aan zijn onderdanen moeten worden geopereerd, want na 50 jaar met een houten poot te hebben moeten lopen, is het andere been aan een nieuwe knie toe. Daar ziet hij wel tegenop, vooral tegen het revalidatieproces met de huidige zorg.

Recht zo die gaat!
F.L..Woodleg