bij het scheepvaartmuseum

bij het scheepvaartmuseum
Als schipper van het V.O.C. schip de Amsterdam

donderdag 29 oktober 2015

Door de positieve ontwikkeling in de scheepvaart verdween er ook wat


In het vorige stukje las u dat er vraag was naar een nieuw type schip.
Maar... door de nieuwe wet van 1969 en de vraag om nieuwe schepen hadden schepen als Leprechaun, Springbok, Spirit, Tarzan en Globe, die in 1969 al aardig op leeftijd waren, hun economische bestaan gehad. Maar een ieder die erop heeft gevaren zal hun namen nooit vergeten, evenals de kleine havens, soms ver landinwaarts gelegen. Dit tijdperk werd afgesloten. Veel van deze kleine schepen zijn verkocht en varen nog elders op de wereld. In april 1971 werd van overheidswege een saneringsregeling ingesteld voor schepen van negentien jaar en ouder om deze te laten slopen, of men ging ze opleggen tot er zich een buitenlandse koper meldde. Of zoals de Kwiek die een woonschip werd. Als de Nederlandse meetbrief en zeebrief in het kadaster voor zeeschepen maar waren doorgehaald.
Vaak waren deze kleine coasters eigendom van een hardwerkende kapitein/eigenaar. Geld voor investeren in nieuwbouw was er vaak niet of men moest een ‘alliance’ aangaan van samenwerkende families. Een duidelijk voorbeeld daarvan was Beck uit Groningen evenals Scheepvaartkantoor Groningen, later Seatrade en zo waren er nog wel meer. In de wereld van de Grote Handelsvaart gebeurde hetzelfde, de Amsterdamse en Rotterdamse rederijen gingen samenwerken onder de naam Ned-Lloyd. Ook zij gingen containerschepen in de vaart brengen maar zij visten achter het net.


De Kwiek die een woonschip werd.


Er ontstond ook weer een nieuw soort kapitein/eigenaar voortkomend uit de binnenvaart of de zeevisserij. Zij waren het die nieuwe kustvaartuigen met een lage kruiplijn of anders gezegd het huis tot huis vervoer gingen doen. Het werd een modern schip voor de zee- en binnenvaart naar ontwerpen van Conoship, 1600/2000 ton lading, 750 pk, vier bemanningsleden. Noordlijn Emmen heeft er ook twee in beheer gehad. M.S. Umeazee en M.S. Zuiderzee (1984) uit een serie van 4. Dit waren wel de grootste kruiplijners in laadvermogen (3000 ton), de lage kruiplijn werd mogelijk gemaakt door de hydraulisch verstelbare stuurhut tot het Rijnvaart niveau (9.10 m) en nu lag het Roergebied vanaf zee binnen hun bereik. De 1350 pk hoofdmotor met boegschroef en tevens een Becker-roer (ook wel flaproer genoemd) maakte het tot een zeer handzaam schip in nauwe vaarwaters. Becker-roer is een roer met aan de achterzijde van het roerblad een scharnierend deel dat, bij het verdraaien van het roer, sterker uitslaat dan het roer zelf. Vijf man bemanning doordat zij onder de 2000 GT grens zaten.
Zelf heb ik met veel plezier een aantal jaren op deze kruiplijners gevaren.


Becker-roer (of flaproer).


Zuiderzee


In 1978 begonnen de reders met behulp van investeerders wederom te klagen, het vrachtvolume zou per schip moeten groeien. Minder bemanning, goedkoper personeel, de Nederlander was te duur. De verandering kwam er in september 1983, BRT 4000/6000 werd het, allemaal onder de noemer Handelsvaart om zo de positie van de Nederlandse vloot te verbeteren met een aantrekkelijk belastingvoordeel voor de investeerders (de VOC mentaliteit).


Svea Pacivic


De Svea Pacific was zo’n investeringsschip met Rotterdam als thuishaven. De bevrachting werd door de Noorse Rederij Paal Wilson gedaan. Zij was in Spanje gebouwd een BRT 4000. Een vierkant ruim, een mooie naam, jammer dat het containers* als lading had. Noorwegen 3 havens, Zweden 4 havens, Hamburg, Rotterdam, via het Suez kanaal, Rode Zee, bunkeren in Djibouti, naar Mombassa (Kenia), Dar-es-Salaam (Tanzania), Beira (Mozambique). Op de terug reis naar Oslo deden we Mogadishu (Somalië) aan. Bunkeren in Ceuta, tevens werden daar weer verse groenten geproviandeerd en zelf kocht ik er altijd een doos Maja zeep voor het thuisfront.
   

Suezkanaal


* Containers. Door dit vervoermiddel (de blokkendoos) zijn de exotische geuren in de havens verdwenen, evenals de namen op de Vemen (pakhuizen) als Balie, Java, Ambon, Lombok, Suriname, Ceylon. Daar waar men vroeger de geur kon ruiken van de specerijen, evenals die van koffie, cacao, thee en rubber. In deze oude havengebieden lopen nu ouders met kinderwagens, het zijn multiculturele woongebieden geworden gelijk een blokkendoos. Het merendeel van de pakhuizen is gesloopt. Ik weet er nog een in Amsterdam te staan aan de Westerdoksdijk kop Houtmankade waar nu kleine ondernemers in zitten .


Het volgende bericht: Er zal nog wel meer veranderen.


Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg