bij het scheepvaartmuseum

bij het scheepvaartmuseum
Als schipper van het V.O.C. schip de Amsterdam

woensdag 14 oktober 2015

1969: De verandering in de wetgeving scheepvaart





Na de periode op het jacht van de familie Lips ging ik de boekenlijst en het lesrooster maar ophalen voor de opleiding Stuurman bij de Hogere Zeevaartschool. Dus maar niet naar de Horeca Vakschool nabij het Amstelstation. Soms vraag ik me af waarom ik niet het koksvak in ben gegaan. Dan was er voor de 321 anonieme lezers van de F.L. Woodleg blog geen blog geweest, nu kunnen ze meeliften op de 14 lezers die zich hebben aangemeld bij ‘follow by e-mail' (ik zag daar zelfs dat er een Oma meeleest).
Het jaar 1969 was een belangrijk jaar voor Nederlandse scheepvaart en dat was niet omdat ik in de schoolbanken van de Hogere Zeevaartschool in Amsterdam plaats had genomen. Nee, de 75 meter grens werd ingevoerd, de lengte van de ‘load lines’ op de maximaal toegestane diepgang. Deze load lines bevinden zich denkbeeldig tussen de diepgangsmerken (draught marks) op het voor- en achterschip. Zo kan de Stuurman zijn diepgang aflezen en kan zo met behulp van de schaal van waterverplaatsing uitrekenen hoeveel lading er in het schip zit of hoeveel er nog bij kan. Deze load lines worden in decimeters of  in voeten op de scheepshuid gelast.
De BRT (bruto tonnage) 499 was niet meer de maatstaf als grens tussen Kleine Handelsvaart, Sleepvaart en Grote Handelsvaart. Onder de nieuwe wet kon een Groot Handelsvaarder veranderen in een Kleine Handelsvaarder. De vooruitzichten waren veelbelovend, het woord kustvaarder of coaster kreeg een andere betekenis. Door de nieuwe wetgeving ontstond de vraag naar een nieuw type schip met een nieuw type Stuurman en Machinist. De scheepvaartdiplomawet uit 1935 liep achter. De zeevaartscholen pasten de lesstof aan. Alleen de commissie voor de stuurliedenexamens, gedeeltelijk bestaande uit gepensioneerde kapiteins van de koopvaardij, bleef uit de maat lopen. Zij leefden nog in het tijdperk dat de kapitein nog een privé bediende had die zijn schoenen poetste en zijn overhemden streek.


foto P. Anderiesse


De Westmeep (1966) met een oud BRT van 499 met een tussendek. Er waren veel van dit type schepen onder de Nederlandse vlag met een wereldwijd vaargebied. Ik noem alleen de namen van de schepen waar ik zelf op heb gevaren: Comtesse, Mange, Unden en de Willi Böhmer. Lengte over alles (totale lengte) van deze schepen ca. 70 m, breedte 11 m, geladen diepgang rond de 3.70 m, laadvermogen (DWT) 1000 à 1100 ton. Motorvermogen tussen de 750 en 1000 pk, snelheid rond de 11 knoop. Door de nieuwe wetgeving van 1969 werd zij BRT 1155, de lengte en breedte bleven hetzelfde maar nu mocht zij afladen tot een diepgang van om en nabij de 4.75 m, een verschil van zeg maar 1.05 m. Met slecht weer werden deze schepen duikboten, het motorvermogen bleef hetzelfde, de snelheid ging naar 9 mijl dus volgeladen een Wammes Waggel op zee. Door meer diepgang krijgen zij een breder onderwaterschip op de geladen waterlijn. Het laadvermogen ging naar ca. 1600 ton, dit mocht als ze waren voorzien van het deltamerk (zie onder). Volgens de wet op de zeevaartdiploma’s uit 1935 moest er een tweede stuurman aan boord zijn bij een schip boven een BRT van 500, maar er mocht met een matroos minder gevaren worden. De scheepskok mocht een matroos/kok worden. Lag men bij de oude meting van 499 bijvoorbeeld 5 cm over zijn merk dan riskeerde men een boete met een vaarverbod. “Lossen tot u weer op de toegestane diepgang ligt Kapitein, u speelt met mensenlevens.”
Kort samengevat, de Nederlandse reder kreeg van de overheid toestemming om zijn schip over te beladen.
Als het van hogerhand samen met de Scheepvaartinspectie wordt toegestaan om ca. één meter dieper te liggen dan bij de oude toegestane diepgang zijn er geen mensenlevens meer in gevaar.
Is er veel veranderd sinds Herman Heijermans toneelstuk Op Hoop van Zegen uit 1900?
Nee lezers, er is niet veel veranderd!



Het deltamerk (driehoek) is het oude diepgangsmerk.
Het plimsollmerk (rond) het nieuwe,
een aanzienlijk verschil dus die 1.05 m!

Kisten op een tussendek.
Eronder is dus nog een laadruim.



In de volgende blog: De verandering in de wetgeving vroeg om een ander type schip.


Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg