bij het scheepvaartmuseum

bij het scheepvaartmuseum
Als schipper van het V.O.C. schip de Amsterdam

donderdag 22 oktober 2015

De verandering in de wetgeving vroeg om een ander type schip



Amstelstroom op zee.
Lijndienst Amsterdam-Hull, drie maal per week v.v.
Foto aangeleverd door Frans van de Saté Babi Boys.


Dankzij de verandering van 1969 door de wetgeving ontstond de vraag naar nieuwe schepen in de 75 meter grens. In de eerste plaats ging de reder in de KHV schoorvoetend naar de gespecialiseerde vrachtvaart. Hij ging anders denken en door de nieuwe wetgeving zou hij nu in de RoRo-vaart, containervaart, tankers voor chemicaliën, zware lading schepen, koel- en vriesschepen, mini bulkers, gespecialiseerde schepen voor hout en papier, veevervoer en cement in bulk gaan.
Er was vraag naar bovengenoemde schepen. Het management VCK liet nieuwe containerschepen bouwen: Birka en haar drie zusterschepen Brage, Ring en Rane. Dit was het einde van het tijdperk stukgoed met lang binnen liggen. De HSM had de RoRo-schepen Amstelstroom en Rijnstroom. Broere Dordrecht en de Haas Rotterdam chemicaliëntankers, Jumbo Shipping zware ladingschepen. Scheepvaartkantoor Groningen zag meer mogelijkheden in de koel- en vriesvaart. Beck scheepvaart en Sylvia Cargo in de mini bulkers. Spliethoff, Wagenborg en Wijnne & Barends waren de echte hout en papier boys. Piet Vroon uit Breskens werd een begrip in internationaal veevervoer. Cebo Marine Heemstede in cementtankers. De overheid gaf subsidies om een schip te laten bouwen, de rederijen gingen op zoek naar investeerders in de scheepvaart. Het werden vrachtschepen die een zo uitgekiend mogelijk en laag kostenniveau hadden. Met een “World Wide Trade” kon men de internationale concurrentie aan. Met dezelfde hoeveelheid bemanning van 9 à 10 nu op een schip van 3000 of 6000 ton laadvermogen. Op de laatste was wel weer een marconist verplicht. Op hetzelfde soort schepen uit de rondom ons heen liggende landen voer men over het algemeen met meer personeel als men in de World Wide Trade zat.


Hier ligt de Amstelstroom te laden in de Westhavens in Amsterdam.
Hier kunnen we zien wat een RoRo-schip is (roll on - roll off).


Frans (van de Saté Babi Boys) heeft op deze schepen gevaren in de dienst Amsterdam-Hull. De Rijnstroom onderhield een dienst Amsterdam-Shoreham, twee maal in de week v.v.


Rijnstroom op het Noordzeekanaal.


De Rane, een van de eerste containerschepen.
Met deze een containerdienst gevaren Rotterdam-Antwerpen-Reykjavik.


Afbeelding van een zware ladingschip.


De Spring Bok, een koelschip.
Eens hadden ze een bemanning van 20,  later van 10 à 12.


Scheepvaartkantoor Groningen opgericht in 1952 veranderde haar naam in 1973 in Seatrade en ging de koel- en vriesvaart verder uitbreiden met haar hypermoderne schepen. Men ging de wijde wereld als vaargebied nemen. Met de heren Van Overklift, Tammers en ook Pepping lag het bedrijf op de juiste koers.

En dan de mini bulkers, bijvoorbeeld de Veerhaven en Altappen:


Veerhaven - lijndienst op Marokko.
Foto Cees van de Ende, 2e stuurman 1979.


Altappen, samen met de Susanne en de Sylvia in lijndienst Luleå - Rotterdam/Antwerpen.
Deze hadden de hoogste ijsklasse voor de Botnische Golf.


Een van de vele schepen van de hout & papier boys Spliethof  Amsterdam:


De Realengracht met hout aan dek.
Onderdeks kunnen papierrollen liggen, cellulose of hout.


De Amstelstroom, later verbouwd tot veeboot, varend onder de naam Angus Express van Rederij Vroon.
Hier werd levend vee mee vervoerd, bijv. paarden, schapen, stamboekvee, slachtvee.


Een deklast schapen was ook mogelijk.
De matrozen hadden in ene een heel andere taak.


De cementschepen van de Cebo Marine gevestigd te Heemstede:


Bijvoorbeeld de Cebo Moon met als thuishaven Singapore.
Hier klaar voor vertrek aan de Onderzeebootkade in IJmuiden.
West-Europa - West-Afrika.


In het volgende bericht: Door de positieve ontwikkelingen in de scheepvaart verdween er ook wat.

Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg