bij het scheepvaartmuseum

bij het scheepvaartmuseum
Als schipper van het V.O.C. schip de Amsterdam

woensdag 17 februari 2016

NOSTALGIE met een FUTURE deel 5



Boulevard Vlissingen


Vrijdagmiddag, uitverkoop in de stad.


Winkelen, slenteren, veel kijken… het was uitverkoop en na verloop van tijd vond ik het wel genoeg, mijn keel werd droog.
‘Meiden, op weg naar het centrum zag ik een Ierse Pub, wie heeft er trek in Guinness van het vat?’
Later in 2004 zag ik dat dezelfde pub de naam ‘The Wicked’ had gekregen met Elise als bardame.
‘Nog even dát warenhuis in!’ zeiden ze en ze meenden het echt.
‘Pietje gaat richting boulevard, even daarvoor vinden jullie de pub.’
Na ongeveer een uurtje kwamen zij gevieren binnen. Tante Jopie en Els hadden ook tussen de kledingrekken gestaan en kwamen ook maar mee naar de pub. De Guinness was heerlijk en men vergeet de tijd. Er waren nog een paar Scheldeloodsen binnengekomen die vrij van dienst waren en The Dubliners zongen maar door, evenals the Irish Rovers. De loodsen kregen er zin in met zoveel vrouwelijk schoon aan de bar, de glazen bleven gevuld. Tina de bardame serveerde bitterballen en gebakken uienringen of was het inktvis?







Pont naar Breskens



Zaterdag
Tijdens het ontbijt kwamen we er niet uit wat Tina ons naast de bitterballen geserveerd had de vorige avond.
Els vroeg: ‘Wat doet ons drietal vandaag?’
‘Een oversteek met de pont naar Breskens en vandaar met de bus naar Knokke. Met de kusttram naar de Panne en op de terugweg mosselen eten. Weten jullie een goed restaurant op die route?’
‘Dat weten we,’ zei tante Jopie, ‘in Blankenberge bij de Oesterput, die is bij de oude visafslag, 21 mijl over zee, een kleine vier uur varen voor ons. Els is de schipper van de motorsailer De Lady Vivian.'






‘Geef ons wat van jullie kleding mee voor morgen, vannacht slapen we dan op de boot als we dit jullie mogen aanbieden. Voor ons is het een uitje en per slot van rekening zijn we dicht deze maand. Het zal passen en meten worden om te slapen, maar jullie mogen in de punt. Zien we elkaar vanavond bij de visafslag?’
Tegen een dergelijk aanbod konden we geen nee zeggen en ik ging Els helpen met het afruimen van het ontbijt, de meiden zochten wat kleding bij elkaar, ze hadden toch genoeg plastic zakken na zo’n winkelmiddag van gisteren. Tante Jopie reed ons naar de pont en ik gaf haar een dikke zoen. Even later zagen we ons hotel vanaf de rede.
‘Wat zijn deze vrouwen toch gastvrij!’ zei Janna, ‘Ja,’ zei Hilary, ‘als je zo’n zoen krijgt ga je wel over stag, wij toch ook en zo te zien hebben we er nog geen spijt van.’
Ik begon te blozen van al deze vleiende woorden.
Aangekomen bij de Panne, het eindpunt van de tram, stapten we uit op het plein. Er was natuurlijk een Vlaamse frituur voor het frietje met de vleesstick met currysaus. De volgende tram bracht ons terug naar Blankenberge, het was al donker toen we daar arriveerden. De oude visafslag was gauw gevonden,  maar waar lag de motorsailer?
‘Kijk!’ zei Hilary, ‘daar komt wat binnen varen. Als zij het zijn dan weten we gelijk de ligplaats.’
De Lady Vivian ging afmeren, onze slaapplaats voor de nacht. De meiden liepen vooruit de steiger op om de trossen aan te pakken.



Aanloop Blankenberge


‘Even uit onze zeilpakken,’ zeiden onze gastvrouwen, ‘dan een Beerenburg aangeboden door de schipper, dan de kooien gereed maken.  Chiel van de Oesterput komt altijd een afzakkertje halen aan boord voor hij naar huis gaat. Valt de Jonge Ketel goed dan vergeten hij en zijn vrouw de tijd. Als we naar de Oesterput lopen laten we jullie de doucheruimte zien die we mogen gebruiken i.v.m. Peter zijn been.’
‘Als er maar een stoel in past en iemand neemt mijn been aan dan word ik wel fris.’
‘Nu die kan erin,’ zei Els, ‘het is namelijk een ruimte met een aantal douchekoppen in het plafond.’
De kurk ging op de Beerenburg, de Jonge Ketel stond koud voor de avondgasten, kacheltje op z’n laagste stand. De zak met handdoek en toiletartikelen mee en via het waslokaal op naar de Plate Royal die ons werd aanbevolen.
Het was druk in de zaak, we werden voorgesteld aan Chiel en zijn vrouw.
‘Neem wat aan de bar, de eerste tafel die leeg komt met uitzicht op zee is voor jullie.’
Een kop Bouillabaisse vooraf, dan de Plate Royal. Toen deze werd geserveerd keken Janna en Hilary elkaar aan, ze kregen spontaan de slappe lach. Toen ze een beetje bedaard waren wilden onze gastvrouwen weten waarom ze zo moesten lachen. Janna vertelde hoe ze beiden op donderdag avond tijdens het in bed stappen vergeleken waren met vers fruit. 
'Maar goed dat hij ons niet met het opgediende heeft vergeleken,' zei Janna.
‘Dan had hij een draai om zijn oren gekregen,’ zei Hilary.
‘Fruit blijft langer vers dames!’
‘Ja,’ zeiden de meiden, ‘het risico van die banaan nemen we dan maar. ‘
Nu schoot tante Jopie in de lach. Ik vulde nog maar eens de glazen en kreeg trek in de mosselen. We verlieten als laatsten de Oesterput.
‘Ik zie jullie zo,’ zei Chiel, ‘het douchewater is nu warm trouwens’.
Onder het douchen vroeg Els: ‘Welk fruit komt er bij je in de mand Peter?’
‘Dat laat ik je weten als we ter kooi gaan Els’.
Hilary en ik deden de bardienst op de boot, de horeca mensen hadden vrij.
Chiel vertelde een Belgische waarheid ‘Als je uitgaat neem dan nooit de eerste borrel, deze smaakt niet, de laatste sla je af, deze veroorzaakt de hoofdpijn de andere dag.’
Bij het vertrek van boord vroeg Chiel: ‘Vanmiddag om twee uur mosselen eten boven? Dat kan nu, jullie hebben een gediplomeerde uitkijk aan boord.’
‘Hij heeft ook kennis van fruit,’ zei Els, ‘dat gaan we zo vernemen.’






Alles was afgeruimd, nog even terug naar het washok om de tanden te poetsen en dan ter kooi onder toeziend oog van de fruitmeester. Deze rapporteerde: ‘Billen als nectarines, borsten als meloenen, twee maal Reine Claude (koninginnen pruim). Extra aanbeveling: zeker dit fruit niet in een pyjama te verpakken.
Een goede nacht dames,  ik zie dat het fruit zich al heeft toegedekt in de mand.’


Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg