bij het scheepvaartmuseum

bij het scheepvaartmuseum
Als schipper van het V.O.C. schip de Amsterdam

woensdag 10 februari 2016

NOSTALGIE met een FUTURE deel 4


De komende delen beschrijven het jaar 1975.   



Hilary - Janna - Els - tante Jopie



Station Hoek van Holland


Donderdag 2 januari
Pa en Ma Goldappel waren met de ferryboot terug naar Harwich Engeland. In het najaar van 1975 zouden zij naar Kreta verhuizen, het pand met de Fish and Chips zaak met de woning erboven was verkocht.
‘Ze hebben het er moeilijk mee,’ zei Hilary, ‘het was de zaak van mijn grootouders. Maar ze hadden geen andere keuze, de overheid koopt alles op in Limehouse want er is een extra tunnel gepland onder de Thames. Men noemt het The Limehouse Link.’
Het begon te regenen en het was guur op het perron van Hoek van Holland toen we daar stonden te wachten op de trein die ons naar station Schiedam zou brengen. Hier moesten we overstappen op de trein naar Amsterdam. Tijdens het overstappen in Schiedam zag Janna een informatiebord van tekst veranderen.
‘De eerstvolgende trein gaat naar Vlissingen, lezen jullie dat ook? Laten we daar heen gaan voor de rest van mijn vrije dagen!’
‘Ja,’ zei Hilary, ‘ook daar verkopen ze vast wel ondergoed!’
En weg was Janna voor drie maal een kaartje enkele reis Vlissingen.


Station Schiedam


Station Vlissingen



Het was al donker toen we arriveerden in Vlissingen, nog steeds koud en guur, geen taxi op de standplaats. 
De stationsrestauratie was verlicht dus maar even naar binnen. Ze hadden een menu van de dag, stamppot zuurkool. 
We hadden wel trek gekregen.
Onder het eten vroeg Janna aan de serveerster: ‘Weet jij nog een leuk en betaalbaar hotel aan de boulevard, want deze man bij ons aan tafel wil weer zout water ruiken, hij is al meer dan drie maanden aan de wal.’
‘Ja, mijn tante heeft een hotel aan de boulevard, zal ik haar bellen?’
‘Heel graag!’
Even later kwam ze terug: ‘Geregeld met een half uur komt zij u ophalen als u dat wilt.’
‘Oh fijn, laat haar maar komen na de koffie. Alvast reuze bedankt.’
Even later: ‘Kijk, daar komt mijn tante Jopie aan in haar lelijke eend.’
Even later schudden we haar de hand.
‘Geen koffers?’ We schudden van nee. ‘Dan breng ik u naar De Leugenaar.’
‘Nou,’ zei Janna lachend, ‘u hebt ons snel door.’
‘Nee,  het is de naam van mijn hotel.’ zei tante Jopie.




Aangekomen bij het hotel zei tante: ‘Ik zet de eend even weg, gaan jullie maar alvast naar binnen. In de hal is de receptie, eigenlijk zijn we gedurende de maand januari dicht. Ik zie jullie zo.’
Wat een uitzicht met die schepen die op nog geen 200 meter afstand voorbij gingen. Je hoorde hun motoren stampen.
‘Ze varen bijna op de boulevard!’ zeiden de meiden.
Tante kwam vanuit het souterrain de receptie binnen, samen met Els haar vriendin. 
'Uit het telefoontje van mijn nichtje begreep ik een kamer aan de voorzijde voor meneer. Dat zijn allemaal tweepersoonkamers. We kunnen, als jullie dat willen, er in de grootste kamer een vakantiebed bij zetten.'
‘Laten we maar gaan kijken.’
Even later waren ze terug, gierend van het lachen: 'Volgens tante Jopie ga jij op het bijzet bed, mooi voor de deur met uitzicht op de Rede.' 
Zo wordt er voor je beslist als je als man in de minderheid bent. Ik voelde een depressie opkomen, om deze te onderdrukken neem ik altijd Irish koffie. De vraag kwam dus ‘wie wil deze maken?’
‘Als ik slagroom in huis heb gaat het lukken,’ zei Els.
‘Maak er dan vijf als jullie beiden ook trek hebben,’ zei ik.
Hilary en Janna gingen tante Jopie helpen met het bed plaatsen, ik mocht naar de schepen kijken terwijl Els bezig was met de koffie. Na onze derde Irisch koffie wilde ik wel naar de kamer en naar bed tenslotte wilden we bijtanken.
‘Uitslapen en gezamenlijk ontbijten om tien uur,’ zei Els.

Ik ging maar als eerste de badkamer binnen, ik hoefde het minste te doen, tante Jopie had ons van tandenborstels met tandpasta voorzien. Morgen maar nieuwe pendekken* kopen. De meiden waren in de badkamer doende en  ik zat op de rand van het bed naar buiten te kijken. Na vijf minuten moest ik denken aan het lied Heb medelij Jet.
Na een half uurtje kwamen de meiden weer fris tevoorschijn. Haren in een baddoek, badjassen aan.
‘Ik ga de biertjes halen,' zei Janna, 'Els heeft me verteld waar ze staan.’
Ik voelde steeds meer van het bedprofiel. De haartjes waren droog, de biertjes leeg, de badjassen gingen uit en de meiden kropen in bed.
In twee talen hoorde ik: ‘Wat een heerlijk bed! Hoe ligt ons mannetje?’
‘Nou het bedprofiel is goed voelbaar en weet je, toen ik jullie in bed zag stappen moest ik ineens aan Kok Nol (klik) denken.’
‘Hoezo aan hem?’ (zij kenden hem beiden)
‘Kijk,’ zei ik: ‘er passeerden net voor mijn gezicht volle appelbillen, zachte perzikbillen, borsten als handperen en twee mirabellen (kroespruimen).’
‘Wij zagen slechts één banaantje!’ zei Hilary.
‘Weet je Peter,’ zei Janna ‘je mag nooit een banaan tussen schoon gewassen fruit leggen, dit versnelt zijn veroudering en dat kunnen we niet hebben!’
Ik keek maar naar buiten en zei: ‘Daar verwisselde een roroschip van loods,’ **


Een roroschip (roll-on-roll-offschip)


Vrijdag 3 januari
Onder het ontbijt vroegen we of we wat langer mochten blijven. Dit mocht, alleen de keuken was dicht.
‘We zouden dan graag een week blijven met jullie goedvinden.’
Tante stelde voor: ‘Als jullie mee willen helpen halen we het  zithoekje uit de kamer, dan past daar een echt bed.’
Janna zou Rob bellen en vragen of zij tot één februari vrij kon krijgen, dan kon ze mee naar Maastricht. Ik wilde tegen die tijd weer naar zee. Hilary kon dan als uitzendkracht beginnen. We zouden dan gedrieën mooi nog een tocht door Nederland kunnen maken.
Maar eerst ging ik Els helpen met het afruimen van het ontbijt. Janna ging Rob bellen, de kamer boven werd in orde gemaakt en toen was er koffie. Hierna de stad in voor kleding. Janna kreeg vrij voor de rest van de maand!

  *  Pendek = Maleis voor korte onderbroek (de huidige boxershort).
** Loods verwisselen gebeurt op de Rede van Vlissingen. De zeeloods gaat van boord, hij is aan boord gekomen vanaf de loodsboot gelegen nabij de Wandelaar (West Post) of Steenbank (Noord Post) de rivierloods vaart mee tot in de sluizen van Antwerpen en het omgekeerde gebeurt natuurlijk ook.

Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg