bij het scheepvaartmuseum

bij het scheepvaartmuseum
Als schipper van het V.O.C. schip de Amsterdam

zaterdag 2 maart 2024

Glorietijd van de 'potjes'


Een stukje over de hoogtijdagen van deze kleine coasters (potjes). De bijnaam van de Engelsman uit scheepvaartkringen was ‘Grey Devils’, zij hebben de Europese wateren ‘dun’ gevaren. We praten dan over het tijdvak 1945 – 1970. In 1947 ging er een zestal in time charter voor de Nederlandse regering naar Nederlands Indië om kopra te verschepen in de Indische archipel naar Tandjong Priok. Van daaruit ging het verder de wereld over per groothandelsvaart schip. Zij voeren in konvooi via het Suez kanaal. In 1969 werd de 500 bruto tonnenmaat losgelaten, de schaalvergroting deed zijn intrede in de Kleine Handelsvaart. De vijfenzeventigmetergrens tussen de loodlijnen, een breedte van 16 meter en motoren van 3000 pk werden normaal, men kon 6000 ton laden. De kleine coasters waren vaak van een kapitein die er de eigenaar van was of met enkele kennissen uit het dorp die wel wat geld wilden beleggen in zijn boot. Deze potjes waren totaal niet geautomatiseerd. De schroefbediening gebeurde dmv een keerkoppeling die achter de motor op de schroefas was gemonteerd en die men vanuit de stuurhut bediende . Vooruit/achteruit was een vrij zware klus tijdens het manoeuvreren, vooral als het een kleine haven betrof en je er achterstevoren in moest. Old harbour in Hull aan de Humber bijvoorbeeld of Runcorn aan het Manchester Ship Canal. Dan was er nog het sturen, dat ging veelal nog met een ketting tussen het stuurwiel in de stuurhut naar een kwadrant op het achterschip boven de roeras. Bij dit stuursysteem voelde je de kracht van de zee met slecht weer op het stuurwiel. De matroos van toen was een potige vent, hij kreeg erwtensoep met pannenkoeken op zaterdag en iedere ochtend, naast zijn brood, havermoutpap. Er waren er ook die het ‘Bodewes’ stuursysteem hadden, de broodwagen genoemd. Dit stuurde een stuk aangenamer. In de kombuis een AGA fornuis op cokes of, als deze het begeven had, een olie gestookt fornuis. In beide gevallen was het goed koken voor de kok. Als de kapitein ook van goed eten hield, was er kip op zondag met appelmoes en patat.


John Baird heeft veel tekeningen gemaakt aangaande de scheepvaart


Maar de potjes kregen het tij tegen, het vrachtverkeer over de weg was in de jaren zestig sterk in opkomst. De lijndiensten op Paris, London, Kopenhagen en Malmö kregen te maken met een lading vermindering, de container deed zijn intrede. Tal van kleine havens werden gesloten voor de beroepsvaart. De dagen van de inmiddels strek verouderde potjes waren geteld. Van sommige werd de zeebrief ingetrokken, dus dan maar naar de sloop. Dit door de geringe investering (onderhoud) en door een te slechte vrachtenmarkt van de laatste jaren. Het uitvlaggen bracht ook geen uitkomst. Sommige kon men kopen voor een prijs van rond 100.000 gulden.* Automatiseren was een kostbare zaak door de 12 of 24 volt die men aan boord had. Een enkeling had een radar met omvormer genomen. Moest deze gebruikt worden dan ging de hulpmotor bij voor de juiste netspanning. Indien geen radar ging men ten anker in dichte mist in een druk vaarwater. Zat men op ruim water dan de hoofdmotor op halve kracht vooruit en om de 3 minuten de scheepsfluit blazen. Een matroos voorop de bak, hij moest uitluisteren naar een fluitsignaal van een ander schip. De Pubs met cooldrinks and hot women moesten maar even wachten. Voor mij waren deze coasters onder niet Nederlandse vlag een mogelijkheid om toch te kunnen varen, zij eisten geen medische keuring en vaartijd. Daar kwam bij... wat kon ik anders?

* Ook zijn er veel potjes naar het Caraïbisch gebied gegaan om tussen de eilanden te gaan hoppen, vaak met smokkelwaar.



Een coaster in slecht weer


Bij deze video van de Havenzangers zie je op de achtergrond zo’n grijs potje met hoge snelheid op de rivier voorbij stomen met een gestreken mast:




Tot bij het volgende potje...


Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg


zondag 25 februari 2024

Cornwall, met potje* Ingi naar Mousehole


Cornwall, een markant gedeelte van Engeland gelegen in het uiterste Zuidwesten, de streek in de teen van Engeland, een fantastisch mooi landschap. Een bezoek aan Land’s End, de uiterste punt van de teen, is zeer de moeite waard. Ik mocht een bezoek brengen met de ms Ingi. Hier staat het eerste en laatste huis van het Engelse continent en rondom heersen de elementen water en wind. De kleine oude vissersdorpen doen soms nog middeleeuws aan, vooral Mousehole (muizenhol), een oud piratennest. Met haar Pub de Fisherman’s Inn, alleen open van 19.00 uur tot 23.00 uur en goed voor een dubbele borrel of een pint lauwe Ale en zondags gesloten.


Land's End
foto Winnie Gloudemans


Het huidige Mousehole, niets veranderd in ruim 50 jaar

Mousehole was moeilijk of eigenlijk helemaal niet per vrachtauto bereikbaar, maar men wilde bouwmaterialen. Dit werd op de telex van Gruno bevrachting gelezen. De slagzin van “Gruno” was “Whatever the cargo, wherever the port, one of our coasters is bound to be the right sort” . Karel Verkooi had de Temar aangekocht van Temmo Kroeze en deze omgedoopt naar Ingi, de witte verf van de naam was nog nat toen ik aan het Steenenhoofd (toen nog deze oude spelling) aan boord stapte. Haar Panama vlag zag er ook nog nieuw uit, evenals de scheepvaart certivicering waar Karel mee doende was. Bouwjaar 1929, scheepslengte lengte 35 meter, 240 laadtonnen, diepgang 2.40 meter, 150 pk, 7.5 knoop. Drie bemanningsleden, de stuurman was ook voor de machinekamer, dit had hij ook bij de vorige eigenaar gedaan. De twee matrozen, die eveneens bij Kroeze aan boord waren, waren ook maar gebleven. Voor mij dus het kombuis werk in de haven voor de komende twee maanden. Dan even verlof tot het volgende potje zich aandiende. Een bevrachter van Gruno stapte bijna gelijk met mij aan boord met de mededeling: kapitein u gaat laden in Meppel, bouwmaterialen voor Mousehole. Verkooi zal je wel aanmonsteren. Je krijgt van ons nog informatie over de losplaats. Dat was niet veel, het kon op een lucifersdoosje: “Meren aan SB binnenkant breakwater (pier), alleen binnenkomen met pal hoogwater, de waterstand is dan 2.80, geen loods. Bunkeren en provianderen na de terugreis van Meppel hier aan het Steenenhoofd.


Temar, september 1972 gekapseisd nabij Sunk lichtschip
op een reis Vuren – Colchester.

Na 15 uur varen meerde de Ingi in Meppel af en werd de ladingslijst doorgenomen. Twee dagen voor het laden, 3 dagen op zee met mooi weer voor de 460 zeemijlen. Zo niet dan is er altijd wel een baai aan de Engelse Zuidkust om te schuilen. Het lossen zou worden gedaan door de ontvanger die, naar bleek, enkele visserlui bereid had gevonden de klus te klaren. De bemanning bediende de winches en vijf dagen later was het schip gelost. Wachten op hoogwater, dan de achterspring op de kop van de pier, hierna zeer langzaam op de hoofdmotor achteruit de haven uit. Een groet met de scheepsfluit en op naar het haventje van Par om China klei (Kaolien) voor Gouda te laden. Na het lossen van de klei stond er een lading teeltaarde in big bags voor Saint Peter Port op Guernsey, losplaats Albion Hotel. Hierna naar Roscoff – Bretagne, zakken uien op pallets voor London tot voorbij de Tower Bridge, losplaats Billingsgate Market. Dit was het mooie van op deze Potjes te varen, weinig dagen op zee. Veel in kleine havens met een Pub voor de pint en een 'Fish and Chips' om de hoek.

* Potje = kleine coaster

Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg


zaterdag 17 februari 2024

De Hermandad van de Nederlandse vaarwateren – deel 2

 


Patrouillevaartuig waterpolitie t.h.v. de Scheierstoren


De Waterpolitie is verantwoordelijk voor opsporing, toezicht en handhaving op de hoofdvaarwegen en de grote water- oppervlakken in Nederland. Tevens controleren zij aan boord het alcoholgebruik van de schippers in de beroeps- en pleziervaart. Daarnaast kijkt men ook of de juiste vaarbevoegdheid met het juiste aantal bemanningsleden aan boord zijn.

De teams van zowel Zeevaartpolitie als Waterpolitie zijn een bijzondere groep mannen en vrouwen die voornamelijk voortkomen uit de zeevaart, binnenvaart, marine en visserij. Hoewel het politiemensen zijn, blijven het toch altijd varensgezellen van het beste soort. Ze voelen zich dan ook niet verwant met de gewone politieagent. Nadat het schip is uitgeklaard varen zij nog een stukje mee en zwaaiden ons een laatste groet. Voor ons waren zij het laatste contact met Holland.


Waterpolitie tijden Plaspop.
Foto uit de Nieuwe Meerbode van Aalsmeer.


Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg


vrijdag 16 februari 2024

De Hermandad van de Nederlandse vaarwateren – deel 1




Rotterdam heeft zijn bureau rivierpolitie aan de Sint Jobsweg (Parkhaven) opgericht in augustus 1895 op verzoek van de cargadoors. Dit door de vele klachten van diefstallen uit de pakhuizen. In het jaar 2000 veranderde de naam van Rivierpolitie in Zeehavenpolitie, een onderdeel van de Nationale Politie. Hun werkgebied is vanaf de Brienenoordbrug tot Hoek van Holland/ Maasvlakte. Ze zijn zeer actief in de haven en werken nauw samen met de douane in het opsporen van de narcotica transporten die per schip worden aangevoerd. Daarnaast andere havencriminaliteit, milieuhandhaving, nautisch toezicht en grensbewaking (aan boord). De informatie van de binnenkomende zeeschepen, de maritieme wereld van de scheeps- bewegingen in de Rotterdamse haven, krijgen zij via Dirkzwager Maassluis (1872), thans de ‘Koninklijke Dirkzwager’. Zij zijn de ogen en oren van het havenverkeer.

De zeehavenpolitie voert de grensbewaking uit door aan boord van een zeeschip te gaan wanneer deze op zijn los-/laadplaats ligt of op de boeien is gemeerd met behulp van de roeiers, dit zijn de mannen die de trossen aannemen. Eenmaal gemeerd vragen zij aan de kapitein een bemanningslijst met de namen en paspoortnummers om te kijken of er geen verdachte personen bij zijn. Hierna mag de bemanning de wal op om het geld te laten rollen, want daarom is het rond gemaakt.

In mijn matrozen tijd was het stapgebied voor de zeeman het Stieltjesplein, vooral Café Rijn & Zeevaart, met in haar kielzog Café De Coaster waar het pils ijskoud geserveerd werd en met mooie Rotterdamse stukken aan en achter de bar die Parfait d‘amour dronken. Muziek van Freddy Quinn die ‘Heimatlos’ zong, afgewisseld door Ciska Peters met haar ‘Zeeman, jij moet varen’. Dan was er nog Eddy Christiani, gekscherend ook wel Eddy Fietsband genoemd, met zijn ‘Oude Zeeman’, dan kwamen de tranen. Dit alles kwam toendertijd uit een Wurlitzer jukebox . Of je ging naar de Kaap met zijn roodverlichte vensters. Je ging zo’n gezellige verlichte kamer binnen waar een joekel van een vrouw naast een schemerlampje een paar sokken zat te breien en je zei schuchter hoeveel.

Vlissingen, Borsele, Terneuzen en Moerdijk hebben sinds juli 2023 ook een eigen Zeehavenpolitie. Hoofdbureau aan de Piet Heinkade te Vlissingen. Zij hebben in hun korte bestaan al zo’n vijftig uithalers opgepakt – 12.000 kilo cocaïne.


Patrouillevaartuig Zeehavenpolitie t.h.v. de Veerhaven


Tot deel 2!

Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg


woensdag 14 februari 2024

Een doorstart van F.L. Woodleg




Door een gevoel van een niet te bepalen soberheid van Captain F.L. Woodleg na terugkomst uit Zweden (2018) en na hierna met Gon in Nederland nog drie keer verkast te zijn, werd het in september 2023 dan uiteindelijk een plek aan de Schelde met de ‘Put van Terneuzen’ als voortuin. Hier werden tot voor zo’n 25 jaar geleden schepen opgelost: d.w.z. dat hun bulk lading in lichters werd gedaan tot het schip voor het Kanaal Gent-Terneuzen de juiste diepgang had. Het kanaal is de afgelopen jaren op een diepgang gebaggerd van 16-18 meter. Met de nieuwe, in aanbouw zijnde zeesluis van Terneuzen, die naar verwachting eind 2024 gereed zal zijn, gaan er dan schepen met een diepgang van 18 meter zo het kanaal op. Nu lost men nog op in de wateren van Everdingen onder de rook van Borssele.

Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg


zaterdag 11 juli 2020

De lockdown in de Achterhoek





De stilte is hier heilzaam, maar mijn hoofd is ook nog vaak bij de scheepvaart met ook diens passie voor de havenkwartieren. De natuur is daar ook mooi.
Laat ik beginnen met Hamburg en de Reeperbahn. Die naam is afkomstig van het touwmakersbedrijf (reepschlägern = touwslagerij), het in elkaar draaien van scheepstouw, in het Nederlands een lijnbaan genoemd.


De lijnbaan van een touwslagerij


Met de Reeperbahn met veel cafés en discotheken, wordt ook het gehele prostitutie gebied van Hamburg aangeduid. Het is een lange straat van ca. 1000 meter met de Herbertstrasse, achter de hekken van de straat bevinden zich de bordelen, tippelprostitutie, raamprostitutie. Een andere bekende straat in dit gebied is de Grosse Freiheit met zijn Beatles-Platz en zijn Star-club waar vaak The Beatles speelden in de vroege jaren '60. Veel zeelieden zullen ook vaak een biertje genomen hebben in de Bontekoe. Na middernacht is het nog steeds voetjes van de vloer in St. Pauli. De namen zijn veranderd, nu gaat men naar Angie’s Nightclub of the Docks of de Kir voor gay. Tegenwoordig zien we aan de oostelijke zijde van de Reeperbahn een kantorencomplex met een metrostation St. Pauli. Zou men zoiets ook in het gemeentehuis van Amsterdam kunnen bedenken voor de Wallen met de prostitutie, zij laten het liever uitwaaieren door de hele stad, net als in Rotterdam.

Nu nog even iets over het Schipperskwartier in Antwerpen. Nog niet zo lang geleden lieten zowel toeristen als Antwerpenaren deze wijk liever links liggen. Het was een vreemde buurt met madammekes van plezier, tattooshops en louche bars (lees over het Motorbaasje (klik). Nu is er een gedoogzone van nog maar drie straten met rode lichtjes hier en daar, een kleurrijke volkswijk met authentieke cafés, je vindt er ook trendy eethuisjes. Op het Falconplein nog steeds het oudste Chinese restaurant van Antwerpen, dan Café d’Anvers, een omgebouwde kerk tot houseclub en het oude Red & Blue heet nu Cargo Club. Maak eens een ommetje met je kennissen van nu via de Schipperskapelstraat, Veemarkt, Klapdorp, het is de moeite waard. Er zijn prima B&B's nabij het station om rustig te bekomen van een geslaagd bezoek aan een oud zeemanskwartier. Onze tijd van remmidemmi is voorbij, denk er maar aan terug voor de loodsboot komt en je naar je ankerplaats begeleidt.



Recht zo die gaat!

F.L.Woodleg



zaterdag 30 mei 2020

De zee met haar ritmes

Nu maar eens een stukje getijden educatie op verzoek van de dames uit Zeeland.

Bretagne




’s Zomers zoeken we verkoeling bij de kust maar de meesten van ons hebben geen oog voor het ritme van eb en vloed, laag- en hoogwater. Als het hoogwater wordt stroomt het water naar het noorden, bij laagwater naar het zuiden.
Het getij is onlosmakelijk verbonden met de tijd, kent een terugkerende cadans door de aantrekkingskracht van zon en maan, dit noemen we de evenwichtstheorie. Het getijverschijnsel ontstaat door het verschil in aantrekking, die zowel de zon als de maan op de vaste aarde en de beweeglijke watermassa uitoefenen. Aristoteles was, voor zover we weten, de eerste die het opkomen en wegebben van het water in verband bracht met de maan.
De drie hieronder genoemde heren maakten er een wetenschappelijke verklaring voor, het cyclische karakter van het getij (aantrekkingskracht/zwaartekrachtwet). De eerste die het idee opvatte dat het getij wordt opgewekt door de aantrekkingskracht die de maan uitoefent op het water van de oceaan was Johannes Kepler (1571-1630). Sir Isaac Newton (1642-1727) met zijn zwaartekrachtwet kon grotendeels het getij verklaren. Pierre Simon de Laplace (1749-1827) is een van de wiskundigen die op basis van Newtons denkwerk verder is gegaan.
De oudste Europese getijtafel stamt uit 1213 van de Abt van Saint Albans the flod of the London brigge. Hij maakte een staatje hoe vaak per dag en op welk tijdstip het hoogwater was geteld vanaf nieuwe maan. De oudste Nederlandse getijtafels dateren uit de zeventiende eeuw. Amsterdam begint in 1700 met waarnemingen. In Katwijk (1737- 1741) werden uurlijks standen bijgehouden, dit werd ook in Brielle en Dordrecht gedaan. Wij doen het nu met de HP 33 van de hydrografische dienst, de Enkhuizer Almanak (1686 van Isaac Haringhuyzen) en zo zijn er zoveel meer. Willen we getijden van over de gehele wereld weten dan neemt men de Admiralty Tide Tabels. Wel even een opmerking, de gegevens uit getijtafels zijn gemiddelden. Meteorologische invloeden kunnen deze gemiddelden aanzienlijk verstoren. Een westelijke storm zal het water aan de westkust van Nederland sterk doen opstuwen. Oostelijke wind veroorzaakt daarentegen aan de Nederlandse westkust een verlaging van de waterstand.
Laten we gewoon de evenwichtsgetijden met de wet van Newton en met het denkwerk van Pierre Simon de Laplace naast ons neerleggen, we weten dat ze er zijn. We houden het voor ons op de praktijk met het tijdstip van het getij met zijn verloop. De maansdag, een omwenteling van de maan om de aarde, duurt 24 uur en 50 minuten. De aarde draait in 23 uur en 56 minuten om haar as. Deze dikke 50 minuten geven het verschil in tijd. Dus als het vandaag aan het strand om 6 uur hoogwater was en we komen morgen om dezelfde tijd terug dan blijkt dat we nog zo’n 50 minuten moeten wachten voor het hoogwater is, dit noemt men het verloop en houdt in dat het laagwater dus ook zo’n 50 minuten later verloopt. Dit verklaart waarom je steeds op een andere tijd een getijhaven in Engeland in of uit kon varen.
Dubbeldaags getij zoals bij ons op de Noordzee. Springtij- en doodtij, de veroorzakers zijn weer de zon en de maan ten opzichte van de stand van de aarde. Staan zij in elkaars verlengde dan bundelen ze hun krachten: aarde - maan - zon (Nieuwe Maan) of maan - aarde - zon (Volle Maan). Werken zon en maan samen dan is het Springtij, dit komt twee keer per maansmaand (29,53 dag) voor. Zeven dagen later is het doodtij, de maan en de zon werken elkaar dan tegen. Dat gebeurt als de twee hemellichamen met de aarde er tussen, als het ware haaks op elkaar staan. Er wordt dan van twee verschillende kanten aan het water getrokken met als gevolg dat het water veel minder stijgt, dit verschijnsel heet doodtij. Plat uitgelegd heeft de aarde bij het EK (Eerste Kwartier) rechts de zon en boven zich de maan, bij het LK (Laatste Kwartier) de zon weer rechts en de maan onder zich.
Het bovenstaande vertelt ons dat het bij NM en VM een extra hoogste HW stand (springtij) en een extra laagste LW stand geeft. Bij het EK en LK (doodtij) zien we dat we van doen hebben met een HW dat minder hoog is dan bij springtij, en LW stand die minder laag is dan bij springtij.


Afbeelding van Waterrimpels.nl

Looptijd en vertraging met de leeftijd. Op het Zuidelijk halfrond is de oorsprong van het getij te vinden. De getijdengolf die hier wordt gevormd plant zich voort door de Atlantische Oceaan in de richting van het Noorden. Tijdens deze reis wordt de getijdengolf op verschillende manieren vervormd en gekneed door de structuur van de oceaan. Na twee etmalen arriveert het getij in de Noordzee. Dan is er ook nog leeftijd van het getij het kan dus jong, oud of zelfs hoogbejaard zijn. Bij Brest is hij ongeveer 29 uur jong, in IJmuiden daarentegen komt hij pas 52 uur na de geboorte aan, dit komt door een langere route om de Britse eilanden heen via de Pentland Firt de Noordzee in stroomt en daarna afbuigt naar de Nederlandse kust ter hoogte van Harwich. Dit verklaart waarom het bij ons op de kust 52 uur na NM en VM springtij is. Ook de aardkorst kent een getijdengolf, de astronomische getijdenkrachten hebben niet alleen invloed op het water van de oceaan maar ook op de aardkorst onder en rond de Noordzee. De bodem van de Noordzee gaat hierdoor 17 cm op en neer. Het aardoppervlak wordt daarnaast vervormd door de wisselende waterdruk ten gevolge van de getijden.
Meer weten over het getij? Lees dan van Marten Toonder De tijwisselaar met Tom poes en heer Bommel. 
Uitgeverij De Bezige Bij 1970.
Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg