bij het scheepvaartmuseum

bij het scheepvaartmuseum
Als schipper van het V.O.C. schip de Amsterdam

dinsdag 24 februari 2015

De m.s. Leprechaun





Deel I


Het was eind mei 1970 en de schoollokalen van de Hogere Zeevaartschool van het Zeemanshuis te Amsterdam begonnen mij flink te benauwen, evenals de leraren met hun berekeningen van en over Zeevaartkunde en Zeemanschap. Dan maar even een zomervlucht naar zee. In de afgelopen schoolperiode wel het diploma Radarwaarnemer en een Algemeen Certificaat van Radiotelefonist gehaald, dus het was niet echt een verloren tijd.


Ik had toen nog wel iets meer haar.


Ongeveer een jaar voordat ik naar de Zeevaartschool zou gaan kreeg ik de kans om als "stuurman met vrijstelling*" (dispensatie) aan te monsteren op de ‘Blue Marleen’, bevracht door Gruno, call sign PFPJ van Rederij Blue Anchor, genoemd naar een Public House in London.
Gebruik makend van dezelfde vrijstelling mocht ik nu aanmonsteren op de Leprechaun van Scheepvaartbedrijf ‘Gruno’. 
Deze scheepvaartonderneming zal in onze herinnering blijven door het boek GRUNO 1937-2002, geschreven door Jan Anderiesse & Leslie Spurling.




De foto’s betreffende de schepen in deze blog zijn van Jan Anderiesse die nog als machinist op de Leprechaun heeft gevaren. In 2003 hebben Jan, Gonny en ik in Fenit nog een Guinness gedronken in the local pub. Wij deden in dat jaar een rondtoer langs Ierse havens.


Jan, Gonny en ik in Ierland in 2003. The local pub.


* Vrijstelling: kon men krijgen als een kapitein/rederij je bekwaam achtte om zelfstandig wacht te lopen op zee, je moest dan een test doen bij de Scheepvaartinspectie.

Volgende week het vervolg, de Leprechaun in Amsterdam in de zomer van 1970.
Met een bezoek aan boord van de The Saté Babi Boys.
En... met heerlijke recepten van Schurfje.


Deel II



Leprechaun toen hij nog Skum heette


De Leprechaun (ex Skum) van 1948 had een laadvermogen van 350 ton, de motor was een Werkspoor met een vermogen van 224 pk die haar een snelheid deed ontwikkelen van 8 knopen.
Begin juli kreeg Kapitein Jaap opdracht van de bevrachters van Gruno om naar Par te varen. Deze haven is gelegen aan de zuidkust van Engeland. Een lading chinaklei (porseleinaarde) in zakken voor Amsterdam welke gelost moest worden bij de Rietlanden in het Oostelijk Havengebied (heden ten dage is dit een woonwijk). 
Deze losplaats was niet ver van de Indische buurt waar klasgenoot Frans woonde. Even een telefoontje naar Frans voor een biertje aan boord van de Leprechaun. Frans had Henk, zijn buurtgenoot en gitaarvriend waarmee hij ook samen op de ULO had gezeten, meegebracht. Ze vormden samen het duo The Saté Babi Boys en buurman Willem was hun impresario. 
Zoals altijd waren ze gedrieën op hun fiets gestapt om naar de boot van Piet te gaan. Het opstappen op de fiets ging hen minder goed af toen ze in de vroege ochtend naar huis wilden gaan, maar toen ze eenmaal op hun fiets zaten met de nodige bijgeluiden hoorde ik Willem nog tegen Henk zeggen: ‘Fiets jij maar achteraan!’ Het schurfje* dat wij zo rond middernacht hadden gemaakt met o.a. gebakken uien deed samen met het bier en de jonge klare z'n werk.


Het kantoor van Gruno gezien vanaf  'Het Stenen Hoofd' in Amsterdam.
Dit is allemaal gesloopt.


Enkele dagen later was de Leprechaun gelost, waren de fietsen van Frans en Henk aan boord genomen en onder toeziend oog van Kapitein Jaap verhaalden zij het schip naar 'Het Stenen Hoofd’ waar wij op orders moesten wachten voor nieuwe lading. Willem stond al op de kade op ons te wachten en kon zo mooi de trossen aannemen. 
Kapitein Jaap trakteerde ons op een biertje en een goed zeemansverhaal. Hij ging daarna naar huis in zijn Daffodil. Zie je het voor je, een man van bijna twee meter en 120 kg zwaar?! 
Wij hadden ook nog wat te doen, ik zou the boys en Willem in contact brengen bij mijn stamcafés de Montparnasse* in de Nieuwebrugsteeg, de Haven van Texel* op de hoek van de Sint Olofssteeg en de De Rode Laars op de Zeedijk. 
Willem kreeg als impresario de mogelijkheid om bij de lady bartenders The Saté Babi Boys op de kaart te zetten en wij de streepjes op onze bierviltjes. Nu hadden the boys muzikaal het getij tegen. Instrumentaal waren Andy Tielman en zijn Tielman Brothers met hun Indo Rock ‘the boys’ al voor gegaan, evenals Hank B. Marvin & Bruce Welch bekend van The Shadows. Het tijdperk van de Beatles en Rolling Stones was er nu. 

Bij het verlaten van De Rode Laars stelde ik voor om de avond te evalueren onder een afzakkertje in de Corsobar aan de Korte Niezel hoek Oudezijds Achterburgwal, bij Japie die kok was geweest op schepen van de Gruno, hij had altijd wel een goed verhaal. In deze Corsobar liet Willem ons weten dat het werk als impresario te zwaar was naast zijn volwaardige baan als touringcarchauffeur. Japie kon het er ook niet bij doen naast zijn baan als kastelein en Piet had geen verstand van muziek en dus zaten The Saté Babi Boys zonder impresario. Japie werd er getuige van hoe twee gitaarvrienden konden huilen over hun droom op muzikaal gebied die nu was gestrand. Nadat Willem de glazen weer had laten vullen droogden de tranen snel.


The Saté Babi Boys


Staand op de foto links Rina achter haar broer Frans met gitaar, Henk met baardje rechts eveneens met gitaar. Rina luistert hier zeer aandachtig naar de akkoorden van The Boys. Het ging wel eens mis als ze te lang bij kastelein Ernst waren geweest. En waar was Bea?
  
Frans en Henk wilden allebei wel een gezin stichten. Frans maakte zijn studie af aan de Zeevaartschool, werd stuurman op de tankvaart en trouwde met Bea. Toen hun eerste zoon zich aankondigde ging hij aan de wal en werken bij Traffic Centre IJmuiden/Noordzeekanaal tot zijn pensionering. 
Op mooie dagen fietst hij zo nu en dan met kleinzoon Steef langs de schepen in de haven en bij de sluizen van IJmuiden. Wanneer Steef op een dag zal vragen: ‘Opa, waar draaien ze muziek van Freddy Quinn?’ zullen opa en oma weten dat ze hem uit gaan wuiven als zijn schip tussen de pieren van IJmuiden naar zee en vreemde kusten gaat.
Van Henk en Willem niet veel meer vernomen na de dramatische nacht bij Japie. In mijn herinnering zie ik ze nog bedroefd wegslingeren op hun fietsen via het Oudekerksplein* richting Warmoesstraat.
De Leprechaun ging enkele dagen later sojameel in bulk laden voor Wells-next-the-Sea gelegen aan de noordoostkust van Engeland.


Aanloop Wells-next-the-Sea


Het lossen zou ongeveer vier dagen duren met het weekend ertussen. Kapitein Jaap kon hier mooi het toezicht op houden. De tijd dat wij in Amsterdam lagen was hij bij zijn gezin geweest, dus nu moest ik maar even van boord. Wells had een goede busverbinding met Norwich en een uitstapje naar Vera the lady bartender van The Ferry Inn vond ik een relaxed idee. 
Een telefoontje naar haar moeder dat ik weer eens zin had in een echt English Breakfast ontlokte haar de woorden ‘Oh Peet, you are so welcome, we’re running out of sigarets’. Ik had nog wel iets in de bootsmanskist.

Nu ik 45 jaar later terugkijk plaats ik de foto’s van The Boys van nu met hun echtgenotes:


Frans weer links en Henk rechts.



En Willem, de impresario.


En dan Gon (chefkokkin Catharina) en ikzelf.


Japie heeft AOW en gaat iedere ochtend om tien uur nog altijd koffie drinken in de Montparnasse en blijft het café zo noemen. Anita, de oude eigenaresse, woont met haar Zweedse zeeman in Stockholm.

*       Schurfje: De beloofde recepten vind je op een nieuwe pagina bovenaan in de balk. Je komt er ook door HIER te                         klikken.

**      Café Montparnasse heet nu Café de hartjes.

***     Café Haven van Texel: is nu restaurant de Haven van Texel. 

*****  Oudekerksplein: De kerk op dit plein stamt uit 1306 en is tevens het oudste gebouw van Amsterdam. 
         In 1584 mochten de kooplieden er beurs in houden, tegenwoordig staat zij in het centrum van de Rosse buurt. 
         Vlakbij is het hofje “Den Ouden Wip” gelegen, hier wonen gepensioneerden uit de prostitutie.

Recht zo die gaat!

F.L.Woodleg


vrijdag 6 februari 2015

Spirit, Tarzan en Globe



Als matroos/kok op de al wat bejaarde kustvaarders Spirit, Tarzan en Globe.


m.s. Spirit (foto Jan Anderiessen)

Deel I


De Spirit was in 1931 te water gegaan als Buizerd voor Rederij van der Eb en Jacob Beck. In 1964 werd zij aangekocht door kapitein Henk Foster, deze werd bevracht door Beck’s scheepvaartkantoor in Groningen. Ze had een laadvermogen van 350 ton met een motorvermogen van 200 pk, snelheid in ballast 7 mijl. Het sturen van dit schip ging nog met een kettingroer met kwadrant. Je moest wel stevig in je armen zijn om een dergelijk schip met windkracht 6 Beaufort* en meer op koers te houden. 
Rond 1971 streek kapitein Foster de vlag en het schip werd gesloopt in 1972 in Vianen, hij was er zeven jaar eigenaar van geweest. De bemanning bestond uit: kapitein, stuurman Hans Houtepen, matroos/motorman Peter Spin, matroos/kok Pietje die later kapitein F.L. Woodleg werd. Het vaargebied was Oost- en Noordzee. Maar in hoofdzaak voeren wij tussen Londen, Norwich, Rotterdam, Antwerpen en Parijs voor het laden en lossen van stukgoed. Leeg de Seine af om in Rouen weer Franse auto’s te laden voor Londen, een dergelijke rondreis duurde drie weken. De afstand Rouen – Parijs was ca. 190 mijl waar we twee dagen over deden om laat in de middag af te meren in de zeehaven van Parijs. 
Het probleem op deze rivier was altijd de waterstand, bij een te hoge waterstand had men problemen om onder de vele bruggen door te komen, dan moesten stuurhut en schoorsteen weggehaald worden en stond men in de buitenlucht te sturen. Was zij dan nog te hoog, dan moest men aan de kant blijven liggen tot de waterstand weer normaal was. Op dit traject lagen zes sluizen. 
Na vier maanden monsterde ik af, ik had het wel gezien als matroos/kok. In de kombuis stond nog een AGA cooker op cokes die met slecht weer op zee moeilijk aan te houden was. 
Dan waren er nog de dames Vera, de lady bartender uit de Ferry Inn uit Norwich en Sylvia van de bar aan de haven van Parijs met de mooie naam “Je suis retour de la mer “. Hier dronk ik altijd enkele Pastis tot zo rond de klok van tien uur, dan ging Sylvia haar rode sportwagen halen om ons in het nachtleven van Parijs te storten. Hoe we altijd zonder ongelukken terug aan boord kwamen is mij nu nog een raadsel. Peter Spin is wel een keer in zijn ondergoed aan boord gekomen. Een Algerijn had behoefte aan zijn leren jas en broek. Stuurman Houtepen is zijn linkeroor kwijtgeraakt bij een bezoek aan een nachtclub in Soho.


Spirit op de sloop

Maar Beck’s scheepvaartkantoor had meerdere schepen, één daarvan had de naam “Tarzan”. Hierop mocht ik aanmonsteren als matroos/kok en hoefde niet meer op cokes te koken, deze kombuis was voorzien van een oliekachel. Dit schip had ook een regelmatige dienst op Parijs. Vanuit Kopenhagen werd lading ingenomen van de biergiganten Tuborg en Carslberg voor het Parijse nachtleven. In Norwich mosterd en diverse sausen bij de Colman’s factory. Daar werd de steven weer richting Seine gewend. Zo konden de lady bartenders Vera en Sylvia zich blijvend verheugen op het feit dat hun sigarettenvoorraad op peil bleef. Als tegenprestatie leerde Vera mij praktisch Engels en Sylvia Frans op z’n Parijs. Het was een leerzame tijd voor mijn nog komende loopbaan op zee.

* Beaufort:

  • Beaufort, windschaal uit 1805 voor zeilschepen.
  • 1905 de schaal werd aangepast voor de stoomvaart.
  • 1946 laatste wijziging door het “International Meteorological Committee”.
  • Francis Beaufort was Ier en marinecommandant op het fregat Woolwich van de Royal Navy.


m.s. Tarzan


Deel II

De m.s. Tarzan, call sign PDOZ, was een schip van 380 ton, gebouwd in 1935 als DEPA met een motorvermogen van 300 pk Deutz die haar een snelheid van 9 knopen gaf. In 1956 werd zij aangekocht door Jannes Beck, deze verkocht haar later naar Griekenland. In 1986 is zij gesloopt, haar laatste thuishaven was Limasol op Cyprus.


m.s. Normandie, één van de latere "Parijsvaarders" begin jaren zestig. (foto Douwe Jorritsma)


Door de verkoop van de Tarzan mocht een gedeelte van de bemanning mee naar de Globe van Beck’s Scheepsvaartkantoor aan de Westersingel 51 te Groningen.

De m.s. Globe, call sign PEJD, bouwjaar 1948, was een wat groter schip. Laadvermogen 450 ton, motorvermogen 300 pk Brons met een niet al te interessant vaargebied Noordzee – Ierse Zee. Zij is in de zomer van 1969 gesloopt, daar zij in dat voorjaar in de Bow Creek aan de grond gelopen was met als gevolg een geknikt schip wat onherstelbaar was. Exit voor de oude dame van Ome Jannes Beck, ze ging naar Hendrik Ido Ambacht .

Een aantal bijzondere havens en reizen zijn me wel bijgebleven. Van Urk pootaardappels voor Selby aan de rivier de Ouse. 
Zo was er ook nog een reis met dakpannen van Roermond naar Londen met een losplaats voorbij de Tower bridge, zodat ik hem ook in geopende toestand heb gezien. De losplaats was Brentford aan het Grand Union Canal. Vandaar in ballast naar Colchester aan de rivier Colne. Daar graan in zakken geladen voor de Whiskyfabriek in Port Askaig op het eiland Islay aan de Schotse zuidwestkust.
Het werd winter op het Noordelijk halfrond, tijd om maar weer eens wat te gaan zoeken in zuidelijker wateren. Daar kwam bij dat de vrouw van de kapitein steeds maar in de kombuis kwam of ik haar ook de Franse taal wilde bijbrengen op de manier zoals ik die had geleerd. Toen was de tijd rijp om mijn plunjezak te gaan pakken en af te monsteren.




Epiloog.
De eerlijkheid gebiedt te schrijven dat tijdens mijn Hogere Zeevaartschool periode de voortgang van mijn studie regelmatig door de intussen ex-kapiteinsvrouw werd gecontroleerd.
De jaarlijkse kerstkaart van Vera was er in 1976 een met dubbele tekst: “In het voorjaar van 1977 treed ik in het huwelijk met mijn Deense kapitein”. 
In het voorjaar van 1982 kwam er een uitnodiging van Sylvia en haar vriendin Susie. Zij hadden nabij de Hallen in Parijs hotel-restaurant 'Le poisson qui rit'  overgenomen.

 
Recht zo die gaat!
F.L..Woodleg
 
 


vrijdag 2 januari 2015

Winnaar etentje bij Ankis Bar


Hoog tijd om de winnaar bekend te maken van de "prijsvraag" die ik hield, te lezen in DIT (klik) bericht. Eigenlijk konden maar weinig mensen vermoeden of weten dat het hier gaat om Ankis Bar in Dorotea. Toch waren er vier goede antwoorden. Het zou daardoor gaan om een etentje met en voor:

  • Marissa en Luc
  • Marlies en Arnoud
  • Els en Josien
  • Ineke en Bas

De vier briefjes deed ik in een pet uit mijn vaartijd en Gonny mocht een briefje pakken:




Niet zo heel best te lezen misschien, tja het is avond en met de flitser... Afijn het zijn Els en Josien die komende zomer, wanneer ze hier in Jämtland op vakantie zijn, met ons mee mogen om te gaan eten in Dorotea. 


GEFELICITEERD!



Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg




woensdag 17 december 2014

Julbord 2014




Wat veel van mijn lezers niet zullen weten is dat wij hier op het “platteland” niet uit eten kunnen in een sfeervolle ambiance. Sfeervolle restaurantjes zijn er gewoon niet, daarvoor moet je naar de stad en die is niet bepaald naast de deur.
Het zal zo midden november geweest zijn dat Gon en ik weer onze knagende verschijnselen voelden opkomen, die alleen maar bevredigd konden worden door een goede Västerbotten schnitzel. Die kun je bijvoorbeeld eten over de grens van Lappland bij het eethuisje van Alibaba.
Alibaba komt uit Libanon, hij is daar al wel zo’n 40 jaar geleden vandaan vertrokken.
Met hem bespreek ik altijd de toestand in de wereld en ook de situatie op lokaal gebied. We doen dit in een mix van Duits, Frans en Zweeds. In ons laatste gesprek hadden wij het over de boulevard van Beiroet met zijn vele eethuisjes aan het strand. Daar waar men verse tabouleh serveert. Hij hoorde Gon zeggen: “Oh heerlijk, dat mis ik nu zo hier!”
“Geen probleem, ik haal de tabouleh naar hier. Het zal voor jullie een julbord* worden hier in mijn kleine eetpaleis. Ik bel je wanneer ik jullie verwacht.” 
Dit werd de avond van 15 december j.l. De vensterbank in kerstsfeer en de tafel eenvoudig gedekt mét een waxinelichtje. 




Het voorgerecht, de tabouleh, was uitermate goed evenals de tournedos en de wijn uit zijn privé kelder. Jammer dat je altijd weer naar huis moet rijden. Volgend jaar maar met de arrenslee als wij een gepensioneerd rendier vinden.

Familie Alibaba bedankt voor het goede Julbord!

* Julbord = kerstbuffet, kerstmaaltijd. 

De naam Alibaba is fictief. Degene die weet waar wij gegeten hebben mag dat naar mij mailen, het adres vind je in de rechter kolom. Bij meerdere goede oplossingen verloot ik een etentje voor twee bij Alibaba samen met Gon en mij. 
Het maakt niet uit of je in Zweden woont of in een ander land (en hier met vakantie komt).

Als je een echt Zweden fan bent kun je alvast in kerststemming komen met het prachtige nummer "Julens tid är här", dat ik rechtsboven heb geplaatst. 

Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg


maandag 15 december 2014

Schin op Geul


Nagekomen op het bericht Clatterbridge Hospital.
Ik heb er vorige week, toen ik het bericht schreef, voor gekozen het niet te vertellen, maar nu mij in een reactie en diverse mails gevraagd werd hoe het met de bootsman is afgelopen, zal ik er dan nu op antwoorden.

Wel lezers en vraagstellers de bootsman heeft uiteindelijk gekozen voor euthanasie. 
Dit is onder begeleiding gedaan twee jaar na het ongeval. 
Deze twee jaar hadden in het teken gestaan van revalideren met een van de eerste kunsthanden aangestuurd met elektroden. Hij heeft enkele dagen gevaren op een  havensleepboot welke men zoveel mogelijk had proberen aan te passen. In de haven van Amsterdam werd dit een desillusie, evenals het werken bij een inpakafdeling van een chocoladefabriek. 
Dit laatste was mede bedoeld als training, maar het was niet te doen met twee kunstarmen.
Iedere keer als hij om hulp moest vragen, vond hij dit een vernedering.

Dan word je uitgenodigd om naar Schin op Geul te komen en zit je later samen aan de bar in zijn stamcafé, hij met een aangepaste onderarm met een houder voor een kleintje pils en ik met een linker onderbeen waar een fles drank of een slof sigaretten in kon.
Op een gegeven moment zei hij: “Piet, overmorgen ga ik aanmonsteren op de Almacht”. Je laat beiden een traan en je zegt tegen elkaar: “In ons beider monsterboekje komt zij te staan, ons laatste schip de “Almacht” van de Never-come-back-line. Proost!”

Nog niet eerder hoorde ik de liederen De fles van Jan Boezeroen en Heimatlos van Freddy Quinn zo zuiver gezongen als bij de afscheidsdienst van Hermann. Gezongen door het kerkkoor onder leiding van meneer pastoor met ondersteuning van het kerkorgel.
Na de uitvaartdienst en de begrafenis vertelde meneer pastoor mij in Hermann zijn stamcafé dat het koor het met zeer veel liefde had gezongen tijdens de dienst van bootsman Hermann. De kastelein vulde nog maar eens de glazen en uit de jukebox klonk de stem van Jan Boezeroen. Die nacht heb ik doorgebracht in de pastorie van Schin op Geul.


Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg


maandag 8 december 2014

Clatterbridge hospital na het ongeluk



Nabij het ziekenhuis van Liverpool

We schrijven zomer 1971. Studie afgerond en al even als stuurman op de zeesleepvaart. We waren met zes zeeslepers een boorplatform op z’n plaats aan het zetten in de Ierse Zee.
Zoals de foto al laat zien heb ik een ongeluk gehad met een niet al te leuke afloop. Een splinternieuwe sleepkabel die brak.
Je wordt, samen met de bootsman die zijn beide onderarmen verloor, in een helikopter  gehesen. De kok was mij nog even behulpzaam door mijn afgerukte onderbeen in een schoon laken te wikkelen, zodat ik deze bij aankomst in een ziekenhuis aan de arts kon geven met de vraag of het er weer aan gezet kon worden. Later was het antwoord van de chirurg: “Nee, dat gooien we weg.” De bootsman en ik hadden wel de primeur, we waren de eerste patiënten die per helikopter naar het Clatterbridge Hospital nabij Liverpool waren gekomen. Het helikopterveld was pas een week oud. Zonder te wachten gingen we de operatiekamer binnen. Gek dat ik nog weet dat het kwart over twee was, de klok hing boven de deur. Toen ik later die avond bijkwam, zag ik de bootsman naast mij liggen. Tussen onze bedden zaten broeder John en zuster Mandy.  Om onze bedden had men een gordijn getrokken en ik kreeg een kop thee van John, nou die ging er wel in. Ik vroeg aan zuster Mandy hoe het met de boots ging maar hij gaf zelf antwoord: “Stuur, ik zal nooit meer een biertje vast kunnen houden en dan word je stil want ik had nog het gevoel dat mijn onderbeen weer was teruggezet. Bij het bed verschonen zag ik dat dit niet het geval was en ik zag ook dat wij op een zaal lagen met 28 man.

Door Ds Jan Sap van de Hollandse gemeente in Liverpool werden wij in contact gebracht met twee dames die beiden een winkel hadden. De ene (foto boven) in kinderkleding, de andere in damesmode,  beiden uit Heswall Hills. De laatste heeft voor ons voor kleding en nachtgoed gezorgd, want na het ongeluk was er geen tijd om wat uit onze hutten te halen.
De bootsman ging na twee weken terug naar Schin op Geul en had het zeer moeilijk. Zelf ben ik daar drie maanden gebleven, tot eind oktober. Ik had daar iemand leren kennen waarmee ik in de weekenden een biertje ging drinken en Fish & chips met een steak and kidney pie ging eten.
Doordeweeks revalideren en ‘s avonds onder begeleiding naar de pub van het ziekenhuis als er een nurse was die mij wilde meenemen. Deze bar was gescheiden, een voor doktoren en staf (deze was duurder) en een voor keukenpersoneel en verplegend personeel. Maar in beide waren chips and peanuts hetzelfde geprijsd.

Na drie maanden dus terug naar Nederland waar november en december 1971 in het teken stonden van bezoeken aan de VU in Amsterdam Buitenveldert om te revalideren en aan de firma Franssen aan de Overtoom in Amsterdam voor een prothese. Mijn sinterklaascadeau was een kunstbeen, de linker broekspijp was weer gevuld maar het liep nog voor geen meter.
Dan maar de krukken er bij en op naar mijn stamcafé’s voor een alcoholversnapering tegen sluitingstijd. Van de laatste liep ik zonder krukken naar huis en de volgende morgen werd het uitstapje afgestraft met pijn in mijn hoofd en het lopen ging weer niet. Dit werd me in januari en februari 1972 wel bijgebracht door juffrouw  Ogtrop van de VU.

In maart kreeg ik mijn monsterboekje* (zeemansboek) terug, op iedere bladzijde was in rood gestempeld “INVALID”. 
Daar ging mijn toekomst,  want ja, de zeeman moet gezond zijn van lijf en ledematen volgens het Verdrag van Genève d.d. 25 oktober 1921 (Artikel 451b Wetboek van Koophandel).
Zelf kreeg ik de Medisch Adviseur van de Scheepvaartinspectie niet op andere gedachten.
Ik vertelde hem dat Peter Stuyvesant (1612-1672) zelfs met een houten poot de wereldzeeën bevaren had. De mijne kreeg ik in 1973 en die liep stukken beter op een slingerend en stampend schip dan een prothese.





Geen boot voor mij dus met de Nederlandse vlag, dan maar onder een andere vlag, het werd de sleepboot Piranha met Limasol op het achterschip, zij lag aan steiger 9 achter het Centraal Station van Amsterdam. Met de hand geschreven stond op een stuk karton van een lege bierdoos ‘Looking for crew’. Ik ging maar eens vragen waar de reis naartoe ging en of er een kok nodig was. Dat was niet het geval. De eigenaar vroeg welke ervaring ik had en ik liet hem mijn afgestempelde monsterboekje zien. Op bladzijde 8 las hij welke diploma’s ik had. In de Cypriotische scheepvaart kende men niet de wetten zoals men die bij ons kent.
De eigenaar sprak me toe: “Kapitein, hier staat de telefoon, als u er nog twee machinisten en een stuurman als bemanning bij zoekt,  dan kunt u volgende week na geproviandeerd te zijn naar Port Gentil in Gabon (West Afrika). Meer bemanning krijgt u niet,  koken doet u maar met elkaar, de voeding is voor mijn rekening. In Dakar - Senegal gaat u bunkeren en bij provianderen.”
De sleep was een leeg werkponton voor de oliewinningen in de golf van Guinea, dus geen moeilijke sleep. De terugreis een ponton met boomstammen, Afrikaans hardhout voor de firma Fijnhout in Amsterdam.

Begin 1973 had professor Dubbelman, hoofd revalidatie van de VU, kans gezien om de Medisch Adviseur van de Scheepvaartinspectie op andere gedachten te brengen. En zo mocht ik mij naar de Scheepvaartinspectie in Den Haag spoeden voor een nieuw geldig monsterboekje dat men mij verstrekte met de mondelinge waarschuwing: “Ik wil u niet op tankers en sleepboten gemonsterd zien staan.” Hiermee kon ik leven, tankvaart heeft mij nooit aangetrokken en naast sleepboten waren er tal van andere schepen onder Nederlandse vlag met een wereldwijd vaargebied.
Mooier kon niet als 24-jarige met één poot.




* Monsterboekje: Hierin staan gegevens als: diploma’s, burgerlijke staat van de houder, aanmonstering en beëindiging van dienst aan boord, geneeskundige verklaring ogen, oren, lichamelijk. Met natuurlijk een pasfoto en een afdruk van de rechterwijsvinger.
Hoe zou kapitein “Goldfinger” dit gedaan hebben, hij was de vingers van zijn rechterhand kwijt.



Recht zo die gaat!

F.L.Woodleg



donderdag 27 november 2014

Adriana


Nu dan informatie over m.s. Adriana, het zeeschip dat Ruinen als thuishaven had. De plaatsnaam Ruinen dus op haar achterschip (1954 – 1970).




In mijn mijmering in het voorjaar van 2014 liet ik weten dat ik terug zou komen met een verhaal over m.s. Adriana met als thuishaven Ruinen. In het voorjaar van 2014 was ik ineens wat werkeloos geworden. De bomen uit ons eigen bos welke door de stormen van het najaar van 2013 waren omgevallen en door Clas en Anders uit het bos waren gehaald, lagen in stukjes van 45 cm gezaagd. Helaas kon ik niet helpen (niet staan en lopen) en heeft Gonny ze gekloofd en weggewerkt, vandaar mijn werkeloosheid. Dit gaf me meer tijd om achter de computer door te brengen en zo vond ik een onderwerp, n.l. “vreemde thuishavens van zeeschepen” , en al gauw zag ik de kustvaarder Adriana voorbijkomen. 
Ik herkende dit schip uit mijn matrozentijd op de kleine handelsvaart. Daar zag ik haar toen regelmatig de Theems af komen varen met een deklast in balen geperst oud papier die men in diverse kreken en plaatsen langs de Theems kon laden voor Amsterdam. Lossen in het Westerdok. Zelf heb ik ook een jaar op kleine kustvaarders als Tarzan, Spirit en Globe (stoere namen*) gevaren als matroos/kok, ze waren zeer geschikt om ver landinwaarts te gaan. 
Ik denk bijvoorbeeld aan Engeland - Norwich aan de rivier the Yar met de pub The Ferry Inn met blonde Vera als lady bartender. Zij leerde me hoe ik een Engels ontbijt moest maken. Ierland – Ballina, waar de loods tot in 1975 nog met een roeiboot aan boord gebracht werd en Frankrijk - Parijs aan de Seine. Bij donker werd er tussen Rouen en Parijs (ca.190 mijl) op de Seine niet gevaren, men bracht de nacht door in de sluis waar de loods zijn vrouw of vriendin het café beheerde, waar de bakker in de ochtend warm stokbrood aan boord bracht en waarna de reis werd vervolgd.
In Frankrijk ging men ook de Rhône op tot voorbij Lyon (ca.170 mijl). Maar ook in Nederland kon men ver landinwaarts, bijvoorbeeld naar Meppel, Steenwijk, Grou, Roermond met het café van zwarte Bep, Utrecht, Veghel met een kroeg met de naam “De zeven sneetjes”. Deze naam verwees naar de zeven animeerdames aan de bar.



Het schip heeft ook nog de naam Zijpe gehad.

De kustvaarder m.s. Adriana had dus als thuishaven Ruinen (Drenthe) aan de Ruinder Aa welke zich door het Drentse landschap meandert om uit te monden in het Meppelerdiep. De Adriana was aangekocht in 1954 door kapitein/eigenaar F.A. Franssen uit de gemeente Ruinen. 
Men kan iedere willekeurig plaats in Nederland als thuishaven kiezen voor zijn zeebrief (= paspoort van een schip), als de rederij of eigenaar van het schip maar aan die gemeente gebonden is. Schepen van Shell hadden bijvoorbeeld ‘s Gravenhage als thuishaven. Het hoeft dus geen zeehaven te zijn. 
De Adriana: International Call Sign** PCDV, spreek uit als: Papa Charlie Delta Victor, had een lengte van 38 meter, een laadvermogen van 300 ton, motor vermogen 150 pk geleverd door een Humboldt Deutz, snelheid 7,5 mijl per uur in ballast***. 
De bemanning bestond uit kapitein, stuurman, matroos/kok, matroos/motorman. Zo’n schip had een beperkt vaargebied, nl. Noord- en Oostzee en mocht niet buiten dit gebied komen. Ging men toch buiten dit gebied, dan behoorde daar volgens de scheepvaartwet tevens een machinist, een kok en een derde matroos aangemonsterd te zijn. In 1970 verkocht Franssen de Adriana aan twee kennissen van mij. Zij hebben de Adriana laten verbouwen en aangepast tot een sportvissersvaartuig met als vertrekhaven Vlaardingen om vandaar uit naar de visgronden voor Hoek van Holland op de Noordzee te varen en natuurlijk hun inkomen er uit te halen. Ze is op 11 maart 1976 betrokken geraakt bij een aanvaring en gezonken nabij Hoek van Holland. Deze plek is jarenlang gemarkeerd geweest door een wrakboei met de naam Adriana, haar laatste thuishaven was Stellendam.
Veel van deze zeer oude kustvaarders ook wel Wad en Sontvaarders genaamd, met een laadvermogen van 250 tot 450 ton en met een motorvermogen van 120 tot 300 pk (Brons, Werkspoor, Humboldt Deutz) waren gebouwd ver voor de Tweede Wereldoorlog op scheepswerven in Groningen, Drenthe en aan de Friese IJsselmeerkusten, zelfs in Haarlem en Spaarndam (de Rietpol). In de jaren 1969-1972 zijn er veel gesloopt, mogelijk tot conservenblikken gemaakt of in de sportvisserij terechtgekomen. Een enkele werd in gebruik genomen als varend woonschip wanneer de hoofdmotor nog in goede staat verkeerde, zoals de Gazelle die in het Oostelijk havengebied van Amsterdam ligt. 
Kijkt men rond in Nederland, dan ziet men nog steeds verschillende van deze schepen liggen. Soms heeft een scheepvaartmuseum zich erover ontfermd om het te tonen aan het nageslacht.


Uit de turfschippersfamilies in Drenthe zijn een aantal van hun zonen de zee opgegaan toen de turf op was. Ze probeerden in de Wad en Sontvaart of in de kustvaart hun geluk en geld te verdienen en zo kregen plaatsen als Gasselte, Gasselte-Nijveen, Beilen, Valthe, Norg, Buinen en Meppel zelfs meerdere schepen van de familie Kuipers en Brouwer als thuishaven met een Drentse plaatsnaam op hun achterschip. 
Tegenwoordig varen er nog zeeschepen rond met als thuishavens Beilen, Buinen en Meppel. Bij scheepswerf de Kaap in Meppel bouwt men nu zelfs nog schepen voor de kleine handelsvaart. Een laadvermogen van 1500-3000 ton en met een lage kruiplijn zodat ze nog steeds ver landinwaarts kunnen.

De Meppel komende vanaf zee onderweg naar Norwich - Engeland.


Thuishaven Meppel. Foto gemaakt tussen Zwartsluis en Meppel (Meppelerdiep).


Thuishaven Buinen


In Emmen zetelde vennootschappen Rederij Noordlijn-Equator (1978-1988) met zeer mooie en snelle schepen, twaalf stuks in totaal, met een wereldwijd vaargebied. Voor deze club mocht ik acht jaar de zeeën bevaren.
Van deze twaalf schepen had alleen de m.s. Altappen Emmen als thuishaven (daar zal wel de grootste vennoot gewoond hebben). 
In 1988 hadden de gezamenlijke vennoten hun geld verdiend aan deze schepen. De C.V.'s/B.V.'s gingen failliet en de bemanning kon via de vakbond en de rechtbank zijn gage tegoeden (loon) opvorderen. Zo ging het ook al in tijden van de V.O.C. (1602 – 1699). De eigenlijk Nederlandse rederij mentaliteit is nooit veranderd in de laatste 420 jaar. 
De Nederlandse scheepsbouw is nog steeds wereldwijd toonaangevend met haar ontwerpen van speciale vaartuigen. 
De rederijen en hun management laten het flink afweten, ze zijn nog steeds op zoek en vinden ook nog steeds het goedkope buitenlandse personeel. Hoe zou u het vinden om als enige Nederlander tussen tien of twaalf buitenlandse werknemers te moeten verblijven, 4 tot 8 maanden op een oppervlakte van 2000 vierkante meter en waarvan de meerderheid geen Engels spreekt?










*Over deze drie schepen komt ook een verhaal op deze blog van F.L.Woodleg.

**Call Sign = roepnaam van een schip die gebruikt werd in verkeerslijsten die werden uitgezonden door radiostations voor de scheepvaart. Voor Nederland was dit Scheveningen Radio, die haar laatste uitzending had op 31 december 1999 om 16.00 uur Nederlandse tijd. Het bericht had als tekst “Wij wensen u en uw bemanning een behouden vaart”.
De laatste zendmast werd op 30 oktober 2014 ontmanteld.

***Ballast, leeg schip met water in de ballasttanks (een goede smokkelplek als ze leeg waren).



Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg