bij het scheepvaartmuseum

bij het scheepvaartmuseum
Als schipper van het V.O.C. schip de Amsterdam

vrijdag 6 februari 2015

Spirit, Tarzan en Globe



Als matroos/kok op de al wat bejaarde kustvaarders Spirit, Tarzan en Globe.


m.s. Spirit

Deel I

De Spirit was in 1931 te water gegaan als Buizerd voor Rederij van der Eb en Jacob Beck. In 1964 werd zij aangekocht door kapitein Henk Foster, deze werd bevracht door Beck’s scheepvaartkantoor in Groningen. Ze had een laadvermogen van 350 ton met een motorvermogen van 200 pk, snelheid in ballast 7 mijl. Het sturen van dit schip ging nog met een kettingroer met kwadrant. Je moest wel stevig in je armen zijn om een dergelijk schip met windkracht 6 Beaufort* en meer op koers te houden. 
Rond 1971 streek kapitein Foster de vlag en het schip werd gesloopt in 1972 in Vianen, hij was er zeven jaar eigenaar van geweest. De bemanning bestond uit: kapitein, stuurman Hans Houtepen, matroos/motorman Peter Spin, matroos/kok Pietje die later kapitein F.L. Woodleg werd. Het vaargebied was Oost- en Noordzee. Maar in hoofdzaak voeren wij tussen Londen, Norwich, Rotterdam, Antwerpen en Parijs voor het laden en lossen van stukgoed. Leeg de Seine af om in Rouen weer Franse auto’s te laden voor Londen, een dergelijke rondreis duurde drie weken. De afstand Rouen – Parijs was ca. 190 mijl waar we twee dagen over deden om laat in de middag af te meren in de zeehaven van Parijs. 
Het probleem op deze rivier was altijd de waterstand, bij een te hoge waterstand had men problemen om onder de vele bruggen door te komen, dan moesten stuurhut en schoorsteen weggehaald worden en stond men in de buitenlucht te sturen. Was zij dan nog te hoog, dan moest men aan de kant blijven liggen tot de waterstand weer normaal was. Op dit traject lagen zes sluizen. 
Na vier maanden monsterde ik af, ik had het wel gezien als matroos/kok. In de kombuis stond nog een AGA cooker op cokes die met slecht weer op zee moeilijk aan te houden was. 
Dan waren er nog de dames Vera, de lady bartender uit de Ferry Inn uit Norwich en Sylvia van de bar aan de haven van Parijs met de mooie naam “Je suis retour de la mer “. Hier dronk ik altijd enkele Pastis tot zo rond de klok van tien uur, dan ging Sylvia haar rode sportwagen halen om ons in het nachtleven van Parijs te storten. Hoe we altijd zonder ongelukken terug aan boord kwamen is mij nu nog een raadsel. Peter Spin is wel een keer in zijn ondergoed aan boord gekomen. Een Algerijn had behoefte aan zijn leren jas en broek. Stuurman Houtepen is zijn linkeroor kwijtgeraakt bij een bezoek aan een nachtclub in Soho.


Spirit op de sloop

Maar Beck’s scheepvaartkantoor had meerdere schepen, één daarvan had de naam “Tarzan”. Hierop mocht ik aanmonsteren als matroos/kok en hoefde niet meer op cokes te koken, deze kombuis was voorzien van een oliekachel. Dit schip had ook een regelmatige dienst op Parijs. Vanuit Kopenhagen werd lading ingenomen van de biergiganten Tuborg en Carslberg voor het Parijse nachtleven. In Norwich mosterd en diverse sausen bij de Colman’s factory. Daar werd de steven weer richting Seine gewend. Zo konden de lady bartenders Vera en Sylvia zich blijvend verheugen op het feit dat hun sigarettenvoorraad op peil bleef. Als tegenprestatie leerde Vera mij praktisch Engels en Sylvia Frans op z’n Parijs. Het was een leerzame tijd voor mijn nog komende loopbaan op zee.

* Beaufort:

  • Beaufort, windschaal uit 1805 voor zeilschepen.
  • 1905 de schaal werd aangepast voor de stoomvaart.
  • 1946 laatste wijziging door het “International Meteorological Committee”.
  • Francis Beaufort was Ier en marinecommandant op het fregat Woolwich van de Royal Navy.


m.s. Tarzan

Deel II

De m.s. Tarzan, call sign PDOZ, was een schip van 380 ton, gebouwd in 1935 als DEPA met een motorvermogen van 300 pk Deutz die haar een snelheid van 9 knopen gaf. In 1956 werd zij aangekocht door Jannes Beck, deze verkocht haar later naar Griekenland. In 1986 is zij gesloopt, haar laatste thuishaven was Limasol op Cyprus.


m.s. Normandie, één van de latere "Parijsvaarders" begin jaren zestig.


Door de verkoop van de Tarzan mocht een gedeelte van de bemanning mee naar de Globe van Beck’s Scheepsvaartkantoor aan de Westersingel 51 te Groningen.
De m.s. Globe, call sign PEJD, bouwjaar 1948, was een wat groter schip. Laadvermogen 450 ton, motorvermogen 300 pk Brons met een niet al te interessant vaargebied Noordzee – Ierse Zee. Zij is in de zomer van 1969 gesloopt, daar zij in dat voorjaar in de Bow Creek aan de grond gelopen was met als gevolg een geknikt schip wat onherstelbaar was. Exit voor de oude dame van Ome Jannes Beck, ze ging naar Hendrik Ido Ambacht .

Een aantal bijzondere havens en reizen zijn me wel bijgebleven. Van Urk pootaardappels voor Selby aan de rivier de Ouse. 
Zo was er ook nog een reis met dakpannen van Roermond naar Londen met een losplaats voorbij de Tower bridge, zodat ik hem ook in geopende toestand heb gezien. De losplaats was Brentford aan het Grand Union Canal. Vandaar in ballast naar Colchester aan de rivier Colne. Daar graan in zakken geladen voor de Whiskyfabriek in Port Askaig op het eiland Islay aan de Schotse zuidwestkust.
Het werd winter op het Noordelijk halfrond, tijd om maar weer eens wat te gaan zoeken in zuidelijker wateren. Daar kwam bij dat de vrouw van de kapitein steeds maar in de kombuis kwam of ik haar ook de Franse taal wilde bijbrengen op de manier zoals ik die had geleerd. Toen was de tijd rijp om mijn plunjezak te gaan pakken en af te monsteren.




Epiloog.
De eerlijkheid gebiedt te schrijven dat tijdens mijn Hogere Zeevaartschool periode de voortgang van mijn studie regelmatig door de intussen ex-kapiteinsvrouw werd gecontroleerd.
De jaarlijkse kerstkaart van Vera was er in 1976 een met dubbele tekst: “In het voorjaar van 1977 treed ik in het huwelijk met mijn Deense kapitein”. 
In het voorjaar van 1982 kwam er een uitnodiging van Sylvia en haar vriendin Susie. Zij hadden nabij de Hallen in Parijs hotel-restaurant 'Le poisson qui rit'  overgenomen.


Recht zo die gaat!
F.L.Woodleg