bij het scheepvaartmuseum

bij het scheepvaartmuseum
Als schipper van het V.O.C. schip de Amsterdam

woensdag 1 april 2015

Kok Nol en Moppie Tol



Ruiner schaapskooi


Ik moest weer gaan sparen want het bleek dat mijn maandbrief* bij navraag door mijn geliefde stiefmoeder Sjaan was opgenomen. Met grote regelmaat had zij een greep uit mijn spaarbankboekje gedaan en er stond niets meer op! Sjaan had zij zich genoemd na haar vertrek uit Stuifzand (Dr), haar eigen naam was Jantie, vernoemd naar haar opoe Zinger, de heks van de Benderse hei (nu Dwingelderveld genoemd) uit Ruinen. Mijn spaarbankboekje dat nog in Ruinen lag was dus leeg en haar bibberige handtekening stond bij iedere geldopname. Maar ja, ik was nog net minderjarig en volgens de bankdirecteur mocht dat.
Dus ik opende een nieuwe bij een andere bank in een plaats ver van Ruinen.
Het zou tot 1998 duren voor ik de Ruiner toren weer in het echt zag vanaf een gehuurde huifkar van de familie Paas uit Spier, waar ik twee weken mee door dat gebied van Ruinen ben getrokken. In de boerderij aan de Westerstraat zat nu de winkel van Roel Bekelaar.
Enkele jaren geleden werd ik door de dochter van Sjaan gebeld dat haar moeder was overleden. Ik zei: ‘Bedankt voor dit goede nieuws, ik neem er een borrel op vanavond.'

Afgemonsterd van de Globe, ging ik op zoek naar een ander schip met veel dagen op zee en korte tijden in de haven, er moest gespaard worden. Een beurs kreeg ik niet omdat ik al gewerkt had en dus moest ik mijn studie zelf bekostigen.
Ik verbleef tijdelijk bij Janna, zij had een woonruimte boven het café De Druif, gelegen aan het Rapenburgplein, waar zij achter de tap stond.

Café De Druif


Na enkele dagen maar eens een rondje door Scheepvaartland gebeld met de vraag wie er nog een matroos kon gebruiken. Enkele dagen later belde ‘Gruno scheepvaart’ terug, zij hadden voor mij de coaster Blue Marleen van ‘Rederij Blue Anchor’, zo genoemd naar een public house in London. Call sign PFPJ bouwjaar 1951, 750 pk laadvermogen, 800 ton, 10 knopen en radar, geen stuurautomaat en als matroos sturen en overuren. Brug midscheeps, tussendekken*, een echt stukgoed bootje.
Zij had 6 jaar in lijndienst gevaren Hull-Oslo-Kopenhagen en haar oude bemanning wilde afgelost worden. De stuurman en de 2e Wtk bleven nog tot bij de werf. Om naar de Fiji archipel te varen om daar in lijndienst te gaan bij Sherman & Stoll vond de oude bemanning te ver. Gruno Monte Carlo had dit charter afgesloten, dus de slogan van GRUNO was hier op zijn plaats: ‘Whatever the cargo, wherever the port, one of our coasters is bound to be the right sort’. Dit zal blijken wanneer u het boek Gruno 1937-2002 leest.


De brug midscheeps


Gruno bemanningszaken zorgde voor het treinkaartje Amsterdam-Kopenhagen.
Drie dagen later bracht Janna mij naar CS Amsterdam en hier ontmoette ik de Kapitein Wilde Bill, 1e Wtk Bram, kok Neuteboom en mijn mede matrozen Rob en Arie. Bij het uitstappen in Kopenhagen was de kok teut, dit bleek hij regelmatig te zijn dus in Hull mocht hij weer naar huis. Daarom mocht ik weer tijdelijk de kombuis in. Nog even naar Oslo en dan in Ballast naar Amsterdam voor een werfbeurt. Hier gingen Rob en Arie ook maar weer van boord want de Fiji eilanden waren wel ver weg en Wilde Bill was geen gemakkelijk persoon. Met zijn pijp en alpinopet hij was liever tuinder geworden dan zeeman, maar hij had volgens zijn zeggen een goed huwelijk als hij 300 mijl bij zijn vrouw vandaan was.


Drukte bij reparatiewerf het 'Westerdok', Amsterdam (collectie G.F. Holtman)


De werfbeurt die drie weken zou duren werd gedaan in het Westerdok dat eigendom was van de heren D. en P. Velthuijsen. Hier werden in de midscheeps onder de brug extra bunkertanks geplaatst zodat het schip voor 25 dagen brandstof kon meenemen. Het laad- en losgerei werd weer teruggeplaatst en er kwam een extra diepvries voor de kok.
In de eerste week bij de werf hadden er zich twee koks en een stuurman gemeld, maar ze pasten niet in de lijn van Wilde Bill. Ik stelde voor kok Nol uit Deventer te vragen, hij zat werkeloos thuis (Baltic-Ocean Towage was haar sleepboten aan het verkopen). ‘Als hij jou het koken en brood bakken heeft geleerd (Baltic Ranger), dan moet hij maar langskomen!’ Bill had met Cees Smit (hoofd bemanning) besloten om mij wat kennis van de navigatie en de wet van uitkijk bij te brengen, wat hem na drie moeilijke middagen redelijk was gelukt en gezamenlijk gingen we naar de kop van de Zeedijk waar de Scheepvaartinspectie kantoor hield. Ik kreeg mijn dispensatie voor stuurman als de kapitein beloofde mij nog wat astronomische plaatsbepaling bij te brengen en hij op een borrel bij Hoppe aan het Spui zou worden getrakteerd. Bill en hij kenden elkaar nog van hun tijd op de zeevaartschool in Rotterdam. Enkele dagen later kwam kok Nol, hij had ook maar drie matrozen meegenomen voor een kijkje op een coaster. Ze pasten wel in de lijn van Wilde Bill en mochten aanmonsteren als zij dat wilden. De gewezen 2e Wtk Jampie stond ook ineens weer aan boord met zijn koffers en hij ging ook maar mee.
Hij had zijn vrouw met blote billen op de hete kachel gezet. Dat ze met anderen uit het dorp wipte oké, maar dat deze ook nog van zijn jenever dronken, dat ging te ver.
De werfbeurt zat er op dus zeeklaar maken, dek wassen en op naar Antwerpen om daar vrijdag in de middag aan te komen. Maandag laden, stukgoed en bouwmaterialen voor de Azoren-Barbedos-St.Lucia. Maar eerst het weekeind nog even een fluitje drinken en dansen met de madammekes uit het Schipperskwartier.


Schipperskwartier Antwerpen


Tenslotte hadden we ruim 1600 zeemijl voor de boeg voor we de geleidebakens van Horta recht vooruit zouden zien.
Na drie dagen Antwerpen waren we geladen, vol gebunkerd, geproviandeerd en gingen we de Schelde af. Het eerste stuk Engels Kanaal in mooi najaarsweer richting Ushant (Frans eiland bij ingang van het Engels Kanaal) afstand 440 mijl.
Vanaf daar was het de Noord Atlantic en de Marleen lag goed op haar merk (Uitwateringsmerk of Plimsollmerk )*. Op de zuidwestelijke koers met westelijke deining gaf dit haar een wat lusteloos gevoel daar de zee aanschietend was en van voren inkwam. Dit deed haar snelheid afnemen naar 8 mijl wat ons twee dagen langer op zee deed zijn.


Plimsollmerk (foto Wikipedia)


Voor mij dus twee dagen langer brood bakken. Ik had met kok Nol afgesproken dat ik op zee het brood zou bakken en voor de zaterdag verse bolletjes of gevlochten broodjes en het zondagse krentenbrood. Als hij dan voor de zaterdag erwtensoep met pannenkoeken had en voor de zondag halve kip met friet. Jampie zou de aardappels schillen en tot friet snijden.
Zijn voorwaarde daarvoor was Groninger rijsttafel* op woensdag. Het gaf Wilde Bill het gevoel alsof hij bij Harry Smit in Café De Zeilvaart aan de De Ruyterkade zat in plaats van op de Atlantic.


Café De Zeilvaart


Volgens kok Nol hield dit in dat geld opnemen bij Bill in Horta geen probleem zou zijn. ‘Dus stuurman, geld is gemaakt om te rollen dus ga maar een geldlijst maken, want men verwacht ons in café Sport en in de Miramar van Don Pedro (die graag flessen en sigaretten van schepen kocht)’, zei kok Nol tegen mij. Twee dagen voor aankomst zonden we een telegram naar de scheepsagent op Horta met ETA (verwachte aankomsttijd) en de benodigde cash to Master. Bill wilde wel eens zien of ik de Marleen veilig 'Horta Bay' in kon varen. Dit was geen probleem als men het schilderachtige pand van Don Pedro maar recht vooruit hield dan had men de juiste koers tussen de pieren (haveningang).


Horta Bay


We waren nog maar net goed en wel tussen de pieren of Nol zag de sleepboot Baltic ten anker liggen, daar moesten wij natuurlijk even vlak langsheen varen voor hem voordat we afmeerden. Ik zag ook twee bekende figuren aan dek verschijnen; Teun, de kapitein uit mijn tijd op de 'Baltic Ranger' (klik) en Meester Geert uit die tijd.


Baltic


Na het inklaren van het schip kon het lossen beginnen. Nol ging de wal op om naar de markt te gaan met Wilde Bill en Bram in zijn kielzog om de tassen te dragen. Tevens gingen zij voor het avondeten een tafel in café Sport boeken. Later in de middag kwamen ze gedrieën zittend op de ezelwagen van Don Pedro weer met de boodschappen aan boord. Zo kon Don de scheepswas meenemen op zijn kar, aangevuld met de inhoud uit de bootsmanskist.
De deklast was er af en de volgende morgen zou de lading uit het tussendek gelost worden als er transport was.
Maar eerst even de benen strekken op de wal. Don Pedro had als avondeten gebakken vis met rijst in café Sport (ik heb daar nooit anders gegeten). De bemanning van de Baltic was er al, de Baltic lag op orders te wachten (of naar de Golf van Mexico of naar Montevideo).


Café Sport


Even bijpraten met de oude bekenden onder een biertje in de huiskamer van de Miramar. De dames dronken Lacrima Christi* en ik hoorde van hen dat de hondjes van Schoffie het goed deden in Driehuis en IJmuiden. Schoffie was met pensioen en woonde in Bedum bij de moeder van Frits. Frits had een baan gevonden op de havenslepers in de dokken van London en uit zijn laatste brief kon ik opmaken dat hij niet meer naar zee ging.

De scheepsagent liet ons weten dat er de volgende dag gelost kon worden, dus op tijd aan boord want de ruimen moesten open liggen voordat de bootwerkers arriveerden. Bunkers ingenomen, de schone was weer aan boord, lading in de ruimen nagelopen en weer zeevast gezet. Bill had de koers in de kaart staan naar Bridgetown op Barbados, een groet voor de Baltic en weer een goede 1200 mijl voor de boeg. Onder de reis hadden Teun en Bill nog radiocontact. Teun was onderweg naar Montevideo om een sleep op te halen voor Punto Arenas (Straat Magellaan – zuiden van Zuid-Amerika).
‘Wedden’, zei Nol, ‘dat hij gaat bunkeren in Recife.’


Deel II




De Marleen had nu 250 ton minder lading en de deining en de zeegang waren minder dan op het eerste stuk. De dame kreeg er zin in en na zes dagen konden wij het anker laten vallen op de rede van Bridgetown. De kade was bezet door een passagiersschip en deze zou tegen de avond vertrekken. Dan mochten wij afmeren en gelijk lossen en vertrekken, want de volgende dag om tien uur meerde het volgende passagiersschip af. ‘Kijk,’ zei kok Nol, ‘zo leert men sparen stuurman!’ Bij ons vertrek geen muziekband op de kade, maar ja, wij waren zeelieden. St. Lucia hetzelfde laken en pak, alleen lag hier een telegram met de boodschap om na het lossen naar Cartagena (Colombia) in ballast (= leeg) te gaan om daar zakken cement te laden voor Salina Cruz (Mexico) via het 81 kilometer lange Panama kanaal.



Veel interessante informatie over het kanaal en zijn geschiedenis kun je bijvoorbeeld HIER (klik) en HIER (klik) vinden.


Panama kanaal

Een van de vele sluizen in het Panama kanaal


De kapitein heeft daar tijdens de doorvaart geen gezag over zijn schip, dat ligt bij de loods. De doorvaart duurt ongeveer 10 uur. Nol begon zich af te vragen: 'Ik had gemonsterd voor een reis naar de Fiji…’ en hij dacht hardop over zijn Moppie Tol uit de Tiki Bar daar. Haar moeder stond op de markt met mooie verse groenten en fruit. Moppie Tol had van die lekkere appelbillen volgens Nol. ‘Die zullen nu wel gerimpeld zijn!’ zei Jampie, die Nol zijn gedachten had aangehoord.





Na uitlossing in Salina Cruz gingen wij in ballast naar Los Angeles, hier stond de lading voor de Hawaiian islands.
Vier containers aan dek en stukgoed voor West Samoa en Fiji in de ruimen. Negen dagen varen naar de Hawaiian, één nacht in de haven, gebunkerd en geproviandeerd. Bij vertrek weer geen muziekband op de kade, maar deze keer wel enkele dames uit het café om ons uit te wuiven. Op naar West Samoa, weer negen dagen voor de boeg. Hier lagen we drie dagen te lossen voor een gedeelte van het stukgoed. Bij vertrek werden we door de plaatselijke wasvrouwen, die de scheepswas hadden gedaan, uitgewuifd. De muziek kwam deze keer uit de transistorradio (tevens cassettedeck) die kok Nol aan een van de dames had gegeven.




De laatste 600 mijl naar Suva en haar Tiki Bar met Moppie Tol. Tussen West Samoa en Fiji nog even de datumgrens over van West naar Oost, een dag vooruit dus en op sinterklaasdag in de Tiki Bar waar we ons wel thuis zouden voelen volgens kok Nol. Moppie Tol was er nog en of kok Nol nu aan trouwen dacht…
Wilde Bill was hier ook niet geheel onbekend, als stuurman bij Smit & Co was hij hier al eens geweest. Voor de overige bemanning was het nieuw, maar wij allen vonden wel een gids. Na lossing ruimen klaren en het werd ons duidelijk dat wij het suikerriet van de diverse eilanden naar de suikerfabriek in Lautok mochten varen. Veel van deze eilanden hadden geen steiger om af te meren, dus kwam men met een bootje langszij, zodat wij het aan boord konden hijsen met ons laadgerei.
Bill en ik zeiden tegen elkaar: ‘Maar goed dat wij land- en tuinbouwschool hebben gedaan!’


De suikerfabriek in Lautok


Vrachtwagen met suikerriet


Bill kreeg later kennis aan een weduwe met een suikerrietplantage. Hij liet een grondmonster opsturen naar Wageningen om te vragen wat men nog meer kon verbouwen dan suikerriet, koffie en vanille en in mindere mate rijst en ananas.
Het antwoord was dat peulvruchten en aardappels het daar ook heel goed zouden kunnen doen. Poot- en zaaigoed in Australië gekocht. Elke keer als er 600 ton suiker in zakken klaar lag, moesten wij even naar Brisbane op en neer.
Terug met bouwmaterialen voor een nieuwe containerkade. Sherman & Stoll hadden naast de suikerfabriek ook een handelskantoor, het waren echte Indiërs (40% van de bevolking bestaat uit Indiërs) evenals de aanstaande schoonmoeder van kok Nol. Ik mocht weer Bestman zijn toen kok Nol in het huwelijk trad met zijn Moppie Tol op tweede pinksterdag.
Bill was de ambtenaar van de burgerlijke stand (als kapitein was men onbezoldigd ambtenaar van burgerlijke zaken als het huwelijk in het buitenland plaats vond op een Nederlands schip).
Ik had tegen Cees Smit van bemanningszaken van Gruno gezegd dat ik rond eind juni graag afgelost zou willen worden.
Eind juni lag er een telegram bij Sherman op kantoor: ‘Je kunt van boord als je wilt. Maar ik kan nog een stuurman gebruiken voor 6 tot 8 weken op het jacht van Lips (scheepsschroeven fabrikant). Vaargebied deze zomer Noorse Fjorden. Overdag varen en de nachten tegen de kant, geen overwerk maar in het weekeinde een 200% gage.’
En eerlijk gezegd, er stond nog niet veel op mijn nieuwe spaarbankboekje.

Ik zou nog twee keer terugkeren op de Fiji, dit wordt een later blog verhaal.

p.s. In 1643 ontdekte Abel Tasman de Fiji eilanden en noemde ze de Prins Willem eilanden.
Sinds oktober 1970 zijn de Fiji eilanden zelfstandig, maar ze werden wel lid van het Britse Gemenebest.

*      Maandbrief                  Een vast geldbedrag dat de rederij overmaakt naar de bank.
**     Tussendek                   Een extra dek onder het bovendek.
***    Plimsollmerk               Zie Wikipedia (klik).

****  Groninger rijsttafel     Het recept staat onder de knop Recepten bovenaan.
***** Lacrima Christi            Portwijn van de Azoren (Tranen van Christus).


Recht zo die gaat!

F.L.Woodleg